Nederlandse organisten uit de School van Felix Mendelssohn Bartholdy: een verkenning. Deel 4: ‘hekkensluiter’ Jan Worp, Woldemar Bargiel en Johann Gottlob Schneider

door Albert Clement |Het ORGEL |Jaargang 117 |(2021) |Nummer 1

Felix Mendelssohn Bartholdy, in 1834 getekend door Friedrich Wilhelm von Schadow

Felix Mendelssohn Bartholdy was niet alleen in Duitsland invloedrijk. Veel studenten aan het conservatorium te Leipzig, dat de componist in 1843 oprichtte, kwamen uit het buitenland en keerden na hun studie naar hun thuisland terug. In een vierdelig artikel worden diverse Nederlandse organisten uit de School van Mendelssohn Bartholdy besproken.
Felix Mendelssohn Bartholdy overleed op 4 november 1847 aan de gevolgen van een familie-aandoening. In de zomer verbleef hij in Zwitserland, waar hij – tevergeefs – probeerde het plotselinge verlies van zijn innig geliefde zuster Fanny, die op 14 mei aan dezelfde aandoening was gestorven, te verwerken. Medio september kwam hij verouderd terug en begin oktober kreeg hij zelf de eerste symptomen van wat uiteindelijk tot het cerebraal aneurisma (hersenbloeding) zou leiden dat zijn dood veroorzaakte. Hij was 38 jaar jong toen hij overleed.
Ook na het overlijden van Felix Mendelssohn Bartholdy op 4 november 1847 verwelkomde het door hem opgerichte conservatorium in Leipzig nog Nederlandse studenten die later hun sporen als organist ruimschoots zouden verdienen. Als voorlopig laatste (want later in de negentiende eeuw volgen er meer) Nederlandse orgelstudent verliet Jan Worp het conservatorium in 1854. Naast hem en de eerder in deze bijdrage genoemde Nederlanders dienen hier nog twee Duitse musici nader ter sprake worden gebracht die elk op hun eigen wijze aanzienlijke invloed hebben gehad op respectievelijk de Nederlandse ‘Bach-Renaissance’ en de Nederlandse orgelcultuur: Woldemar Bargiel en Johann Gottlob Schneider.

Afbeeldingen