Orgelbouwnieuws: Bleiswijk, O.L.V. Visitatie

Het ORGEL |Jaargang 97 |(2001) |Nummer 4
Bleiswijk, O.L.V. Visitatie
[Orgelbouwnieuws uit de ORGELkrant 2001/04, april ]

bleiswijk.jpg (33131 bytes)Op 29 november werdhet gerestaureerde Ypma-orgel in de parochiekerk te Bleiswijk opnieuw in gebruik genomen.Over de orgelgeschiedenis van de R.-K. parochie in Bleiswijk vóór 1870 is (nog) nietveel bekend. In dat jaar besloot het kerkbestuur tot de bouw van een nieuw instrument, ennam daartoe contact op met de in Alkmaar gevestigde Lodewijk Sjoerds Ypma (1823-1887).Volgens het bestek zou Ypma voor het Bovenwerk van het nieuwe orgel gebruik maken van delade en het pijpwerk van het reeds in de kerk aanwezige ‘kabinet Huisorgel’.Uiteindelijk vervaardigde Ypma echter voor bijna alle registers van het Bovenwerk nieuwpijpwerk. Daarentegen gebruikte hij wel enig ouder pijpwerk voor het Hoofdwerk. Het orgelwerd op 1 november 1871 opgeleverd en bleef geruime tijd ongewijzigd.

In 1925 nam Th. J. Jos. Vermeulen het orgel onder handen. Hij verving de sleeplade vanhet Bovenwerk door een pneumatische kegellade die een plaats kreeg achter het Hoofdwerk.Daartoe werd de orgelkast verdiept en verwijderde men grote delen van de oorspronkelijkeachterwand. Ook de dispositie bleef niet onaangetast. Op het Bovenwerk ruimde deSpeelfluit 2 het veld voor een Voix celeste 8 en werden de pijpen van het groot octaaf vanzowel de Holpijp 8 als de Fluit 4 vervangen door zinken exemplaren. Op het Hoofdwerkplaatste men een nieuwe Trompet 8 en verdween de Cornet D III ten gunste van een Bourdon16. De bas van dit laatstgenoemde register kreeg een plaats op een afzonderlijkepneumatische lade en kon door middel van een (pneumatische) transmissie ook fungeren alsSubbas 16. In 1952 en 1971 voerde de firma Jos. Vermeulen opnieuw werkzaamheden uit. Bijdie laatste gelegenheid ging de oude magazijnbalg verloren.

In 1997 kregen de plannen voor een algehele restauratie van het orgel vastere vorm enin het najaar van 1999 kon het kerkbestuur de opdracht hiervoor verstrekken aan de firmaHendriksen en Reitsma te Nunspeet. Deze firma was vanaf 1980 verantwoordelijk voor hetonderhoud van het instrument. Bij de thans voltooide restauratie, onder advies van Ton vanEck namens de KKOR, stond herstel van het oorspronkelijke instrument voorop. Daarnaastkreeg het orgel, dat oorspronkelijk slechts over een aangehangen pedaal beschikte, eennieuw vrij pedaal dat op een nieuwe lade achter de kast werd geplaatst. De oorspronkelijkeafmetingen van de orgelkast werden hersteld, waarbij het nog aanwezige oude raamwerk vande oude achterwand opnieuw van grenen deuren is voorzien. De windvoorziening is herstelden voorzien van een gebruikte magazijnbalg met in- en uitspringende vouw. Voor hetBovenwerk vervaardigde men een nieuwe sleeplade met bijbehorende traktuur in de stijl vanYpma. De in 1925 geplaatste zinken pijpen in de Holpijp 8 en de Fluit 4 werden vervangendoor metalen exemplaren. Veder verving men de Voix celeste 8’ door een nieuweSpeelfluit 2, gekopieerd naar het exemplaar in de Hervormde Kerk van St.-Nicolaasga. Hetfeit dat er een nieuwe lade werd gemaakt, verschafte ook de mogelijkheid om de dispositievan het Bovenwerk uit te breiden met een Quintfluit 3, gekopieerd naar het gelijknamigeexemplaar in de R.-K. Kerk te Kethel. Tenslotte voegde men aan de Prestant 8 D een kleinoctaaf toe. Het Hoofdwerk herkreeg zijn originele dispositie. De uit 1925 daterenderegisters Bourdon 16 en Trompet 8 werden verwijderd. In plaats daarvan vervaardigde meneen nieuwe Cornet D III, gekopieerd naar het voorbeeld van de Cornet in St.-Nicolaasga eneen nieuwe Trompet 8, gekopieerd naar het gelijknamige exemplaar in de R.-K. Kerk teWestwoud. Tenslotte herstelde men de klaviatuur. Het onderklavier kreeg nieuw ivoren belegop de ondertoetsen. De nog bruikbare oude delen zijn gebruikt om het toetsbeleg van hetbovenklavier aan te vullen.

De dispositie: Hoofdwerk (Manuaal I, C-f3): Prestant 8 (C-e1 front, rest op de lade),Salicionaal 8 (C-G afgevoerd achter het front, Gis-H in het front, vervolg op de lade),Bourdon 8 (C-H eiken, rest metaal), Octaaf 4 (C-fis1 Ypma, vervolg grotendeels ouder),Fluit 4 (C-d1 gedekt vervolg open, conisch), Quint 3 (open), Octaaf 2 (C-fis Ypma, vervolgouder), Cornet D III (nieuw), Trompet 8 (nieuw). Bovenwerk (Manuaal II): Prestant 8 (vanafc, c-h nieuw, rest Ypma), Holpijp 8 (C-H nieuw, eiken, vervolg Ypma), Gamba 8 (C-Hgecombineerd met Holpijp), Fluit 4 (C-H nieuw, C-fis2 gedekt, vervolg open conisch, ouderdan Ypma), Quintfluit 3 (nieuw, C-h1 gedekt), Speelfluit 2 (nieuw, conisch). Pedaal(C-c1): Subas 16 (nieuw, eiken), Gedekt 8 (nieuw, eiken). Manuaalkoppel, Pedaalkoppel(1925), Tremulant. Winddruk: 72 mm wk. Toonhoogte: a1 = 440 Hz. Temperatuur: evenredigzwevend.

Bron: Het Ypma-orgel in de R.-K. parochiekerk O.L.Vrouwe Visitatie te Bleiswijk (2000);Hendriksen & Reitsma