In nummer 5 van jaargang 2019 vervolgt Jan Smelik zijn serie over het orgelspel in de protestantse eredienst tussen 1886 en 1938. Hij behandelt de toenemende aandacht voor de kerktonaliteit en voor het ‘ritmisch zingen’ van de Geneefse psalmmelodieën. Beide onderwerpen leverden boeiende discussies op.

In zijn serie ‘Moderne orgelfronten’ beschrijft Auke H. Vlagsma het Schwalbennest-orgel in de Universiteitskirche St.-Pauli te Leipzig.

Lydia Vroegindeweij schrijft over het door haar tien jaar geleden gestarte project ‘Orgelkids’. Zij maakt inzichtelijk welke ervaringen er zijn opgedaan met Orgelkids in Nederland en hoe de groeiende interesse uit verschillende landen ertoe leidde dat Orgelkids als project nu al actief is in twaalf landen met circa zestig Doe-orgels.

Pieter van Dijk en Frank van Wijk geven een verslag van het dertiende Internationale Schnitger-orgelconcours dat afgelopen juni in Alkmaar plaatsvond.

Orgeladviseur Peter van Dijk beschrijft de geschiedenis en de recente restauratie van het Timpe-orgel in de Nieuwe Kerk van Groningen. Cees van der Poel en Sietze de Vries bezochten het instrument en geven hun bevindingen in een ‘klankimpressie’.

Johan Haaksma bespreekt drie composities van de Zeeuwse musicus Kees van Eersel die vorig jaar  bij Boeijenga Music Publications verschenen.

In de serie ‘De Achterplaat’ van Frits Zwart gaat het over de befaamde organist Cornelis de Wolf, leerling van Jean Baptiste de Pauw en Cornelis Pameijer. Eerder in het nummer kwam De Wolf al ter sprake: de rubriek ‘Een eeuw geleden’ bevat namelijk een ingezonden uit het septembernummer 1919 van Het ORGEL, waarin De Wolf niet alleen om zijn orgespel maar ook vanwege zijn collegiale gastvrijheid geprezen wordt.

Artikel ‘Een kijkje in de keuken van de redactie’ uit Het ORGEL jrg 115 nr 1