In het recente nummer
door Jan Smelik |Het ORGEL |Jaargang 121 |(2025) |Nummer 4| Categorie In het recente nummerHet novembernummer 2025 van Het Orgel opent met het slot van het tweeluik over Petrus Veerkamp, de Friese orgelmaker die in de negentiende eeuw carrière maakte in Frankrijk. Victor Timmer en Ton van Eck belichten Veerkamps betekenis voor de firma Mutin-Cavaillé-Coll, waar hij als directeur technique werkte.
Rogér van Dijk neemt de lezer mee naar Nijmegen, waar in de Zuiderkapel van de Stevenskerk het Assendelft-orgel staat. Dit historische huisorgel werd in 2023/2024 gerestaureerd door het orgelmakerscollectief Elbertse/Van Vulpen/Verschueren. Van Dijk schetst de geschiedenis van het instrument en het leven van de Leidse orgelmaker Pieter Assendelft (1714-1766), wiens zonen Johannes en Samuel de orgelmakerij voortzetten. Gerrit Hoving en Wietse Ouwejan bezochten het instrument en delen hun bevindingen.
Bert den Hertog bespreekt aan de hand van het lijvige boek van Ton van Eck het Willibrordusorgel in de Koepelkathedraal van Haarlem. Dit orgel, gebouwd in 1923, verhuisde in 1971 van Amsterdam naar Haarlem. De recente restauratiefasen (2017-2022) en de toekomstplannen krijgen uitgebreide aandacht: het orgel zal maar liefst 88 registers tellen en als eerste Nederlandse orgel drie zwelwerken krijgen. Sietze de Vries en Bert den Hertog bespeelden het instrument uitgebreid en vertellen wat ze ervan vinden.
René Verwer rondt zijn tweeluik over Jean-Jacques Grunenwald af. Deze Franse componist en organist volgde in 1973 Marcel Dupré op aan de Saint-Sulpice in Parijs. Verwer behandelt Grunenwalds orgelmuziek vanaf de jaren vijftig, met bijzondere aandacht voor het Diptique liturgique uit 1956.
Auke Vlagsma vervolgt zijn serie over Franse orgelfronten met het vierde deel, dat de periode 1631-1690 bestrijkt. Jos van der Kooy reflecteert in zijn column ‘Schweigt stille, plaudert nicht’ op een voor veel organisten herkenbaar probleem: de spanning tussen orgelspel en het koffiepraten van kerkgangers voor en na de dienst.
Tjeerd van der Ploeg opent een venster op de Portugese orgelmuziek uit de periode 1540-1834, een repertoire dat in Nederland nog relatief onbekend is.
Het nummer bevat verder vier recensies. René Verwer bespreekt het werk van Félix Raugel over de grote orgels van Parijs. Jan Smelik neemt de achtendertigste band van Acta Organologica onder de loep. Gerrit Hoving recenseert een tweedelige publicatie over het orgel in de parochiekerk van het Poolse Olkusz, en Auke Vlagsma bespreekt het overzichtswerk van Kees Kugel en Albert Rodenboog over Albertus Anthoni Hinsz.
In de rubriek Vers van de pers worden nieuwe uitgaven aangekondigd, terwijl Wietse Ouwejan in de rubriek ‘Orgelbouwnieuws’ verslag doet van recente werkzaamheden in de Dorpskerk van Den Andel en De Burgt in Den Burg.
Het nummer sluit af met een aflevering van de rubriek ‘Achterplaat’: Frits Zwart schrijft over de Delftse organist Jan Hendrik Storm (1868-1946).
