Orgelbouwnieuws

Blauwhuis rooms-katholieke St.-Vituskerk
[Orgelbouwnieuws uit Het Orgel  2012/05]

 


De rooms-katholieke St.-Vituskerk te Blauwhuis, gebouwd in Rijnlandse romano-gotische stijl naar een ontwerp van P.J.H. Cuypers, verving in 1870 een kerkgebouw uit 1785 dat te klein was geworden vanwege een sterke toename van het aantal gelovigen.
In deze kerk – de eerste van Cuypers voor een Friese parochie – werd het tweeklaviers orgel van een onbekende bouwer geplaatst dat sinds 1804 in het voormalige kerkgebouw stond. Orgelmaker Ypma uit Bolsward kreeg in 1871 opdracht het instrument te ‘vermaken en vernieuwen’, waarbij onbekend is welke werkzaamheden hij precies uitvoerde.
Ypma had het orgel in onderhoud tot 1890. In de jaren negentig van de negentiende eeuw werd het orgel vervangen door een harmonium.

In 1923 werd een nieuw orgel besteld bij de firma Gebr. Rohlfing uit Osnabrück (D), die in Nederland vooral tussen 1920 en 1926 orgels leverde, met name aan gereformeerde kerken in Groningen en Friesland.
Het kerkbestuur van de Vituskerk werd op de Duitse orgelbouwer geattendeerd door de Zuidbroekse firma Holtman & Leemhuis, die fungeerde als Rohlfing-vertegenwoordiger in Nederland. Duitse orgelbouwers wisten in de twintiger jaren de Nederlandse markt te veroveren vanwege de enorme inflatie van de Duitse mark in 1923, waardoor hun orgels voor Nederlandse begrippen erg goedkoop werden.
Het tweeklaviers pneumatische orgel in de Vituskerk, het Opus 201 van Rohlfing, kostte 7.800 gulden en werd op 16 december 1924 in gebruik genomen door organist Jony Ponten uit Groningen.

Het orgel bleef tot begin jaren vijftig ongewijzigd. In juni 1952 stelde firma Vermeulen uit Alkmaar voor naast een schoonmaakbeurt, vervanging van de keilbalgjes en wijziging van de samenstelling van de Mixtuur, ook een aantal dispositiewijzigingen door te voeren. De Viola di Gamba 8’ van het Hoofdwerk zou vervangen moeten worden door een Quint 3’ en de Salicionaal 8’ van het Zwelwerk door een Sesquialter 2 sterk. Deze wijzigingen werden doorgevoerd.



Onder advies van Ton van Eck werd het orgel in 1996 deels hersteld door Adema’s Kerkorgelbouw (Antoine Schreurs). Daarbij werd de oorspronkelijke dispositie gereconstrueerd door twee strijkers, Viola di Gamba 8’ en Salicionaal 8’, in passende factuur uit voorraad te plaatsen. In 2007 was opnieuw restauratie nodig, omdat het orgel, waarin veel zachthout verwerkt is, door houtworm aangetast was en omdat de circa 1.000 keilbalgjes in de laden vernieuwd dienden te worden. Tevens was de pneumatische speeltafel aan restauratie toe.
De financiering voor een nieuwe, algehele restauratie kwam binnen bereik toen het orgel, dat inmiddels toegevoegd was aan de redengevende omschrijving van het kerkgebouw in het register van Rijksmonumenten, in aanmerking kwam voor subsidie in het kader van de Rrwr2008. Voorwaarde voor de subsidieverlening was wel dat de parochie zelf de gelijktijdige restauratie van de speeltafel zou betalen.
De opdracht voor restauratie werd gegeven aan Adema’s Kerkorgelbouw te Hillegom. In 2010 werd het instrument gedemonteerd en overgebracht naar de werkplaats van de orgelbouwer.
Doordat in het kader van de Rrwr2007 en Rrwr2008 de orgelbouwer geconfronteerd werd met veel opdrachten, liep de restauratie van het orgel uit Blauwhuis vertraging op. Eind 2011 werd het orgel weer gemonteerd en in maart 2012 vond de intonatie plaats.
Bij de restauratie zijn de kassen in- en uitwendig gereinigd en opnieuw in de was gezet. Wegens ruimtegebrek was de windmachine tot aan de restauratie gesitueerd boven de (zak)balg. Daardoor kon het geluid niet naar behoren gedempt worden. Bij de restauratie zijn daarom de poten van de stelling van de balg zover verlengd dat de windmachine (inclusief de dempkist) eronder geplaatst kon worden. De windladen zijn geheel winddicht gemaakt en de keilvormige balgjes (Witzigbalgjes) zijn vervangen. De conducten zijn uit- en inwendig gereinigd en waar nodig hersteld of vervangen. Tevens zijn de beide frontladen van een station voorzien. Dit was nodig omdat de capaciteit van de wind uit de hoofdwerkladen te gering was, zodat de membranen die de kegels van de frontladen moeten opheffen te traag reageerden. Deze constructiefout is met het aanbrengen van de stations verholpen.
De speeltafel is geheel gedemonteerd en gereinigd. De apparatuur is nagezien en de spermembranen van de koppelapparaten zijn integraal vervangen. De circa 1 centimeter lange loodconducten tussen de koppelapparaten waren alle ernstig gecorrodeerd door het looizuur uit het eiken van de koppelkasten. Ze zijn derhalve vervangen door mahonie doorvoerlijsten, die met papier zijn beplakt zodat het geheel altijd demontabel blijft.
Ontbrekende porseleinen plaatjes zijn bijgemaakt en de in 1996 aangebracht plaatjes, die minder passend waren, zijn vervangen.
Het pijpwerk is zowel inwendig als uitwendig gereinigd en voor zover nodig hersteld. De oorspronkelijke samenstelling van de Mixtuur is hersteld. Daarbij werden 81 pijpen in stijl van de originele pijpen bijgemaakt ter vervanging van de pijpen die in 1952 geplaatst werden.
Bij de restauratie was Rudi van Straten betrokken als orgeldeskundige van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Ton van Eck trad op als adviseur namens de KKOR.

De ingebruikname vond plaats op zondag 13 mei 2012 tijdens een plechtige eucharistieviering. Na afloop van de viering gaf Ton van Eck een concert.

Dispositie:


Hoofdwerk (Man. I, C-g3)
Prestant 8’ C-h1 zink, c2-g3 orgelmetaal, spits geritste bovenlabia en rond geritste onderlabia; Cis-fis in het front met opgeworpen rondbooglabia en rolbaarden; C binnen en g-g3 op de lade
Bourdon 16’ C- h1 naaldhout, c2-f2 zink, fis2-g3 orgelmetaal
Flûte Harmonique 8’ C-H gedekt, naaldhout; c-g3 open, c-h1 naaldhout, c2-F zink, fis2-g3 orgelmetaal, c2-g3 overblazend
Viola di Gamba 8’ C-h zink, c1-g3 orgelmetaal; qua factuur, materiaal en mensuur overeenkomend register uit de bouwtijd van het orgel; afkomstig van het Vermeulen-orgel uit de H.-Christophorus te Schagen
Octaaf 4’ C-h zink, c1-g3 orgelmetaal
Octaaf 2’ C-H zink, c-g3 orgelmetaal
Mixtuur 3 sterk C-H van het 1 1/3’-koor zink, overige pijpen orgelmetaal; gereconstrueerde oorspronkelijke samenstelling: C 11/3 1 c1 2 11/3 1 fl 2²/3 2 11/3 F 4 2²/3 2
Trompet harm. 8’ Duits model; zinken stevels en loden koppen; bekers C-f2 zink, fis2-g3 orgelmetaal, voorzien van deksels met 4 gaten
Zwelwerk (Man. II, C-g3, lade C-g4)
Vioolprestant 8’ C-Dis gedekt, naaldhout, E-h1 zink, c2-g4 orgelmetaal
Holpyp 8’ C-h naaldhout, c1-f1 zink, fis1-g4 orgelmetaal; C-g3 gedekt, gis3-g4 open
Salicionaal 8’ C-H zink, c-g3 spotted metaal, gis3-g4 metaal; C-Dis gedekt, E-g4 open; qua factuur, materiaal en mensuur overeenkomend register uit de bouwtijd van het orgel; afkomstig van het Vermeulen-orgel uit de H.-Christophorus te Schagen
Voix céleste 8’ vanaf c; c-h1 zink, rolbaarden, c2-g4 metaal
Flute octaviant 4’ C-h hout, c1-f1 zink, fis-g4 metaal; gis3-g4 overblazend, ronde opsneden
Picolo 2’ conisch C-H zink, c-g3 metaal
Basson-Hobo 8’ Duits model; C-g3 tongwerkpijpen met zinken stevels, loden koppen en Duitse lepels en tongen; C-h bassonpijpen, c1-g3 Hobopijpen met bovenaan divergerende bekers die aan de bovenzijde zijn voorzien van deksels; gis3-g4 cilindrische labiaalpijpen met spitsgeritste bovenlabia en rondgeritste onderlabia
Pedaal (C-d1)
Subbas 16’ gedekt, naaldhout, rolbaarden
Octaafbas 8’ open, naaldhout, rolbaarden

Koppels & speelhulpen
Registerdrukkers: II-I, I-P, II-P, II-II 4’, II-I 4’, II-I 16’
Drukknopjes: Tremolo Holpyp met nulsteller, Pedaalomschakelaar met nulsteller, Generaal Crescendo met nulsteller, piano,
Mezzo-Forte, Forte, Tutti met nulsteller, Rolzweller (WaIze), Balanstrede voor de zwelkast van Man. II
toonhoogte: a1 = 435 Hz
winddruk: 100 mm Wk
stemming: evenredig zwevend


JAN SMELIK

Bronnen: