Orgelbouwnieuws: Wemeldinge Hervormde Kerk

Het ORGEL |Jaargang 97 |(2001) |Nummer 3
Wemeldinge Hervormde Kerk
[Orgelbouwnieuws uit de ORGELkrant 2001/03, maart ]

Het uit 1899 daterende Van Dam-orgel in de Hervormde Kerk te Wemeldinge is afgelopendecember verrijkt met een Basson 16. Het instrument werd oorspronkelijk gebouwd voor deHervormde Kerk te Kruiningen. Omdat deze kerk ten gevolge van de watersnoodramp in 1953aanzienlijke waterschade had opgelopen, werd het orgel afgekeurd en op kosten van hetrampenfonds vervangen. Of het instrument daadwerkelijk schade had opgelopen is echter nietbekend. Op 10 december 1958 kon het nieuwe Van Vulpen-orgel voor Kruiningen officieel ingebruik genomen worden. Het Van Dam-orgel had inmiddels een nieuwe bestemming gekregen inde Hervormde Kerk van het nabij gelegen Wemeldinge, waar tot dat moment geen orgelaanwezig was. Dit was een gevolg van een testamentaire beschikking uit 1787 van MariaCoomans, die een deel van haar bezittingen aan de kerk van Wemeldinge vermaakte, ondervoorwaarde dat er ‘geen orgel ten dienste van het gesang in voornoemde kerk teWemeldinge voor rekening van derselve kerk gemaakt nog opgerigt werde.’ Vanaf 1905werden verschillende (vergeefse) pogingen ondernomen om onder deze bepaling uit te komen.Uiteindelijk wist de plaatselijke predikant in 1952 voor elkaar te krijgen dat degemeentezang voortaan ondersteund mocht worden door een zestal koperblazers. Terassistentie hiervan kwam daar vier maanden later een harmonium bij. Pas in 1957 wist mende bovengenoemde beschikking te omzeilen. Niet de kerkvoogdij, maar een speciaal daartoeopgericht orgelcomité kocht het Van Dam-orgel uit Kruiningen aan. De overplaatsing werduitgevoerd door de firma B. Koch uit Apeldoorn. Het orgel kreeg een plaats onder de boogdie de scheiding vormt tussen koor en schip. Deze ruimte was echter te klein om hetinstrument te herbergen. Daarom kortte men het front in, en maakte men de zijveldensmaller. De windladen werden lager in de kas gelegd, hetgeen vervanging van de originelewindvoorziening tot gevolg had. Tenslotte verdwenen ook de achterwand, alsmede grote delenvan de zijwanden van de orgelkast. Het aldus gewijzigde instrument kon op 20 maart 1958weer in gebruik genomen worden. Ruim tien jaar later leverde de firma Koch een nieuweklaviatuur en werd een pneumatische lade met daarop een Subbas 16 toegevoegd. De nieuwehandklavieren hadden een omvang van C-f3, zodat de tonen fis3 en g3, die wel op de ladenaanwezig waren, tot zwijgen werden gebracht. Het ‘overtollig’ geworden pijpwerkverdween.

In 1991 voltooide Flentrop Orgelbouw onder advies van Jan Jongepier een algehelerestauratie van het orgel, waarbij de toestand van 1899 het uitgangspunt vormde. Door hetfront naar voren te plaatsen konden de oorspronkelijke afmetingen worden hersteld. Deafgezaagde frontpijpen werden verlengd en de zijvelden gecompleteerd, evenals hetverdwenen snijwerk. Daarna schilderde men de kast in imitatie-eiken, afgezet met bladgoud.De windladen kregen hun oorspronkelijke plaats in de orgelkas terug, zodat de zeerontoereikende windvoorziening van Koch kon worden vervangen door een nieuwe magazijnbalgmet dubbele vouw. De klaviatuur werd gereconstrueerd in de stijl van Van Dam, waarbijgebruik kon worden gemaakt van een historisch pedaalklavier van P. van Dam. Beschadigingenaan het pijpwerk werden hersteld en het verdwenen pijpwerk voor de tonen fis3 en g3bijgemaakt. Op het Bovenwerk was sinds 1899 een lege sleep aanwezig, oorspronkelijkbestemd voor een (doorslaande) Clarinet 8. In plaats daarvan vervaardigde men een Dulciaan8. Tenslotte verving men de pneumatische pedaallade met bijbehorende Subbas door eennieuwe mechanische lade, ingericht voor twee registers. In eerste instantie plaatste menhierop slechts een (nieuwe) Subbas 16. De lege plaats, bedoeld voor een Basson 16 kon in2000 worden ingevuld. Het pijpwerk van dit laatstgenoemde register, met houten stevels enkoppen, sluit wat factuur betreft aan bij de in 1991 aangebrachte Dulciaan 8 van hetBovenwerk. Ook deze werkzaamheden werden uitgevoerd door Flentrop Orgelbouw.

De dispositie: Hoofdwerk (Manuaal I, C-g3): Bourdon 16 (C-H grenen), Prestant 8, Violon8 (vanaf c), Holpijp 8 (C-H eiken), Octaaf 4, Roerfluit 4, Quint 3, Octaaf 2, MixtuurII-III, Cornet D III, Trompet B/D 8 (metalen stevels en koppen). Bovenwerk (Manuaal II,C-g3): Salicionaal 8, Viola di Gamba 8 (C-H gecombineerd met Fluit dolce), Fluit dolce 8,Salicet 4, Fluit travers 4, Gemshoorn 2, Dulciaan 8 (1991), Tremulant. Pedaal (C-d1):Subbas 16 (1991), Basson 16 (2000). Koppelingen: Hw-Bw, Ped-Hw, Ped-Bw. Winddruk: 68 mmwk. Toonhoogte: a1 = 440 Hz. Temperatuur: evenredig zwevend.

Bron: De Mixtuur 75 (1993), 804-806;
alsmede informatie van Willem Jan Cevaal en Flentrop Orgelbouw