De Ciaconna in e van Dieterich Buxtehude is te kort. Aantallen variaties in werken met ostinate bassen in de zeventiende en achttiende eeuw in Duitsland

door Reitze Smits | Het ORGEL | Jaargang 116 | (2020) | Nummer 5

Fragment van het schilderij Häusliche Musikszene uit 1674 van Johannes Voorhout (1647-1723) Naar momenteel doorgaans aangenomen wordt, is de gambist op dit schilderij Dieterich Buxtehude

Men zou verwachten dat het aantal variaties in ciaconna’s en passacaglia’s in de zeventiende en achttiende eeuw een regelmatig beeld vertoont. Misschien is dat gebaseerd op alle speculatieve ordeningen die men geprobeerd heeft te vinden in de grootste van alle passacaglia’s, die van Johann Sebastian Bach (1685-1750). Maar de vroege geschiedenis van deze vorm vertoont juist onregelmatigheid: wisselende bassen, variaties in maatsoort en toonsoort binnen een en hetzelfde werk. Een regelmatige indeling van het aantal variaties, zonder veranderingen van basthema, maat- en toonsoort komt vanaf de tweede helft van de zeventiende eeuw in Duitsland voor. Dit artikel handelt onder meer over de vraag naar de variatie-indeling in de ostinatowerken van Dieterich Buxtehude.