In het eerste nummer van jaargang 117 (januari 2021) sluit Albert Clement zijn vierdelige serie af over Nederlandse organisten uit de School van Felix Mendelssohn Bartholdy. In de slotaflevering wordt stilgestaan bij Jan Worp, en twee Duitse toonkunstenaars die niet in Leipzig doceerden, maar wel een aanzienlijke invloed hebben gehad op de Nederlandse ‘Bach-Renaissance’ en de Nederlandse orgelcultuur: Woldemar Bargiel en Johann Gottlob Schneider.

In de organologische literatuur komt een enkele maal de naam ‘Dirck Pannekoeck’ voor, die in Arnhem was gevestigd. Het is bekend dat hij in Grave en Nijmegen gewerkt heeft. Auke H. Vlagsma heeft meer informatie over deze zestiende-eeuwse orgelbouwer gevonden en presenteert deze in zijn artikel.

Jos van der Kooy start in dit nummer van Het ORGEL een columnrubriek. Zijn eerste bijdrage draagt de titel ‘Nieuw elan door coronatijd’.

César Franck en Franz Liszt waren niet alleen bevriend, zij deelden ook dezelfde ideeën over componeren. Bovendien zijn er in sommige fasen van hun leven overeenkomsten ten aanzien van levensloop en werk. Christiane Strucken-Paland bespreekt de relatie tussen deze twee grootheden uit de negentiende eeuw, en onderzoekt de mogelijke wederwijdse beïnvloeding.

De tempi waarin de orgelwerken van César Franck gespeeld dienen te worden, zijn al enige jaren voorwerp van discussie. Marie-Louise Langlais gaat nader in op deze materie, en met name op de tempi die Franck noteerde voor zijn ‘Prélude, Fugue et Variation’.

Na het overlijden van een aantal invloedrijke Franse orgelmeesters in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw, onder wie Maurice Duruflé, Jean Langlais, Gaston Litaize en Olivier Messiaen, was er van deze vooroorlogse generatie nog één in leven: André Fleury. Hij behoorde tot de laatste leerlingen van Gigout en Vierne en was de eerste die in 1926 bij Marcel Dupré een Premier Prix behaalde. Afgelopen augustus was het 25 jaar geleden dat hij overleed. In een tweedelig artikel staat René Verwer stil bij deze markante en bescheiden organist. Het eerste deel staat het leven, de opleiding en loopbaan van Fleury centraal.

In de rubriek ‘Een eeuw geleden’ het bericht dat in januari 1921 in Het ORGEL stond over de ingebruikname van het Standaart-orgel in het Burgerzaal van het Rotterdamse stadshuis.

René Verwer bespreekt het boek ‘Widor on organ performance practice and technique’ van John R. Near.
In zijn rubriek ‘De Achterplaat’ vraagt Frits Zwart aandacht voor markant organist waar weinig over bekend is: de Jan Hermanus Besselaar jr. (1874-1952) uit Rotterdam.

Neem een kijkje in het nummer: