Orgelbouwnieuws: Groningen Evangelisch-Lutherse Kerk

Het ORGEL |Jaargang 100 |(2004) |Nummer 9
Groningen Evangelisch-Lutherse Kerk
[Orgelbouwnieuws uit de ORGELkrant 2004/09 september]

Fotot van de website Lutherse kerk Groningen: www.svlk.nl De Evangelisch-Lutherse Kerk te Groningen (Haddingestraat 23) bezit een monumentaal orgel, dat eind 1896 werd opgeleverd. Het werd gemaakt door de orgelmakers P. van Oeckelen en Zonen, zoals de firmanaam luidde. De bouw werd daadwerkelijk door twee zoons van Petrus van Oeckelen uitgevoerd, te weten Cornelis Aldegundis (l829-1905) en Antonius (1839-1918). Het orgel bezit 22 stemmen, verdeeld over Hoofdwerk, Bovenwerk en Pedaal. Het front is eerder traditioneel dan voor de bouwtijd eigentijds te noemen. In dispositie en klank vertegenwoordigt het orgel de expressieve stijl, verweven met moderne romantische elementen, die door de orgelmakers Van Oeckelen in die tijd werd gehanteerd. Door het samengaan van genoemde elementen is het orgel een duidelijk voorbeeld van de laat-19e eeuwse periode in de Groningse orgelbouw. Van de vijf orgels van het huis Van Oeckelen die ooit in de stad Groningen stonden is dit orgel weliswaar het jongste, maar zeker niet het geringste. Het orgel is gerestaureerd door Mense Ruiter Orgelmakers te Zuidwolde. Slijtage en inwerking van droogte hadden schade aangericht die het gebruik belemmerden. Tevens werden enkele minder gelukkige retoucheringen van dispositie en klank ongedaan gemaakt. Hiervoor is authentiek Van Oeckelen-pijpwerk verworven. Op vrijdag 3 september (half acht ’s avonds) zal het heringebruiknemingsconcert van het orgel plaatsvinden. Adviseur Jan Jongepier zal het nodige over de restauratie vertellen en het orgel uiteraard demonstreren. Ook zullen Johan Beeftink(oud-organist) en Tymen Jan Bronda (huidige organist) het orgel laten horen. Om de eigenlijke functie van het instrument te benadrukken brengt het Vocaal Ensemble Cantatrix uit Veenwouden onder leiding van Geert-Jan van Beijeren Bergen en Henegouwen het koor- en orgelwerk Laudes Organi(Kodály) ten gehore. Zie ook de agenda.

Dispositie: voor (links) en na (rechts) restauratie

Hoofdwerk (C-f3)

Prestant 8’

Prestant 8’

Bourdon 16’

Bourdon 16’

Roerfluit 8’

Roerfluit 8’

Octaaf 2’

Violon 16’

Octaaf 4’

Octaaf 4’

Quint 11⁄2’

Quintfluit 3’

Nachthoorn 4’

Nachthoorn 4’

Sexquialter II

Octaaf 2’

Mixtuur III-IV

Mixtuur III-IV

Trompet 8’

Trompet 8’

Bovenwerk (C-f3)

Prestant 4’

Prestant 8’

Violoncel 8’

Violoncel 8’

Quintfluit 3’

Viola di Gamba 8’

Holpijp 8’

Holpijp 8’

Gedekt Fluit 4’

Fluit Harmonique 4’

Piccolo 2’

Piccolo 2’

Dulciaan 8’

Clarinet 8’

Pedaal (C-d1)

Subbas 16’

Subbas 16’

Octaaf 8’

Octaaf 8’

Bourdon 8’

Bourdon 8’

Octaaf 4’

Octaaf 4’

Trombone 8’

Trombone 8’

Bron: Jan Jongepier en Tymen Jan Bronda