Franz Liszt en het orgel

door Hans-Jürgen Kaiser |Het ORGEL |Jaargang 108 |(2012) |Nummer 1

Hans-Jürgen KaiserFranz Liszt en het orgel
Het ORGEL 108 (2012), nr. 1, 39-49 [samenvatting]

Het dubbele jubileum van Franz Liszt (in 2011 200 jaar geleden geboren en 125 jaar geleden overleden) is een goede aanleiding om opnieuw over zijn orgeloeuvre na te denken. Wie de levensloop van de componist overziet, ontdekt dat hij zich gedurende een lange periode vakkundig met het orgel heeft beziggehouden, zowel wat orgelbouw als wat interpretatie, historie en toekomst betreft. Het instrument was dus zeker geen bijzaak voor hem. Tegenwoordig wordt ten onrechte gefocust op slechts drie van zijn werken: ‘Präludium und Fuge über B-A-C-H’, ‘Ad nos ad salutarem undam’ en ‘Weinen, Klagen, Sorgen, Zagen’, waarvan met name ‘Ad nos’ een invloedrijk, centraal werk in de orgelliteratuur is. Naast deze drie werken heeft Liszt echter meer voor orgel geschreven, waaronder transcripties van werken van Bach, Chopin en van zichzelf.
Niet alleen deze orgelwerken, ook de aanwezigheid van instrumenten die een combinatie zijn van orgel, harmonium en piano in zijn werkruimten in Weimar en Rome, laat zien dat men Liszt niet eenzijdig als ‘pianovirtuoos’ moet typeren..
Het is te hopen dat het totale oeuvre van Liszt, inclusief zijn complete orgeloeuvre, weer beter gebruikt wordt, en dat interpreten en luisteraars hun speel- en luistervoorkeuren steeds weer historisch-kritisch, ook met betrekking tot de intenties van de maker, onderzoeken en niet bezwijken voor tijdelijk heersende receptie-trends.

Liszt-geboortehuis
Liszt-geboortehuis

Orgel in Denstedt
Orgel in Denstedt

liszt-standbeeld-weimar-foto-jansmelik
Liszt standbeeld in Weimar Foto: Jan Smelik