In het recente nummer
door Jan Smelik |Het ORGEL |Jaargang 122 |(2026) |Nummer 2| Categorie In het recente nummerHet meinummer van 2026 opent met een uitvoerig artikel van Pieter van Dijk onder de titel ‘In die Orgel blasen: Hamburgse registraties en repertoire, met bijzondere aandacht voor het orgel van de St. Katharinenkirche’. Aan de hand van historische bronnen onderzoekt hij de Zink- en Trompet 16′-registratie en de toepassing daarvan in werken van Sweelinck, Scheidemann, Weckmann en Reincken.
Rogér van Dijk belicht het leven en werk van orgelmaker Hendricus Dominicus Lindsen (1794–1860). Daarbij besteedt hij uitvoerig aandacht aan het Lindsen-orgel (1844) in de Utrechtse Augustinuskerk en aan de restauratie ervan in de jaren 2015–2024.
Auke H. Vlagsma vervolgt zijn serie over Franse orgelfronten met een bijdrage over het orgel in de kathedraal van Mende. Dirk Luijmes schrijft over het leven en orgeloeuvre van Joseph Jongen, naar aanleiding van de nieuwe Bärenreiter-uitgave van diens complete orgel- en harmoniummuziek.
Wat hebben Nicolaas Beets en secularisatie met elkaar te maken? Jos van der Kooy gaat er in zijn column op in. In de rubriek Orgelpark bericht Hans Fidom over nieuwe manieren van luisteren, terwijl Peter Ouwerkerk verslag doet van een gesprek met vrouwelijke organisten over de vraag waarom de orgelwereld nog steeds in belangrijke mate een mannenwereld is.
In Orgelbouwnieuws beschrijft Bert den Hertog recent voltooide werkzaamheden aan de orgels van Nederhorst den Berg, Oudewater, Scharnegoutum en Wagenborgen. Jan Luth recenseert de Breitkopf-uitgave van twee aan Bach toegeschreven chaconnes (BWV 1178/1179), en Jan Hage bespreekt twee nieuwe uitgaven van Reitze Smits.
Verder bevat dit nummer de vaste rubrieken Vers van de pers en Signalement. Op de Achterplaat schrijft Frits Zwarts over de Delftse organist Pieter Kersbergen (1810–1899) en diens omgang met Delftse orgels.
