Het Flentrop-orgel (1952) in de Catharinakerk te Doetinchem

door Theo Jellema |Foto's: Jan Smelik |Het ORGEL |Jaargang 119 |(2023) |Nummer 6

Doetinchem, Catharinakerk, Flentrop-orgel. Foto: Jan Smelik

Weinig naoorlogse orgels hebben zo’n grote uitstraling gehad als het orgel dat Marcussen in 1957 voor de Utrechtse Nicolaïkerk maakte. Daardoor zien we, wanneer we ons richten op drieklaviers mechanische orgels van de jaren vijftig, vooral dát orgel. Maar al vijf jaar eerder had Flentrop in de Doetinchemse Catharinakerk een indrukwekkend drieklaviers orgel gebouwd. Dat is een grootse prestatie geweest. Weliswaar had Flentrop grote mechanische drieklaviers orgels gemaakt in de Grote Kerk in Wageningen (1943, verwoest in 1945) en in de Vredekerk te Bussum (1948), en een kleiner mechanisch drieklaviers instrument (1948) in de Immanuelkerk te Driebergen, maar noch de disposities noch de kassen daarvan representeren de normen van de nieuwe naoorlogse stijl.

Dit artikel handelt over de voor- en ontstaansgeschiedenis van dit instrument, en ook wordt besproken hoe het orgel destijds werd ontvangen. Ook gaat de auteur in op de technische uitdagingen die overwonnen moesten worden. Het orgel is gebouwd op basis van idealen en esthetische ideeën waarvoor in die tijd alleen in Scandinavië voorbeelden te vinden waren. In een ingewikkeld krachtenveld lukte het Dirk Andries Flentrop zijn doel niet uit het oog te verliezen en zonder compromissen koers te houden.

Afbeeldingen