Orgelbouwnieuws

Tarragona (ES), La Catedral de Santa Maria
[Orgelbouwnieuws uit Het Orgel  2013/05]

 

Foto's: Santi Grimau

In de jaren 1562 tot 1567 bouwden Salvador Estada en Perris Arrabassa een orgel voor de kathedraal van Tarragona. De orgelkas werd door Jeroni Sanxo en Perris Ostris vervaardigd naar een ontwerp van Mn. Jaume Amigó.
In 1863 bouwde orgelmaker Vilardebó, gevestigd in Barcelona, een nieuw instrument in de oude kassen.
Dit binnenwerk week op zijn beurt in 1929 voor een orgel van de Amerikaanse bouwer Aeolian Company. Het ging om het salonorgel uit het zomerhuis van Charles Deering in Sitges. Deze vermogende Amerikaan overleed in 1927; het orgel werd aangeboden aan de kathedraal en in aangepaste vorm geplaatst in de oude kas. In 1974 verbouwde Organeria Espanõla het orgel. Het oude meubel bleef bij alle ingrepen bewaard.

Verschueren Orgelbouw kreeg de opdracht om in de historische orgelkas een nieuw instrument te bouwen.
Bewust werd afgezien van een reconstructie of een compromisorgel. Verschueren zocht in samenwerking met de opdrachtgever en adviseurs Hans van Nieuwkoop en Wim Diepenhorst aansluiting bij de connectie die in vroeger eeuwen tussen de Zuidelijke Nederlanden en het Iberisch schiereiland bestond. Vooral in de zestiende en zeventiende eeuw waren er intensieve contacten tussen musici en muziekinstrumentenbouwers over en weer.
De kennis die Verschueren de afgelopen decennia vergaarde tijdens de restauratie van historische orgels en nieuwbouw, diende als leidraad.
Daarnaast boden diverse orgels in binnen- en buitenland en verschillende schriftelijke bronnen aanknopingspunten. Het nieuwe orgel voor Tarragona werd zodoende geen stijlkopie maar een instrument geïnspireerd op historische ideeën en uitgangspunten.

