Orgelbouwnieuws: Mijdrecht, Hervormde Kerk

Het ORGEL |Jaargang 97 |(2001) |Nummer 9
Mijdrecht, Hervormde Kerk
[Orgelbouwnieuws uit de ORGELkrant 2001/09, september]

Op 7 april werd het gerestaureerde Bätz-orgel in de Hervormde Kerk te Mijdrechtopnieuw in gebruik genomen. Het bijna 150 jaar oude instrument onderging in de loop derjaren een aantal wijzigingen, maar bleef desondanks grotendeels gaaf bewaard. In eersteinstantie verzorgde de firma Bätz-Witte het onderhoud, maar de overplaatsing van hetorgel naar het nieuwe kerkgebouw (1858) werd uitgevoerd door de orgelmakers Flaes &Brünjes. Bij deze gelegenheid vonden kleine herstelwerkzaamheden plaats en werden defrontpijpen opnieuw gepolijst. Meer ingrijpend waren de werkzaamheden die M. Vermeulen in1915 uitvoerde. Hij verdiepte de orgelkast, verving de registerplaatjes en breidde dedispositie uit. Zo kreeg het Hoofdwerk een Bourdon 16 op een nieuwe pneumatische lade, dieook separaat in het Pedaal bespeelbaar was. Op het Bovenwerk plaatste Vermeulen nog deregisters Viool 8, Vox Celeste 8 en Vox Humana 8, eveneens op een afzonderlijkepneumatische lade. Tenslotte was Vermeulen waarschijnlijk verantwoordelijk voor hetuitschakelen van het dubbelkoor van de Prestant 8 van het Hoofdwerk. In 1961 nam A. Bikhet orgel onder handen. Hij maakte de Bourdon 16 nu als Subbas 16 – Gedekt 8’ inhet Pedaal bespeelbaar en voegde aan het Hoofdwerk een Sexquialter toe. Op het Bovenwerkruimde de Vox Humana 8 het veld voor een Nasard 3. Onder advies van W.R. Talsmarestaureerde L. Verschueren tien jaar later de oude sleepladen. Bij die gelegenheid werdhet dubbelkoor van de Prestant 8 weer aangesloten.

In 1998 ontvingen de orgelmakers Gebr. Van Vulpen de opdracht voor de thans voltooiderestauratie. Als adviseurs traden Aart van Beek en Wim Diepenhorst op. Voor de beidemanualen werd de toestand van 1842 als uitgangspunt genomen; alle pneumatischetoevoegingen zijn verwijderd. De orgelkast werd hersteld en opnieuw geschilderd door defirma De Jongh (Waardenburg), terwijl de uit 1967 daterende borstwering is vervangen dooreen nieuwe. Windvoorziening, windladen en pijpwerk zijn zorgvuldig hersteld. Daarnaastbesloot men tot de aanleg van een nieuw vrij pedaal. De bijbehorende windlade, mechaniekenen koppelingen zijn nieuw gemaakt, evenals het pijpwerk van de Octaaf 8 en de Fagot 16.Voor de Subbas 16 gebruikte men pijpwerk van de voormalige Bourdon 16 (1915) dat aan denieuwe situatie werd aangepast. Het Pedaal wordt van wind voorzien door de bovenste van dedrie spaanbalgen. De beide onderste balgen leveren de wind voor Hoofd- en Bovenwerk.

Omdat de wind van het Bovenwerk zich echter tamelijk onrustig gedroeg is hiervoor nogeen (uitschakelbare) schokbalg aangebracht. Tenslotte kreeg het orgel nieuweregisterplaatjes, naar voorbeeld van het Bätz-orgel in de Oude Kerk te Zeist.

De dispositie: Hoofdwerk (Manuaal I, C-f3): Prestant 8 (dubbel vanaf A, C-b1in het front, vervolg op de lade), Roerfluit 8 (C-H eiken, rest metaal), Octaaf 4, Fluit 4(gedekt), Quint 3, Octaaf 2, Mixtuur III-VI, Cornet D IV, Trompet 8 (houten steveks enkoppen). Bovenwerk (Manuaal II, C-f3): Holpijp 8 (C-H eiken, vervolg metaal),Salicionaal 4, Roerfluit 4, Gemshoorn 2. Pedaal (C-d1): Subbas 16, Octaaf 8,Fagot 16. Koppelingen HW-BW, Ped-HW, Ped-BW, Tremulant voor HW en BW. Winddruk: 69 mm. Wk.Toonhoogte: a1 = 444 Hz. Temperatuur: evenredig zwevend. Bron: OrgelmakerijGebr. van Vulpen en Wim Diepenhorst.