Orgelbouwnieuws: Roggel, Sint-Petruskerk

Het ORGEL |Jaargang 95 |(1999) |Nummer 2
Roggel, Sint-Petruskerk
[Orgelbouwnieuws uit de ORGELkrant 1999/2, februari]

Op 6 december 1998 werd het nieuwe orgel in de Sint-Petruskerk te Roggel in gebruikgenomen. De directe aanleiding voor deze nieuwbouw vormde de aardbeving van 13 april 1992die niet alleen de kerk, maar ook het bestaande orgel aanzienlijke schade toebracht.Daarmee was feitelijk het lot van dit instrument bezegeld. De orgelhistorie van Roggel isdermate interessant dat een kort overzicht hier wel op zijn plaats is. In 1799 kreeg dekerk de beschikking over het Hoofdwerk van het orgel uit het klooster St.-Elisabethsdal teNunhem. Van origine was dit een tweeklaviers instrument dat een onbekende meester(waarschijnlijk Jean Baptiste le Picard) in 1742 voltooide. De Franse overheersingbetekende in 1797 het einde voor het klooster en zoals zo vaak werd ook het orgelverkocht. Minder gebruikelijk was dat het instrument bij die gelegenheid werd gesplitst.Zo kwam het Hoofdwerk als zelfstandig orgel in de parochiekerk van Roggel terecht terwijlhet Rugpositief in de parochiekerk van Heythuysen een nieuwe bestemming vond. In de loopder jaren ondergingen beide ‘orgels’ enkele wijzigingen om tenslotte in 1939 teworden vervangen door geheel nieuwe instrumenten. Het ‘Hoofdwerk’ te Roggel werdgesloopt terwijl het ‘Rugpositief’ van Heythuysen als koororgel een plaats in deGrote- of Martinikerk te Groningen kreeg. Daar bleef het, weliswaar in gedemonteerdetoestand, tot op de dag van vandaag bewaard. Het nieuwe orgel dat de firma Verschueren inRoggel bouwde werd op 31 maart 1940 in gebruik genomen en telde 27 stemmen verdeeld overHoofdwerk, Zwelwerk en Pedaal. Op 15 november 1944 bliezen Duitse troepen de kerktoren opwaarbij het instrument grote schade opliep. Pas in 1950 kon het vernieuwde orgel opnieuwin gebruik genomen worden. Zoals gezegd betekende de demontage ten behoeve van dekerkrestauratie in 1992 het einde van dit instrument en twee jaar later besloot men eengeheel nieuw orgel te laten maken. Voor het eerst in 12 jaar kreeg de firma Verschuerendaarmee de opdracht voor de bouw van een geheel nieuw instrument op 8-voets basis in eigenland. Namens de KKOR traden Marcel Verheggen en Ton van Eck op als adviseur. Voor detussenliggende periode stelde parochiaan Wim Janssen het door hemzelf in 1990 voltooidehuisorgel, een positief geïnspireerd op het werk van Ludovicus de Backer, terbeschikking. De bouw van het nieuwe orgel werd mogelijk gemaakt omdat een aantalvrijwilligers, waaronder oud-medewerkers van Verschueren, belangeloos hun medewerkinghadden toegezegd zodat het werk voor een deel in eigen beheer kon worden uitgevoerd. Deorgelmaker zelf liet zich ook niet onbetuigd en schonk na verlening van de opdracht nog deregisters Quint 6, Fluit travers 8 D en Fagot 16. Voor het concept van het instrumentoriënteerde de orgelmaker zich op de Rijnlandse en Waalse orgelbouw van de 18de eeuw.Homepage van de Stichting Nieuw Kerkorgel St.Petrus Roggel

Dispositie: Manuaal (C-f3): Prestant 8, Viola di Gamba 8 B/D (C-H in Holfluit):Holfluit 8, Quint 6, Octaaf 4, Quint 3 B/D, Octaaf 2, Terts 1 3/5 B/D, Mixtuur IV, TrompetB/D. Positief (C-f3): Gedekt 8 B/D, Fluit travers 8 D, Fluit 4, Octaaf 2, Cornet III D.Pedaal (C-d1): Bourdon 16, Fluit 8, Fagot 16, Trompet 8. Koppelingen: SchuifkoppelManuaal-Positief, Pedaal-Manuaal, Pedaal-Positief. Tremulant (opliggend), Nachtegaal.Winddruk: 70 mm wk. Toonhoogte: a1 = 440 Hz bij 18

° C. Temperatuur: 1/8 komma.

Bron: Verschueren Orgelbouw, Marcel Verheggen en de publicatie ter gelegenheid van deingebruikneming van het nieuwe orgel