Paul Christiaan van Westering – een muzikale krekel

door Martin Moree | Het ORGEL | Jaargang 116 | (2020) | Nummer 6
De onbewuste kennismaking met Paul Christiaan van Westering staat de schrijver van dit artikel nog helder voor de geest. In de kerk van zijn jeugd werd met enige regelmaat psalm 72 gezongen. Een van de plaatselijke organisten leidde de gemeentezang dan steevast in met een aanstekelijk koraaltrio. Toen hij later eens aan hem vroeg van wie toch dit voorspel was, toverde de organist de koraalbundel tevoorschijn die in 1948 was verschenen ter ondersteuning van de ‘Hervormde Bundel’ uit 1938. Van Westering had getekend voor deze koningspsalm en er een statig voorspel bij gemaakt.
In de jaren daarna kwam er bij de auteur een bont palet aan orgelcomposities van hem voorbij waaruit hij zo af en toe eens iets speelde, maar dat hij verder weinig aandacht gaf. Enkele jaren geleden legde Arno van Wijk een bloemlezing van het oeuvre van Van Westering vast op een drietal cd’s, waardoor de auteur getriggerd werd om het stapeltje ‘Van Westering’ weer eens uit de kast te halen. Wie op YouTube of via andere digitale mogelijkheden orgelbespelingen volgt, ontdekt dat zo af ten toe ook composities van Van Westering gespeeld worden. Hoog tijd om het orgeloeuvre van deze markante componist, die vooral bekend geworden is van het kinderlied ‘Dikkertje Dap’, nader te bekijken.

Afbeeldingen