Een minimaal-invasieve ingreep in het ‘kleine’ Preludium in Bes, BWV 560

door Jan-Piet Knijff |Het ORGEL |Jaargang 116 |(2020) |Nummer 6

In de acht zogenaamde ‘kleine’ preludes en fuga’s die vroeger aan Johann Sebastian Bach werden toegeschreven, komen maar een paar herhalingstekens voor: in de eerste prelude (zo luidt de genretitel in het handschrift D-B Mus.ms. Bach P 281) in C (BWV 553) en in de laatste, die in Bes (BWV 560). De herhaling in de Bes-prelude levert problemen op. Tot maat 14 is alles duidelijk: maat 1-8 is een ‘bicinium’ en wordt manualiter uitgevoerd; maat 8-13 is een pedaalsolo. De daaropvolgende twee maten 14-15 staan in de bron tussen herhalingstekens. Deze herhaling wordt in moderne uitgaven zonder uitzondering uitgeschreven als maat 16-17. Na de verkorte herhaling van de pedaalsolo in maat 23 volgt weer een herhalingsteken. Maar de overgang van maat 23 en 24 is niet logisch en overtuigend. De auteur biedt in dit artikel een oplossing voor dit probleem.

Download:
Prelude ex B. (BWV 560) – editie Jan-Piet Knijff