Orgelbouwnieuws: Blauwkapel (Utrecht), Oecumenische Onderwegkerk

Het ORGEL | Jaargang 104 | (2008) | Nummer 6
Blauwkapel(Utrecht), Oecumenische Onderwegkerk
[Orgelbouwnieuws uit NotaBene 2008-06 Juni]

In het voormalige fort Blauwkapel (Utrecht) bevindt zich een kleine uitde vijftiende en zestiende eeuw daterende kruiskerk, van oorsprong eenhuiskapel, behorend bij een versterkte boerenhofstede.
Het kerkgebouw was vanaf midden negentiende eeuw tot 1943 in gebruikbij de Hervormde Gemeente Groenekan. Tussen 1818 en 1821 werd het fortBlauwkapel aangelegd als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie;het fort werd in 1960 opgeheven. De kerk was in 1957 gekocht door deStichting Blauwkapel en werd vervolgens gerestaureerd. Vanaf 1961 wordthet gebouw beheerd door de Vereniging van Vrienden van Blauwkapel.
Voorzover bekend heeft er in dekerk van Blauwkapel voor 1903geen orgel gestaan. In dat jaarplaatste de Utrechtse orgelmakerJ.C. Sanders een tweedehandsorgel, afkomstig uit Amsterdam.Het was een salon-orgel, in 1844gebouwd door de Rotterdamse orgelmakersKam & Van der Meulen.
In 1943 werd dit instrument vanwegeoorlogsgevaar weggehaalden opgeslagen. Het orgel bevindtzich nu in de Protestantse Kerk‘De Hoeksteen’ te Vianen (DeOrgelkrant, jaargang 13/5, mei2008).
In 1961 kreeg de Blauwkapelsekerk haar tweede orgel dat in 1711gebouwd werd door de Ieperseorgelmaker Jacobus van Eyndevoor de St.-Trudo-Abdij te Male (bijBrugge). Reparaties vonden ondermeer plaats in 1774 en 1779. Na deopheffing van het klooster in 1796werd het verkocht aan de parochiekerkvan Beernem. In 1851/1852werd het door de toen te St.-Omaargevestigde orgelmaker Maximilienvan Peteghem overgeplaatst naarde kerk van Sint-Maria-Aalter. Bijdie gelegenheid is het orgel ingrijpendgewijzigd; daarbij werd gebruikgemaakt van delen uit eenorgel (1836), afkomstig uit eenklooster te Melsele. In 1887 werdenherstelwerkzaamheden uitgevoerddoor Jean Vergaert & Filste Gent, de voortzetters van hetin 1868 failliet verklaarde bedrijfvan Van Peteghem. Van de werkzaamhedendoor Van Peteghemen door Vergaert getuigen de inscriptiesop de pijp C (1711) vande Flûte 4’. Daar staat bovendienvermeld: “Joseph De Prez et Pierreont Reparé le mecanisme et le nettoyagede l’orgue 1897”. Toen PaulAnneessens in 1955 een nieuworgel voor de kerk in Sint-Maria-Aalter bouwde, nam hij het oude inen verkocht het rond 1960 aan defirma J. de Koff & Zn. te Utrecht.
De dispositie luidde toen: Bourdon8’, Melophone 8’ (waarschijnlijk in1887 of 1897 geplaatst ter vervangingvan een tweevoets register),Flûte traversière D 8’, Prestant4’, Flûte B/D 4’, Fourniture 2 st.,Trompet D 8’, Clairon B 4’. De manuaalomvangwas van C tot f3; hetorgel had geen pedaal.
In 1961 plaatste orgelmaker J.de Koff & Zn. (Utrecht) het instrumentin de kerk van Blauwkapel,waarschijnlijk reeds zonder deMelophone 8’. Op dat momentwas nog niets bekend over de geschiedenisvan het orgel. Het werdbeschouwd als een laat-zeventiende-eeuws Vlaams orgel. In 1968restaureerde de firma De Koffhet instrument, onder advies vanM.A. Vente. Daarbij werd, in eenpoging de vermeende oorspronkelijke toestand te herstellen, deFlûte traversière D 8’ uit 1852verwijderd en vervangen door eenCornet D 3 st. (+ Fluit B 2’), deFourniture uitgebreid tot 2-4 sterken een Doublette 2’ toegevoegdop de plaats waar voor 1961 deMelophone 8’ stond.
Bij deze restauratie werd niet onderkenddat in 1852 in feite eennieuw binnenwerk was gemaakt,met gebruikmaking van pijpwerkvan Jacobus van Eynde. VanPeteghem vervaardigde toen eennieuwe windlade. Omdat de omvangdaarvan, C-f3, groter was dande oorspronkelijke CDEFGA-c3 bijVan Eynde, moest Van Pethegemwoekeren met de plaatsruimte inde kleine orgelkast. Een foto vande situatie te Sint-Maria-Aalter laattwee verhogingen zien van het dakvan de kast respectievelijk ten behoevevan de Melophone en vande Clairon Bas/Trompette Discant.
Beide verhogingen zijn in 1968verwijderd en de grootste tongwerkbekerswerden verkropt.
In 2007/2008 is het orgel herstelddoor Elbertse Orgelmakerste Soest, onder advies van Petervan Dijk. Het bleek dat de ‘gereconstrueerde’registers uit 1968de oude pijpen zodanig in de wegstonden dat het stemmen ervanniet goed mogelijk was. Helaasontbraken de financiën om de toestandvan 1852 volledig in ere teherstellen. Daarom is besloten deop bankjes geplaatste Cornet D 3st. (met de Fluit B 2’ op de lade) uit1968 weg te nemen en het drievoetskoor van de Cornet als eenQuintfluit D 3’ op de lade op deplaats van de oorspronkelijke Flûtetraversière te plaatsen. Een deelvan de in 1968 aan de Fournituretoegevoegde pijpen werden verwijderd.
Het afgekomen pijpwerkis bewaard. De registers uit 1968zijn wat klank betreft zo goed alsmogelijk aangepast aan het historischepijpwerk. De Clairon B/Trompette D is in de bestaandevorm gehandhaafd. Van Peteghemhad in voor dit register bestaandekelen en tongen uit 1711 en 1836gebruikt en waar nodig aangevuld,waardoor een bonte mengelingvan keelvormen en -mensuren entongdiktes ontstond. Naar zuidelijketrant heeft het orgel een bas/discantdeling tussen c1 en cis1. Dewindlade (1852/1968) heeft volgendecancelindeling: c-e3 (heletonen), Bes, Gis, G, Fis, E, C, D, Cis,Dis, F, A, H, f3-cis (hele tonen). Dewindvoorziening (1968) bestaatuit een spaanbalg in de onderkast;de motor staat in dempkist achterhet orgel.

