Orgelbouwnieuws: Utrecht, Nicolaïkerk

Het ORGEL | Jaargang 97 | (2001) | Nummer 1
Utrecht, Nicolaïkerk
[Orgelbouwnieuws uit de ORGELkrant 2001/01, januari ]

utrecht-nic-ncrv.jpg (11382 bytes)Op zaterdag 16december om vijf uur ’s middags droeg de voorzitter van de NCRV, de heer Frits Brink,het gebruiksrecht van het Sweelinck-orgel over aan de Utrechtse Nicolaïkerk. Daarmee kwamhet allereerste ‘Nederlandse’ orgel van de Deense firma Marcussen (1953) onderéén dak te staan met het tweede Nederlandse instrument van Marcussen, het hoofdorgel vande Nicolaïkerk (1957). De totstandkoming van het eerstgenoemde instrument had nogal watvoeten in de aarde en vormde uiteindelijk mede aanleiding voor een nieuwe oriëntatie inde Nederlandse orgelbouw. Bij de ingebruikneming van het instrument, in oktober 1953,sprak dr. Anton van der Horst (achteraf gezien terecht) van een mijlpaal in degeschiedenis van het orgel in Nederland. Ondanks deze welhaast profetische woordenverliepen de daaropvolgende jaren voor het Sweelinck-orgel allerminst rooskleurig. In 1955voerde de firma Marcussen & Søn herstellingen aan de pedaallade uit. Deze lade wasonvoldoende ondersteund hetgeen tot doorbuigen en enige overloop van wind had geleid. In1958 werd het orgel opgesteld in de Maranatakerk te Hilversum in verband met werkzaamhedenaan de studio. In 1972 verhuisde het opnieuw; ditmaal naar een studio in het AVRO-gebouw.In de jaren ’80 keerde het instrument terug naar de grote studio in het gebouw van deNCRV. Nadat het in 1996 door Flentrop Orgelbouw werd opgeslagen, kwam er een voorlopigeinde aan de mediacarrière van dit markante instrument. De overplaatsing naar deNicolaïkerk werd uitgevoerd door de medewerkers van orgelmakerij Gebr. van Vulpen onderadvies van Peter van Dijk. Bij deze gelegenheid is het orgel op een nieuw verrijdbaarpodium geplaatst.

De dispositie: Onderklavier (C-f3): Roerfluit 8 (C-H eiken, gedekt, vervolg metaal metroeren), Prestant 4, Woudfluit 2, Mixtuur IV, Dulciaan 8. Bovenklavier (C-f3): Gedekt 8(C-H gecombineerd met Roerfluit 8, vervolg metaal), Roerfluit 4, Prestant 2, Nasard 1 1/3,Sesquialtera II, Cymbel I. Pedaal (C-f1): Subbas 16 (eiken, aangesloten op een kegellade),Gedekt 8 (C-f transmissie uit Subbas c-f1), Quintadena 2, Fagot 16, Vox humana 4.Koppelingen I+II, P+I, P+II. Tremulant. Winddruk: 52 mm wk. Toonhoogte: a1 = 442 Hz bij 21graden. Temperatuur: evenredig zwevend.

Bron: Stephen Taylor