Orgelbouwnieuws: Nunspeet, Christelijke Gereformeerde Oenenburgkerk

Het ORGEL |Jaargang 95 |(1999) |Nummer 1
Nunspeet, Christelijke Gereformeerde Oenenburgkerk
[Orgelbouwnieuws uit de ORGELkrant 1999/11, november]

nunspeet-gkoen.jpg (26025 bytes)Op ditmoment leggen de medewerkers van Hendriksen & Reitsma Orgelbouw de laatste hand aanhet nieuwe orgel voor de Christelijke Gereformeerde Oenenburgkerk aan de Vlierweg teNunspeet. In het ruim twintig jaar oude kerkgebouw was tot voor kort alleen eenelektronium aanwezig hetgeen de vervaardiging van dit nieuwe instrument extra bijzondermaakt. Bij de bouw van het nieuwe orgel was geen adviseur betrokken. De tongwerkenbezitten houten stevels en koppen en de windvoorziening bestaat uit twee magazijnbalgen.Tijdens een open dag op zaterdag 27 november, van tien uur ’s ochtends tot vier uur’s middags, kan het instrument bezichtigd en bespeeld worden.

De dispositie: Hoofdwerk (Manuaal I, C-f3): Prestant 8, Roerfluit 8 (C-H eiken), Octaaf4, Fluit 4, Quint 2 2/3, Octaaf 2, Mixtuur IV, Cornet III (vanaf a), Trompet 8. Nevenwerk(Manuaal II, C-f3): Holpijp 8 (C-H eiken), Salicionaal 8 (C-H gecombineerd met Holpijp),Prestant 4, Roerfluit 4, Quintfluit 2 2/3, Woudfluit 2, Terts 1 3/5, Sifflet 1, Dulciaan8. Pedaal (C-d1): Subbas 16 (eiken), Open Fluit 8’, Octaaf 4, Bazuin 16 (C-H halvebekerlengte). Koppelingen HW-NW, Ped-HW, Ped-NW. Twee inliggende tremulanten. Winddruk HW,NW: 72 mm wk; Ped: 80 mm wk. Toonhoogte: a1 = 440 Hz. Temperatuur: Neidhardt I.

Bron: Hendriksen & Reitsma Orgelbouw