Gottfried Frietzsch en het grote orgel in Hamburgse St.-Katharinen. Het aantal manualen, hun omvang en subsemitoetsen

door Ibo Ortgies | Het ORGEL | Jaargang 116 | (2020) | Nummer 2
In 1629 begon de orgelbouwer Gottfried Frietzsch (1578-1638), Saksische hof-orgelbouwer, in Hamburg aan de laatste belangrijke fase van zijn levenswerk: hij bouwde daar zijn eerste orgel in de kloosterkerk St.-Maria-Magdalena en voorzag het instrument van subsemitoetsen. Subsemitoetsen zijn toegevoegde boventoetsen, waardoor het gebruikelijke getal van twaalf tonen per octaaf verhoogd wordt. Ze vergroten het aantal bruikbare toonsoorten in de middentoonstemming, zonder dat de kwaliteit van de tertsreine akkoorden daaronder lijdt. De behoefte aan subsemitoetsen kwam primair voort uit de noodzaak om te transponeren bij het begeleiden van ensemblemuziek. Orgels met subsemitoetsen bezaten doorgaans in de middelste octaven een of twee van dergelijke toetsen per elke octaaf, af en toe drie en zelden zelfs vier.
In dit artikel bespreekt de auteur de werkzaamheden van Frietzsch aan het fameuze orgel in de St.-Katharinen te Hamburg, waarbij het aantal manualen, hun omvang en de aanwezigheid van subsemitonen bestudeerd worden.

Afbeeldingen