Orgelbouwnieuws: Leersum, Gereformeerde Johanneskerk

Het ORGEL |Jaargang 96 |(2000) |Nummer 1
Leersum, Gereformeerde Johanneskerk
[Orgelbouwnieuws uit de ORGELkrant 2000/1, januari]

Met een concert op 20 november, verzorgd door Erik van de Heijden (orgel) en Hans Zomer(bas-bariton), werd het gerenoveerde orgel van de Gereformeerde Johanneskerk te Leersumweer in gebruik genomen. Het instrument dateert oorspronkelijk uit 1968, toen deAmsterdamse firma Fontijn & Gaal een nieuw orgel plaatste met de volgende dispositie:Manuaal I (C-g3): Prestant 8, Roerfluit 8, Octaaf 4, Mixtuur III (1 1/3). Manuaal II(C-g3): Holpijp 8, Roerfluit 4, Prestant 2, Nasard 1 1/3, Tremulant. Pedaal (C-f1): Subbas16. De drie koppelingen, I+II, Ped+I en Ped+II waren uitgevoerd als treden. Het instrumentkreeg een plaats op de daarvoor gereserveerde balustrade. De windlade van Manuaal I wasdirect achter het front geplaatst. Daarachter lag, gescheiden door een looppad, dewindlade van Manuaal II. De Subbas kreeg een plaats tegen de linkerzijwand van de kas,terwijl de klaviatuur aan de rechterzijde werd ingebouwd. Het instrument had eenlichtmetalen mechaniek. De windladen waren voorzien van verende kunststof slepen. In deonderkas bevond zich een kleine magazijnbalg, terwijl onder de laden nog regulateursgeplaatst waren. Slijtage aan de mechanieken en verzakking van enkele frontpijpen leiddende laatste jaren tot steeds meer storingen. Bovendien ontstond er steeds meer onvrede overde klank van het orgel. De twee organisten van de kerk, Ton Blom en Erik van der Heijden,stelden vervolgens een restauratieplan op. Na een uitgebreide oriëntatiefase werdbesloten de opdracht te verlenen aan de firma A. Nijsse en Zoon (Oud Sabbinge). De thansvoltooide werkzaamheden bestonden uit het repareren van de verzakte frontpijpen en hetaanbrengen van leren pulpeten in plaats van de loden strips. Verder is de lichtmetalenmechaniek geheel vervangen. De nieuwe mechanieken zijn grotendeels van eiken; voor denieuwe abstracten is red cedar gebruikt. Ook de oude slepen zijn verwijderd en vervangendoor eiken exemplaren. De windvoorziening onderging eveneens de nodige wijzigingen. Debestaande regulateurs onder de laden zijn vastgezet en de oude magazijnbalg is verwijderd,waarna een nieuw (groter) exemplaar achter de orgelkast geplaatst werd. Ook de Tremulantis vernieuwd. De windlade van Manuaal II werd 180° gedraaid, zodat de Holpijp nu vooraanstaat. Tenslotte onderging de dispositie de nodige wijzigingen: De bestaande Prestant 2(Manuaal II) kreeg als Octaaf 2 een plaats op Manuaal I; deze lade is hiervoor van eenkantsleep voorzien. Meer ingrijpend waren de veranderingen op Manuaal II. De Nasard 1 1/3werd verwijderd en de twee vrijgekomen plaatsen werden ingenomen door een nieuwe Nasard 3en een nieuwe Fluit 2. Ook deze lade kreeg een kantsleep waarop een nieuwe Terts 13/5’ werd geplaatst. Aansluitend volgde een volledige herintonatie van de nogbewaarde registers.

De dispositie: Manuaal I (C-g3): Prestant 8, Roerfluit 8, Octaaf 4, Octaaf 2, MixtuurIII. Manuaal II (C-g3): Holpijp 8 (geheel metaal), Roerfluit 4, Nasard 3 (1999), Fluit 2(1999), Terts 1 3/5 (1999), Tremulant (1999). Pedaal (C-f1): Subbas 16 (Mahonie).Koppelingen: I+II, Ped+I, Ped+II, uitgevoerd als treden. Winddruk: 72 mm wk. Toonhoogte:a1 = 440 Hz. Temperatuur: variant op Werckmeister III.

Bron: Erik van der Heijden en René Nijsse