Dispositie:

Manuaal (C-f3)
Bourdon 8’ C-H hout, 1852; vervolg metaal,grotendeels 1711
Prestant 4’ C en Cis gecombineerd met Flûte4’; D, E, F, G, A-c1 in het front, 1711; Dis, Fis, Gis achtermiddentoren, 1852; cis1-f3 grotendeels 1711, vanaf cis3 uitoorspronkelijke mixtuur
Flûte 4’ C, Cis afgevoerd achter het front, vanaf Dop de lade; C-f2 gedekt, d-f2 met roeren; fis2-c3 open cilindrisch;cis3, dis3-f3 open conisch (uit Nasard 3’ van Van Eynde); d3opencilindrisch, 1968; C, D, E, F, G, A -cis3, dis3-f3 1711; Cis, Dis, Fis,Gis 1852
Doublette 2’ 1968
Founiture 2-3 st. laagste 2 koren 1852; hoogste koor vanafcis1 1968;
samenstelling:
C 2/3 1/2
cis 1 1/3 1
cis1 2 2/3 2 1 1/3
cis2 4 2 2/32
cis3 5 1/3 4 2 2/3
Cornet D 3 st. feitelijk Quintfluit D 3’, 1968;op delade-plaats van de Flûte traversière
Trompette D 8’ 1852, met voor een deel oudere kelen entongen
Clairon B 4’ 1852, met voor een deel oudere kelen entongen
Tremblant 1968

toonhoogte:a1 = 415 Hz
winddruk: 85 mm wk
stemming: evenredig zwevend

Bron:artikel van Peter van Dijk naar aanleiding van de jongste restauratie,welwillend door de auteur beschikbaar gesteld en hier in lichtgewijzigde vorm gepubliceerd.

Foto’s van Frans Sellies