De orgel- en harmoniummuziek van Joseph Jongen
door Dirk Luijmes |Het ORGEL |Jaargang 122 |(2026) |Nummer 2| Categorie De MuziekJoseph Jongen in 1929
‘Vers une certaine forme de l’éternité’
De Sonata Eroïca, wellicht de Prelude et Fugue, op 121 of een klein karakterstukje als Chant de May, misschien nog de Symphonie concertante... de meeste Nederlandse organisten die à l’improviste een lijstje met werken van componist Joseph Jongen moeten samenstellen komen waarschijnlijk niet veel verder dan deze stukken. In België, waar Jongens wieg stond, kennen onze collegae er mogelijk meer en zijn ook de kamermuziek en het liedrepertoire van hun landgenoot niet geheel vergeten. Wellicht krijgt de Luikenaar de komende decennia wat meer aandacht nu de Duitse uitgever Bärenreiter, zo’n driekwart eeuw na Jongens dood, drie banden met diens L’ Oeuvre intégrale voor orgel en harmonium op de markt heeft gebracht. Een mooie aanleiding om in Het Orgel wat uitgebreider stil te staan bij het leven en werk van onze zuiderbuur, waarbij uiteraard de nadruk ligt op diens activiteiten rond het orgel. En wat heeft de nieuwe Bärenreiter-uitgave ons te bieden?
