Orgelbouwnieuws: Hilversum, Heilig Hartkerk

Het ORGEL |Jaargang 95 |(1999) |
Hilversum, Heilig Hartkerk
[Orgelbouwnieuws uit de ORGELkrant 1999/7-8, juli-augustus]

Met een orgelmanifestatie op zondagmiddag 23 mei werd het koororgel van de HeiligHartkerk te Hilversum in gebruik genomen. Gedurende de feestelijkheden werd het orgelbespeeld door Wouter van Belle, Ton van Eck en Aart de Kort, die elk een programma vanongeveer 30 minuten ten gehore brachten. Zowel de programma’s als de vertolkingdaarvan leverden een zeer gevarieerd beeld op waarbij de verschillende mogelijkheden vanhet instrument uitgebreid aan bod kwamen.

Het instrument werd in 1910 als salonorgel gebouwd door Charles Mutin (1861-1930), diein 1898 het bedrijf van Aristide Cavaillé-Coll (1811-1899) had overgenomen. ZowelCavaillé-Coll als Mutin bouwden een groot aantal salon-orgels, het grootste en wellichtook het meest bekende daarvan is het huidige instrument van de Sacre Cœur te Parijs.Mutin leverde ondermeer salonorgels aan Louis Vierne en Charles Tournemire, maar zag voordeze instrumenten vooral een markt als prestigieus meubelstuk in de woningen van de (zeer)rijken. Hij gaf zelfs een catalogus uit, waarin de meest uiteenlopende meubelstijlenwerden afgebeeld. Een afbeelding van het vrij sobere Hilversumse orgel is hierin echterniet opgenomen. Het instrument werd begin 1940 aangekocht door G.W. Janssens, detoenmalige pastoor van de Hilversumse Sint-Josephparochie. Het was de bemiddeling vanMarius Monnikendam, die regelmatig in uit Frankrijk afkomstige orgels handelde, die deaankoop mede mogelijk maakte. Volgens de aantekeningen die Monnikendam in zijn exemplaarvan de catalogus van Mutin maakte, was het orgel daarvoor in bezit van ‘MadameSulzbach’. De plaatsing van het instrument werd uitgevoerd door Joseph Adema. Bijdeze gelegenheid maakte men een nieuw plafond voor de orgelkast, aangezien het instrumentoorspronkelijk werd afgesloten door het plafond van de ruimte waarin het stond. Omdat menhet orgel in verhouding tot de kerk te klein vond voegde Adema een pneumatische kegelladetoe met daarop een Fourniture IV-V. Ook plaatste men een (gebruikte) windmachine, waardooreen van de beide magazijnbalgen kwam te vervallen. Ondanks de moeilijke periode tengevolgevan het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog kon het orgel op 28 juli 1940 wordeningezegend, waarna Marius Monnikendam een korte bespeling verzorgde. In 1943 voegde defirma Adema-Schreurs nog een Cymbale IV-V toe, eveneens op een pneumatische kegellade. Inde daarop volgende jaren vonden slechts beperkte herstellingen plaats. Nadat op 13februari 1994 de beslissing viel om de Sint-Josephkerk aan de eredienst te onttrekkenstelde de daarna in het leven geroepen inventarisatiecommissie voor om het instrument alskoororgel in de Heilig Hartkerk te plaatsen. Namens de KKOR stelde Hans van der Harst, diereeds in 1988 een eerste rapport had gemaakt, een plan op. Omdat de in 1994 geslotenSint-Josephkerk als repetitieruimte van het Radiokamerorkest werd verhuurd, liep het orgelop de valreep nog grote verwarmingsschade op. Bij de thans uitgevoerde overplaatsing bleekdan ook een algehele restauratie noodzakelijk te zijn. De werkzaamheden werden uitgevoerddoor de firma Adema-Schreurs, waarbij Ton van Eck namens de KKOR als adviseur optrad. Hetfeit dat de gemeente Hilversum het instrument inmiddels als gemeentelijk monument hadaangemerkt en de drijvende kracht van de onlangs overleden Cees Zeevaart, maakten ditproject mede mogelijk. De orgelkast kreeg, in verband met de huidige opstelling, eennieuwe achterwand; het in 1940 aangebrachte plafond bleef gehandhaafd. Windladen enklaviatuur (inclusief de speeltafelmechaniek) werden geheel gerestaureerd;windvoorziening, pijpwerk en de overige mechanieken zijn (waar nodig) hersteld. De latertoegevoegde registers werden weer verwijderd. Het gehele orgel is een zwelkast geplaatst;de frontpijpen zijn dan ook niet sprekend. De vrijstaande speeltafel bevindt zich middenvoor het instrument, waarbij de organist met zijn rug naar het orgel zit. Deregistertrekkers zijn in terrassen aan weerszijden van de klavieren aangebracht. Deregisterknoppen zijn van palissander, voorzien van porseleinen plaatjes met zwarteopschriften. Het pedaal is volledig als transmissie uitgevoerd. Overigens was derestauratie bij de presentatie nog niet geheel voltooid. Met name aan de afregeling van demechanieken en de achterwand moet nog het nodige werk worden verricht.

De dispositie: Grand Orgue (Manuaal I, C-g3): Bourdon 16, Montre 8, Bourdon 8, FlûteHarmonique 8, Salicional 8, Prestant 4. Récit (Manuaal II, C-g3): Cor de Nuit 8, Viole deGambe 8, Voix Céleste 8, Flûte Octaviante 4, Octavin 2, Quinte 2 2/3, Tierce 1 3/5,Basson 16, Trompette Harmonique 8, Basson-Hautbois 8, Voix Humaine 8. Pédale (C-f1):Soubasse 16 (tr. Bourdon 16), Flûte 8 (tr. Flûte Harmonique 8), Basse Douce 8, (tr.Bourdon 8), Trombone 16 (tr. Basson 16), Tuba 8 (tr. Trompette harmonique 8). Koppelingenen speelhulpen (uitgevoerd als treden): Tirasse Grand Orgue, Tirasse Récit, Récitunisson (manuaalkoppel), Récit Octave grave (suboctaafkoppel II-I), Anches (trede voor decursief gedrukte stemmen), Montre (trede voor de Montre), Trémolo. Balanstrede voorbediening van de zwelkast. Winddruk: 103 mm wk. Toonhoogte: a1=438 bij 18 °C.Temperatuur: evenredig zwevend.

Bron: programmaboekje van de ingebruikneming alsmede informatie van Ton van Eck