“In die Orgel blasen’
door Pieter van Dijk |Het ORGEL |Jaargang 122 |(2026) |Nummer 2| Categorie Het InstrumentHamburgse registraties en repertoire met bijzondere aandacht voor het orgel van de Hamburgse St. Katharinen
De verbinding tussen Noord-Duitse orgelmuziek en de orgels van Arp Schnitger lijkt tegenwoordig vanzelfsprekend. Een nadere beschouwing van de geschiedenis van de grote Noord-Duitse meesters zoals Heinrich Scheidemann, Jacob Prätorius jr., Matthias Weckmann, Johann Adam Reincken en Dieterich Buxtehude maakt echter duidelijk dat deze musici hun ambt uitoefenden op gegroeide instrumenten waarvan de bouw aanving rond 1500. Deze orgels werden herhaaldelijk gemoderniseerd en uitgebreid naar de nieuwste smaak van hun tijd. Arp Schnitger was bij deze uitbreidingen echter nooit betrokken; zijn zelfstandige werk begint pas aan het einde van de jaren zeventig van de zeventiende eeuw, in de periode waarin Reincken en Buxtehude actief waren. Hun orgels werden in die tijd echter niet wezenlijk meer veranderd. De oorspronkelijke registraties waarover in dit artikel gesproken wordt, ontstonden dus voor een ander, ouder orgeltype.
De nauwe betrekkingen tussen de Hanzestad Hamburg en de Nederlanden weerspiegelen zich zowel in de opleiding van organisten als in de orgelbouw. Jan Pieterszoon Sweelinck leidde aan het begin van de zeventiende eeuw een hele generatie Hamburgse organisten op; zestig jaar eerder bouwde Henrick Niehoff twee richtinggevende orgels in Hamburg (St. Petri) en Lüneburg (St. Johannes).
Ook aan het orgel van de Hamburgse St. Katharinen waren Nederlandse orgelbouwers werkzaam. In de jaren 1542/1543 werkte Gregorius Vogel aan het orgel; in 1551 waren er vervolgens contacten met Henrick Niehoff en Jasper Johansen. De Nederlandse orgelmaker Flentrop Orgelbouw voltooide in 2013 de reconstructie van dit instrument, dat in de Tweede Wereldoorlog werd verwoest.
