Jean-Jacques Grunenwald: in de schaduw van La Jeune France, deel 1

door René Verwer |Het ORGEL |Jaargang 121 |(2025) |Nummer 4| Categorie De Galerij

Tijdens het interbellum groeide een groep jonge Franse organisten, allen nog in opleiding, uit tot veelbelovende componisten. De namen van Maurice Duruflé, Olivier Messiaen, Jean Langlais, Gaston Litaize en Jehan Alain zijn ons welbekend. Collegae-musici als Daniel Jean-Yves Lesur, André Fleury en Jean-Jacques Grunenwald werden in die jaren eveneens hoog gewaardeerd, maar deze componisten zijn tegenwoordig wat op de achtergrond geraakt. Grunenwald was van 1936 tot 1946 suppléant en vanaf 1973, als opvolger van Marcel Dupré, organiste titulaire van de Saint-Sulpice. Vooral als improvisator blonk hij uit. Hoewel Grunenwald niet tot La Jeune France behoorde, tonen zijn werken opmerkelijke raakvlakken met die van deze groep componisten, die in hun muziek op eigentijdse wijze uitdrukking wilden geven aan spiritualiteit en mystiek. De Franse organist Jean-Luc Etienne nam in 2012 in de Parijse Sainte-Trinité een cd met werken van Grunenwald op en sinds enkele jaren zijn ook andere composities van hem – niet alleen orgelmuziek – en liturgische improvisaties in de Saint-Sulpice op YouTube te beluisteren. In dit artikel wil ik deze enigszins vergeten organist-componist onder de aandacht brengen. Dit eerste deel handelt over zijn leven en werkzaamheden.

De volledige tekst van dit artikel is beschikbaar voor ingelogde abonnee's.