Orgelbouwnieuws: Zeeland, H. Jacobus de Meerdere

Het ORGEL |Jaargang 95 |(1999) |Nummer 3
Zeeland, H. Jacobus de Meerdere
[Orgelbouwnieuws uit de ORGELkrant 1999/3, maart]

zeeland-rk.jpg (11798 bytes)Op ditmoment leggen de werknemers van Elbertse Orgelmakers de laatste hand aan de restauratievan het Smits-orgel in de kerk van H. Jacobus de Meerdere te Zeeland. Het instrument werdin 1895 voltooid door F.C. Smits II en vertoont in aanleg treffende overeenkomsten met heteen jaar eerder gebouwde (maar later gewijzigde) orgel van de St.-Jozefkerk (Heuvel) teTilburg. De dispositie van beide instrumenten was nagenoeg identiek en wordt gekenmerktdoor de aanwezigheid van een Echowerk dat bespeelbaar is vanaf het Hoofdwerk, dus zondereigen klavier. Meer nog dan in Tilburg maakte Smits voor Zeeland gebruikt van toegeleverdpijpwerk (Jean Devos). In tegenstelling tot het Tilburgse orgel, kreeg het instrument inZeeland een plaats in de toren, hetgeen resulteerde in een geheel andere technischeaanleg. Vanwege de beperkte ruimte in de breedte zijn de laden dwars op het frontgeplaatst, met de grootste pijpen aan de frontzijde. Het Positief (in zwelkast) kreeg eenplaats onder in de kast, het Echo is boven in de kast geplaatst, voor de laden van hetHoofdwerk. Deze beide werken staan in een gemeenschappelijke zwelkast. Het ruim 100 jaaroude instrument bleef ongewijzigd bewaard, al had men, in een poging de klankuitstralingin de kerkruimte te vergroten, de pinakels van de kast verwijderd. Deze bleven echterbewaard en konden worden herplaatst. Tijdens de restauratie bleek dat het tinnen frontreeds tijdens of kort na de bouw is bespoten met aluminiumbrons om de beginnendeaantasting door oxidatie te camoufleren. Om praktische redenen is besloten de aangetroffentoestand te handhaven. De werkzaamheden omvatten verder een algehele restauratie vanwindladen, mechanieken, windvoorziening en orgelkas en werden namens de Rijksdienst voorde Monumentenzorg begeleid door Rudi van Straten. Namens de KKOR adviseerde Jos Laus.

De dispositie: Hoofdwerk (Manuaal II, C-f3, in zwelkast): Prestant 16, Bourdon 16,Prestant 8, Holpijp 8, Diapason 4, Quint 3, Octaaf 2, Cornet II-III (doorlopend), Trompet8, Clairon 4. Echowerk (C-f3, in zwelkast, bespeelbaar vanaf Manuaal II): Fluit 8, Violadi Gamba 8, Voix C_leste 8, Violine 4. Positief (Manuaal I, C-f3, in zwelkast): Bourdon 16(vanaf f), Vioolprestant 8, Holpijp 8, Salicet 4, Flûte Douce 4, Flûte Octaviante 4,Piccolo 2, Basson 8, Ventil. Pedaal (C-e1): Violon 16 (zink), Subbas 16, Octaafbas 8,Bazuin 16. Koppelingen (uitgevoerd als treden): Hoofdwerk-Positief, Pedaal-Hoofdwerk.Afsluiting Manuaal. Winddruk: 81 mm wk. Toonhoogte: a1 = 426 Hz bij 16 ° C. Temperatuur: evenredigzwevend.

Bron: Elbertse Orgelmakers