Sweelinck Symposium 1999

Het ORGEL | Jaargang 96 | (2000) | Nummer 1
Peter van DijkSweelinck Symposium 1999
Het ORGEL 96 (2000), nr. 1, 34-36 [samenvatting]

Tijdens het 18de Holland Festival Oude Muziek Utrecht (26augustus-5 september 1999) werden alle klavierwerken van Jan Pietersz. Sweelinck(1562-1621) uitgevoerd. Tevens was er een symposium over deze muziek. In de lezingen kwamveel wetenswaardigs naar voren over de uitvoering van Sweelincks klavierwerken. RudolfRasch maakte duidelijk dat de muziek tot de renaissance behoorde; affectrijk spelen isniet aan de orde, het laten horen van de polyfone structuren juist wel. Ulf Grapenthinzette uiteen dat Sweelinck voor zijn Kompositionsregeln het Italiaanse Istituzioniharmoniche van Gioseffo Zarlino als uitgangspunt gebruikte. Michael Belotti bereidt eenuitgave van Jacob Praetorius’ Magnificat-cycli voor; daarin komen registratieaanwijzingen voor. Ton Koopman gaf een aantal adviezen: volg bij het spelen van Sweelinckéén betrouwbare bron; bedenk dat Sweelinck tweeklaviers clavecimbels niet kende; oudevingerzetting is bepalend voor de articulatie; voeg naar eigen smaak versieringen toe.Menno van Delft sprak eveneens over vingerzetting: ‘Het helpt altijd als je weetwelke vinger je gaat gebruiken’. Pieter Dirksen meende dat er er bij Sweelinck eenindeling in orgel- en clavecimbelwerken te maken is; algemeen gesteld zijn de variatiesover geestelijke liederen orgelmuziek. Gustav Leonhardt gaf een breed (kunst)historischperspectief bij Sweelincks muziek. Hij waarschuwde voor ‘wishful thinking’ doorzich af te vragen of Sweelinck een symposium als dit wel zou hebben begrepen. Hetsymposium was compleet met excursies naar voor het uitvoeren van Sweelincks muziekinteressante orgels, zoals in de Pieterskerk te Leiden.