Orgelbouwnieuws: Wijnbergen, St.-Martinuskerk

Het ORGEL |Jaargang 96 |(2000) |
Wijnbergen, St.-Martinuskerk
[Orgelbouwnieuws uit de ORGELkrant 2000/12, december ]

wijnbergen.jpg (18219 bytes)Op 25 juni 2000 werdhet gerestaureerde orgel van de St.-Martinuskerk te Wijnbergen opnieuw in gebruik genomen.Blijkens een etiket in de ventielkast van de windlade werd het instrument in 1872vervaardigd door Julius Heinrich Derdack, orgelmaker te Zutphen. Derdack was demeesterknecht van J.G. Lohman en heeft geprobeerd de orgelmakerij na diens dood voort tezetten. Het orgel dat hij aan Wijnbergen leverde is mogelijk nog voor een deel door Lohmanvervaardigd aangezien de vormgeving van de kast alsmede de windlade-indeling doenvermoeden dat het instrument ouder is dan 1872. Het orgel bleef in de loop der jaren nietongeschonden bewaard. Toen de kerk in 1910 werd verbouwd is de orgelkast ter hoogte van dekappen van de zijtorens uitgezaagd om ruimte te scheppen voor de trekbalken van de kap.Verder gingen in op enig moment het handklavier, de registerplaatjes, de registerknoppenalsmede een deel van het pijpwerk verloren; de registers Quint 3 en Dulcian 8 ontbrakenzelfs geheel. De thans voltooide restauratie werd uitgevoerd door de medewerkers vanOrgelmakerij Gebr. Reil. Namens de KKOR trad Ton van Eck op als adviseur. De orgelkast isin imitatie-eiken geschilderd door schildersbedrijf Pelgrim (Westervoort). Dewindvoorziening, compleet met originele trapinrichting, is hersteld en de magazijnbalg,met in- en uitspringende vouw, geheel opnieuw beleerd. Verder voegde men een tremulanttoe. De windlade is van eiken, maar de stokken zijn aan de bovenzijde met mahonie bekleed.Het niet originele handklavier is vervangen door een passender exemplaar met palissanderbakstukken. Het originele pedaalwellenbord, de winkelhakenregel, het horizontalewellenbord onder de lade en de overige mechaniekonderdelen zijn gerestaureerd. Het oudepedaalklavier, dat op de orgelkast was opgeslagen kon worden herplaatst. De niet origineleregisterknoppen en opschriften zijn vervangen door zwarte knoppen van een passend modelmet porseleinen plaatjes en beschriftingen naar voorbeeld van die van het orgel in deLutherse Kerk in Zutphen. Tenslotte is het beschadigde pijpwerk zorgvuldig hersteld en hetontbrekende pijpwerk in passende factuur bijgemaakt.

De dispositie:
Manuaal (C-f3): Bourdon 16 (C-h naaldhout, vervolg metaal), Prestant 8 (C-Cis hout, D-b1front, h1-f3 op de lade), Hohlflöte 8 (C-H naaldhout, vervolg metaal), Gamba 8 (C-Hgecombineerd met Hohlflöte, vervolg metaal), Salicional 4, Flöte 4 (C-f2 gedekt, vervolgconisch open), Quint 3 (nieuw), Waldflöte 2 (cilindrisch open), Dulcian 8 (nieuw naarmodel Lutherse Kerk Zutphen), Tremulant, Ventiel. Aangehangen pedaal, C-d1. Winddruk: 63mm wk. Toonhoogte: a1 = 443 Hz bij 18 °C. Temperatuur: evenredig zwevend.

Bron: Orgelmakerij Gebr. Reil b.v. en Ton van Eck