Orgelbouwnieuws: De Cocksdorp, Waddenkerk

Het ORGEL |Jaargang 101 |(2005) |Nummer 10
De Cocksdorp, Waddenkerk
[Orgelbouwnieuws uit de ORGELkrant 2005-10 oktober]

Op 16 januari werd het gerestaureerde Leichel-orgel in deWaddenkerk van De Cocksdorp (Texel) weer in gebruikgenomen. De kast van dit instrument werd in 1736 vervaardigdvoor een tot nog toe onbekend kerkgebouw, vermoedelijk inWestfalen (D).
In 1879 gebruikte Friedrich Leichel deze kastvoor de bouw van een orgel in De Cocksdorp.
Nadat kerk enorgel in 1945 aanzienlijke schade hadden opgelopen voerdeH. Spanjaard in 1950 ingrijpende herstelwerkzaamheden uit.
Delen van de kast werden vervangen en ontbrekend pijpwerkaangevuld. Desondanks bleef een tweetal plaatsen op de ladeleeg. Vermoedelijk zijn bij die gelegenheid ook de grootste pijpenvan de Bordun 16 op een aparte lade met elektrische traktuurgeplaatst.
Bij de jongste restauratie kreeg het orgel een nieuwewindvoorziening en is voor de tonen C-g van de Bordun 16 eenaparte mechanische lade vervaardigd. Deze pijpen zijn tevens alsSubbas 16 in het Pedaal bespeelbaar.
De dispositie werd verderhersteld en aangevuld, waarbij via orgelmaker A. de Graafovertollig Leichel-pijpwerk (1894) uit het Hess-orgel te Velp
(1772) kon worden gebruikt. Dit materiaal is thans te vinden inde registers Octave 4 en Octave 2.

Manuaal (C-f3)
Principal 8
Bordun 16
Hohlflöte 8
Viola di Gamba 8 (C-H gecombineerd met Hohlflöte)
Octav 4
Flöte 4
Octave 2
Cornett D III
Pedaal (C-g)
Bordun 16 (transmissie)

Ventiel. Winddruk: 78 mm wk.
Toonhoogte: a1 = 440 Hz.
Temperatuur: evenredig zwevend.

Bron Mense Ruiter orgelmakers;
Jan Jongepier;
Hansvan Nieuwkoop, Het Historische Orgel in Nederland 1726-1769,Amsterdam 1997, 89-90