Het orgel kent geen ‘echte’ orgelkas die het instrument omhult, maar alleen een orgelfront opgesteld in de laatste travee voor het transept langs de noordmuur van het middenschip. De afmetingen en de frontindeling van de historische orgelkassen bepaalden de opbouw van het nieuwe instrument. Centraal in de hoofdkas, ter hoogte van de voeten van de frontpijpen, bevinden zich de twee windladen van het Organo major. In de zijvelden staan de grootste pijpen van de Flautat major afgevoerd. Verschueren stelde met het oog op een directe klankuitstraling de windladen van het klein pedaal, met alle pedaalregisters van achtvoets lengte of kleiner, achter deze zestienvoets frontpijpen op. Vanwege de beperkte diepte van de orgelkas is het pijpwerk van het Orgue de dalt verdeeld over een onder- en een bovenlade naar analogie van Noord-Nederlandse voorbeelden en de Brebos-orgels in het Escoriaal in Madrid. De Contrabaix en de Bombarda van het Pedaal bevinden zich ter hoogte van het Cadireta in een nis achter het eigenlijke orgel. Achter dit ‘groot pedaal’ is de balgenstoel met vier grote spaanbalgen gesitueerd die getreden kunnen worden. Het bekronende orgelfront bovenop de eigenlijke orgelkas heeft klaarblijkelijk altijd uitsluitend een decoratieve functie gehad.
De orgelkas is van luiken voorzien met schilderingen uit de bouwtijd van het orgel van de hand van de Italiaanse schilder Pietro Paolo da Montalbergo. Deze luiken zullen pas na restauratie weer aan de orgelkas bevestigd worden. In gesloten toestand bedekken deze luiken het front van het Organo major. Voor de frontpijpen van het Cadireta en het (stomme) bovenwerk waren beschilderde doeken aangebracht die als rolgordijnen op- dan wel afgerold konden worden. Voor de restauratie van de orgelkassen op locatie tekenden Jesús Mendiola en Emma Zahonero.
Het binnenwerk rust op grenen lagerwerk en is toegankelijk via massief houten loopplanken en ladders. De windkanalen zijn van grenenhout.
Afgevoerde pijpen worden gevoed met behulp van conducten van orgelmetaal of vervoersstokken van grenenhout. De massief eiken windladen zijn als mechanisch geregeerde sleepladen uitgevoerd.
De cancellenramen zijn bekleed met platen van kruislings verlijmd hout. In de windladen van Hoofdwerk en Pedaal zijn dubbelventielen aangebracht om de onderlinge beïnvloeding van registers te beperken.
De toetsmechanieken zijn overwegend als hangende tracturen uitgevoerd. De wellenborden zijn van eikenhout, de abstracten van fijn rechtdradig grenenhout en het draadwerk is van messing vervaardigd.
Voor het Cadireta is een stekermechaniek aangebracht.
Haakse overzettingen worden met behulp van winkelbalken met eiken winkeltjes gerealiseerd. De klavieren zijn uitgevoerd als staartklavieren. De toetsen zijn belegd met buxus en ebben (semitoetsen).
De frontons zijn met perkament beplakt. De registerknoppen zijn van notenhout gedraaid en ter weerszijden van de klavieren aangebracht.
De registernamen zijn in het Catalaans gespeld en op perkament gecalligrafeerd.
Het Organo major is opgevat als prestantenkoor, refererend aan de historie van het orgel en de genoemde oude orgeltradities. De samenstellingen van de mixturen maken een groot aantal plenumregistraties mogelijk. De dispositie van het Organo major is uitgebreid met een Espigueta, een Corneta en een Trompeta Real. De deling van de Corneta kan worden afgestemd op de gebruikelijke deling c¹/cis¹ of op de in Catalonië gebruikelijke h/c¹.
Het Organo de dalt biedt klankcombinaties voor meerstemmig en solistisch gebruik. Het Cadireta beschikt over zowel een prestantenkoor, met de Bordó aan te vullen tot een ‘petit plein jeu’, als over een ‘cornet décomposé’.
Het volledig uitgebouwde zelfstandige Pedaal maakt uitvoering van een omvangrijk deel van de klassieke Duitse en Franse orgelliteratuur mogelijk. De mensuren en constructiedetails vinden aansluiting bij de manuaalregisters. Aan de dispositie van het Organo major werd een Trompetteria toegevoegd. De mensuren hiervan zijn gebaseerd op van een vergelijking met het werk van Jean-Pierre Cavaillé (1743- 1808, grootvader van Aristide Cavaillé-Coll). De orgels van diens hand vertonen belangrijke overeenkomsten met de Frans-klassieke en Luikse stijl. De Regalies zijn ontleend aan een beschrijving van de Spaanse auteur, orgelmaker en organist Mariano Tafall y Miguel (1817-1874).
Het metalen pijpwerk heeft overwegend een tingehalte van 23 procent.
Voor de frontprestanten en de bekers van de meeste tongwerken werd een alliage van 80 procent tin toegepast. De platen orgelmetaal zijn met de hand uitgedund. De makelij en mensuur van de tongwerken sluiten aan bij historische voorbeelden uit de Zuid- Nederlandse traditie. De tongwerken hebben gedreven snavelkelen.
Voor de Bombarda werden houten bekers en kastjes toegepast.
Op 15 juni jongstleden vond de plechtige inwijding plaats door de aartsbisschop van Tarragona. Wim Diepenhorst verzorgde de massaal bijgewoonde openbare inspeling op 16 juni.



Dispositie:
Cadireta (Rugwerk; I, C–f³)
Cara [4’] C, D–F, A–a front
Bordó [8’] C–H eiken, vanaf c0 metaal gedekt
Tapadet [4’] C–h2 roergedekt, vanaf c3 open, cylindrisch
Nasard 12a [22/3’] C–e0 roergedekt, vanaf f0 open, cylindrisch
Quinzena [2’]
Nasard 17a [13/5’] C–d0 roergedekt; vanaf dis0 open, cylindrisch
Fornitura [3 st.] samenstelling: C 1 2/3 1/2 c0 11/3 1 2/3 c1 2 11/3 1 c2 22/3 2 11/3 c3 4 22/3 2
Cromorn [8’]  
   
Orgue major (Hoofdwerk; II, C–f³)
Flautat major [16’] C, D, E, F, G, A–cis, fis–c1 front
Flautat [8’] Cis, Dis–B front
Corneta [6 st.] vanaf c1 of cis1 (tweede positie registertrekker); samenstelling: c1 8 (roergedekt) 4 22/3 2 13/5 11/3
Espigueta [8’] r oergedekt, geheel metaal
Octava [4’]  
Dotzena [22/3’]  
Quinzena [2’]  
Ple [2 st.] samenstelling: C 22/3 2 c0 4 22/3 c1 51/3 4 c2 8 51/3
Alemanya [4, 5 st.] afzonderlijk bedienbaar tertskoor (tweede positie regstertrekker) samenstelling: C 11/3 1 2/3 1/2 (2/5) c0 2 11/3 1 2/3 (4/5) c1 22/3 2 11/3 1 (13/5) c2 4 22/3 2 11/3 (31/5) c3 51/3 4 22/3 2 (31/5)
Cimbalet [2 st.] samenstelling: C 1/2 1/3 c0 2/3 1/2 c1 1 2/3 c2 11/3 1 c3 2 11/3
Trompeta real [8’]  
   
Trompetteria (horizontale tongwerken)
Trompeta magna [D 16’]  
Trompeta de batalla B/T [B/D 8’] C–F binnen, vanaf Fis horizontaal
Clarins Clars [D 8’]  
Baixons [B 4’]  
Violetes [B 2’]  
Regalies [8’]  
   
Orgue de dalt (Bovenwerk; III, C–f³)
onderlade  
Cara [8’] F, G, A–d front
Quinzena [2’]
Nasard 15a [2’] open, conisch
Dissetena [1 3/5’] prestantmensuur
Nasard 19a [11/3’] C–e0 gedekt, vanaf f0 open, conisch
Mixtura [4 st.] samenstelling: C 1 2/3 1/2 1/3 c0 11/3 1 2/3 1/2 c1 2 11/3 1 2/3 c2 2 2/3 2 11/3 1 c3 4 2 2/3 2 11/3
Trompeta [8’]
Veu humana [8’]
bovenlade  
Bordó [8’] C–H eiken, vanaf c0 metaal, gedekt
Octava [4’]  
Flauta [4’] C–h1 gedekt, vanaf c2 open conisch
Nasard 12a [2 2/3’] C–e0 gedekt, vanaf f0 open, conisch
   
Pedal (C –f¹) [xx = groot pedaal]
Contres obertes [16’] xx open, hout
Contres tapades [16’] xx gedekt, hout
Flautat [8’]  
Octava [4’]  
Bombarda [16’]  xx houten bekers en kastjes, koppen ahorn
Trompeta [8’]  
Clarí [4’]  
Werktuiglijke registers
koppelingen: Pedal–Orgue major, Pedal–Orgue de dalt, Orgue major–Cadireta, Orgue major–Orgue de dalt
Octava curta (inschakeling kort octaaf Orgue major)
Trèmol
Rossinyols
Campanetes
toonhoogte: a¹ = 440 Hz bij 20°C
temperatuur: Rousseau / d’Alembert
winddruk: 72 mm Wk

VERSCHUEREN ORGELBOUW | CEES VAN DER POEL

Bronnen: