Orgelbouwnieuws

’s-Heerenberg, parochiekerk van de H.-Pancratius
[Orgelbouwnieuws uit Het Orgel  2013/04]

 


Foto: Philip van den Berg
Michael Maarschalkerweerd leverde in 1907 een nieuw orgel voor de Pancratiuskerk in ’s-Heerenberg. Uit de archieven blijkt dat uiterlijk in 1906 contacten waren gelegd tussen de parochie en de Utrechtse bouwer.
Het orgel kostte 6.300 gulden, een bedrag volledig opgebracht door enkele parochianen en de pastoor. Het orgel had een pneumatische toets- en registertractuur en werd opgebouwd in twee kassen ter weerszijden van de koorzolder. De linkerkas bevatte het Positief en het Pedaal, de rechterkas het Hoofdwerk. Beide kassen werden verbonden met een sierlijk gesneden houten spitsboog, bekroond met pinakels.
Het is op stilistische gronden aannemelijk dat Friedrich Wilhelm Mengelberg de kassen ontwierp. Hij werkte veel samen met Alfred Tepe, architect van de kerk. Overigens is het mogelijk dat de parochie via Tepe bij Maarschalkerweerd terechtkwam. Tepe, Mengelberg en Maarschalkerweerd waren lid van het Utrechtse St.-Bernulphusgilde.
In 1930 kreeg het orgel een elektrische windmotor. Op enig moment is de Salicet 4’ (Positief) vermaakt tot een Vox coelestis 8’. In 1936 is de vrijstaande speeltafel van het midden naar de zijkant van de koorzolder verplaatst.
In de jaren 1957 en 1958 werkte de firma Pannekoek & Vermeux aan het orgel. C. Pannekoek was een oud-werknemer van Maarschalkerweerd.
De Vox coelestis werd teruggeschoven tot een Salicet 4’; de Fl. travers en Fl amab bleken verwormd en ruimden het veld voor een Sexquialter en Speelfluit 2’. Op het Hoofdwerk veranderde men de Mixtuur van samenstelling met gebruikmaking van oud en nieuw pijpwerk.
Vrijwel alle orgelmetalen pijpen kregen nieuwe voeten vanwege aantasting door tinpest. Het transmissieapparaat voor de Subbas en Bourdon werd afgekoppeld en de panelen in de onderkas met het Hoofdwerk werden open gezaagd. In 1977 volgde revisie en schoonmaak van het orgel door Jos Vermeulen. Vermeulen vernieuwde bij die gelegenheid het beleg van de ondertoetsen en registertoetsjes in kunststof. In 1982 herstelde Vermeulen het pneumatisch apparaat van het front. Flentrop vernieuwde in 1990 de membranen.
Tegen het einde van vorige eeuw verkeerde het instrument in deplorabele toestand. Het duurde tot 2011 voor een restauratie werd uitgevoerd.
Uitgangspunt daarbij was consoliderend herstel en rehabilitatie van de oorspronkelijke dispositie. Marcel Verheggen en Jan Boogaarts waren namens de KKOR bij de restauratie betrokken, namens de RCE Rudi van Straten. Orgelmaker Elbertse uit Soest voerde het werk uit.
De eindkeuring vond plaats medio maart 2012.
De orgelkassen zijn schoongemaakt en hersteld, ontbrekend snijwerk aangevuld. De opengezaagde panelen zijn dichtgemaakt. De kassen zijn licht geschuurd en in de was gezet. Elbertse maakte een nieuwe dempkist voor de windmotor en vernieuwde het kanaal tussen motor en balg. Er kwamen een nieuw rolgordijn en een terugslagklep om het orgel te kunnen treden. De windvoorziening kent een dubbelvouwige magazijnbalg met schepbalgen en verder drie enkelvouwige regulateurs, één voor het Positief, één voor de onderlade en één voor de bovenlade van het Hoofdwerk. De speeltafel is hersteld, de verschillende pneumatische apparaten van het speeltafelinterieur zijn gerestaureerd.
De speeltafel is weer in het midden van de koorzolder geplaatst.
De ondertoetsen en de registertoetsjes (de registerschakelaars zijn uitgevoerd als kleine inhaakbare toetsen) kregen beenbeleg en er kwamen nieuwe porseleinen registerplaatjes met gouden bies (Positief wit, Hoofdwerk roze, Pedaal turquoise). De ondertoetsen van het pedaalklavier zijn voorzien van eiken opdikken, de boventoetsen van nieuw palissander beleg. De windladen volgens het systeem Weigle zijn volledig gerestaureerd. De kegelgarnituren werden deels vernieuwd, verder zijn zoveel mogelijk de oude onderdelen gehandhaafd.
Enkele roosters moesten vernieuwd worden en sommige verplaatst in verband met het dispositieherstel. Voor de transmissie van de Subbas en Bourdon maakte Elbertse een nieuw combinatieapparaat. Deze toevoeging aan het oorspronkelijke concept was noodzakelijk vanwege de drukverschillen in de aansturing van Pedaal en Hoofdwerk waardoor het aanwezige transmissieapparaat niet optimaal functioneerde.
Het pijpwerk is nagezien en hersteld waar nodig. Een uitdaging vormde de reconstructie van de Fl. travers van het Positief. Er zijn geen bestaande Maarschalkerweerd-voorbeelden bekend van een houten uitvoering van dit register. Van de Fl amab[ile] restte slechts een pijp die te zeer verwormd was om opnieuw te worden gebruikt.
Theoretische maten uit het Maarschalkerweerd-archief vormden een tweede ijkpunt voor de reconstructie. De Mixtuur, ten slotte, is hersteld naar voorbeeld uit het Maarschalkerweerd-archief. Elbertse heeft daarbij materiaal uit de aangetroffen Mixtuur en de Sexquialter van Pannekoek hergebruikt. De mensuur is gebaseerd op gegevens uit het genoemde archief en sluit aan bij die van de Octaaf 2’.

Dispositie (registers in ladevolgorde vanuit het midden van de koorzolder naar de buitenmuur)

Hoofdwerk (I, C–f³) bovenlade
Prestant 8’ C–b in het front, vervolg op de lade; metaal; expressions; h–dis¹ smalle baarden
Bourdon 16’ c¹–d¹ gecombineerd met Subbas 16’; vanaf dis¹ op de lade; metaal, gedekt, zijbaarden
Violoncel 8’ C–H zink; rolbaarden; C–Cis stemkrullen, D–H expressions; c–f³ metaal, expressions; c–h schuine kastbaarden, c¹–h¹ zonder baarden, vanaf c² zijbaarden
Fl.[uit] Harm.[oniek] 8’ C–H naaldhout; gedekt; vervolg metaal; c–e¹ expressions en zijbaarden; vanaf f¹ overblazend; fis¹–gis¹ expressions, vervolg stemkrullen; ronde opsnedes
Trompet 8’ metaal, Franse factuur, trechtervormige bekers; C–H overkragende koppen; C–fis manchetten; C–f² intoneerlappen, vervolg dubbele bekerlengte zonder intoneerlappen
   onderlade
Bourdon 8’ C–H naaldhout, vervolg metaal, zijbaarden; gedekt
Octaaf 4’ metaal; C–f zijbaarden; C–h² expressions, vervolg op lengte
Octaaf 2’ metaal; C–F zijbaarden; C–h¹ expressions, vervolg op lengte
Fl[uit] dolce metaal; C–f² gedekt, zijbaarden, vervolg conisch, open, ronde opsnedes en zijbaarden
Mixtuur [3 st.] samenstelling: C 22/3 13/5 11/3 c¹ 4 22/3 13/5
Positief (II, C–f³)  
Gamba 8’ C–H zink, rolbaarden, expressions; vervolg metaal, expressions; c–gis² schuine kastbaarden; a¹–h¹ zonder baarden, vervolg zijbaarden
Fl.[uit] travers 8’ 2012; C–H gecombineerd met Holpÿp; c–h open, ronde opsnedes, pitch pine; labia en stemschuiven eiken, ronde eiken voeten; c¹–h¹ open, ronde opsnedes, pitch pine; labia beuken, metalen stemflappen, ronde eiken voeten; c²–f² idem, gehele voorzijde beuken; fis²–f³ idem, geheel van beuken
Holpÿp 8’ C–H naaldhout; vervolg metaal, gedekt, zijbaarden
Dolce 8’ C–H 2012, metaal, cilindrisch, zijbaarden; vervolg metaal, zijbaarden, expressions, licht trechtervormig; gehele register licht ronde opsnedes
Salicet 4’ metaal, cilindrisch, open; C–h zijbaarden; C–f² expressions, vervolg op lengte; fis²–f³ 1957/58
Fl.[uit] amab.[ile] 4’ 2012; C–H open, halfronde opsnedes, pitch pine, labia en stemschuiven eiken, ronde eiken voeten; c–h idem, labia beuken, metalen stemflappen; c¹–e¹ idem, open, gehele voorzijde beuken; fis¹–f³ idem geheel beuken
Pedaal (C–d¹)  
Subbas 16’ naaldhout, factuur als andere houten gedekte stemmen
Octaaf 8’ C–c in het front; cis¹ en d¹ metaal, expressions, zijbaarden


Werktuiglijke registers
koppelingen: I+II, I+P, II+P
drie vaste combinaties (de handregisters zijn aan iedere combinatie toe te voegen)
Vrije Combinatie
oplosser
winddruk: HW onderlade en bovenlade: 89 mm Wk; moteurslade front Prestant 8’ en Pedaal: 108 mm Wk
moteurslade front Octaaf 8’ en Positief: 86 mm Wk
toonhoogte: a¹ = 437 Hz bij 18°C
stemming: evenredig zwevend

CEES van der POEL

Bron: