Orgelbouwnieuws

Sexbierum Sixtuskerk
[Orgelbouwnieuws uit Het Orgel  2011/05]

 

De Sixtuskerk te Sexbierum is een eenbeukige dorpskerk, die gewijd is aan de heilige paus Sixtus de Tweede. De huidige kerk is gebouwd in de dertiende eeuw. Het schip is in 1772 bepleisterd, vijf jaren na de oplevering van het orgel.
De oudste delen van het orgel dateren uit 1767. Albertus Anthoni Hinsz bouwt dan een orgel met twintig registers op Hoofdwerk en Rugwerk met aangehangen pedaal. De orgelkas wordt gemaakt door Tjebbe van Fliet, het snijwerk door Johann Georg Hempel. Het orgel wordt 30 april 1767 gekeurd door organist Frederik Willem Michelet (1720-1773) uit Alkmaar en op 3 mei van dat jaar in gebruik genomen.
De dispositie luidde in 1767:

Hoofdwerk C-d3 Rugpositief C-d3 Pedaal C-d1
Gedekt 16’ Gedekt 8’ aangehangen
Prestant Dd 8’ Prestant 4’  
Holpijp 8’ Gedektfluit 4’  
Quintadeen 8’ Superoctaaf 2’  
Octaaf 4’ Speelfluit 2’  
Spitsfluit 4’ Sexquialter B/D 2-3 st.  
Quint 3’ Dulciaan 8’
Octaaf 2’    
Woudfluit 2’    
Mixtuur B/D 4-5 st.    
Cornet D 3 st.    
Trompet 8’    
Vox humana 8’    


koppeling B/D HW-RP
tremulant
twee afsluiters
toonhoogte ‘compleete kamertoon’

Vanaf de oplevering hebben verschillende orgelmakers aan het orgel gewerkt. In 1798 worden door Frans Caspar Schnitger en Heinrich Hermann Freytag herstelwerkzaamheden uitgevoerd en de frontpijpen opnieuw gefoelied. Lambertus van Dam heeft het orgel in onderhoud vanaf 1803. Deze voert in 1836 herstelwerkzaamheden uit en vermaakt de klavieren en stemt het orgel in een evenredig zwevende temperatuur. In 1837 levert Van Dam nieuwe vleugelstukken voor zowel Hoofdwerk als Rugpositief. Het betreffende bestek is helaas verloren gegaan.
De firma Van Dam, nu geleid door Luitjen Jacob zoon van Lambertus, en zijn broers Pieter en Jacob onder de naam L. van Dam & Zonen, werkt in 1859 opnieuw aan het orgel. Dit bestek is helaas ook verloren gegaan.
Van 1867 tot 1887 is orgelmaker Willem Hardorff verantwoordelijk voor het onderhoud en daarna diens schoonzoon Johan Ferdinand Kruse. Deze heeft in 1906 de frontpijpen opnieuw gefoelied. Na het overlijden van Kruse kreeg Bakker & Timmenga het orgel in onderhoud.
In 1923 is er opnieuw behoefte aan herstelwerkzaamheden. Firma Bakker & Timmenga begrootte de reparatie op ƒ 6.700 en bood daarnaast nieuwbouw in de oude orgelkas aan voor ƒ 10.650. De kerkvoogdij koos voor het laatste.
Het orgel van Sexbierum werd aan de achterzijde uitgebreid met gebruikmaking van de zogenoemde ‘voorkerk’, die zich tussen de toren en het huidige schip van de kerk bevindt, welke van elkaar gescheiden worden door een wand. Orgelmaker Bakker & Timmenga realiseerde in de fors grotere hoofdkas een geheel nieuw orgel met sleepladen, mechanische toetstractuur en pneumatische registertractuur voor de twee manualen en een pneumatisch aangestuurde kegellade voor het zelfstandig pedaal. Het pijpwerk werd in Duitsland besteld. Het orgel kreeg, naast een geheel nieuw binnenwerk en nieuwe windvoorziening, nieuwe frontpijpen van tin en een nieuwe claviatuur. Zowel de keuze van het pijpwerk, de dispositie, als de keuze voor registerpneumatiek wijst erop dat de opdrachtgever, vermoedelijk naar de droom van de toenmalige organist Grunstra, een ‘modern’ Duits orgel wenste. Vanaf dit moment beschikte het instrument over Hoofdwerk, Zwelwerk en zelfstandig Pedaal; het Rugpositief doet dan geen dienst meer.

In 1924 luidde de dispositie:

Hoofdwerk C-f3 Zwelwerk C-f3 Pedaal C-d1
Bourdon 16’ Gedekt 8’ Subbas 16’
Prestant 8’ Salicionaal 8’ Cello 8’
Holpijp 8’ Aeoline 8’  
Viola di gamba 8’ Voix céleste 8’  
Octaaf 4’ Salicet 4’  
Gemshoorn 4’ Roerfluit 4’  
Fluit 4’ Spitsfluit 2’  
Octaaf 2’ Vox humana 8’  
Mixtuur-Cornet 3 st.    
Cornet D 3 st.    
Trompet 8’    

koppeling HW-ZwW, ped-HW
tremulant
ventiel

De laatste wijziging vond plaats in 1949 en werd uitgevoerd door de firma Pannekoek en Van der Meulen. Hierbij is de Gemshoorn 4’ opgeschoven tot Gemsquint 2 2/3’.
Reeds vanaf 1950 werd geopperd het orgel te restaureren: het Bakker & Timmenga-binnenwerk zou plaats kunnen maken voor een reconstructie van het Hinsz-binnenwerk. Na het stemrapport van 1977, uitgebracht door Bakker & Timmenga, werd deze suggestie nog eens herhaald. Jan Jongepier was bereid als adviseur op te treden. Uit zijn rapport blijkt dat veel origineel Hinsz-materiaal uit Sexbierum elders in diverse orgels bewaard is gebleven, aldaar ooit opnieuw gebruikt door Bakker & Timmenga. In 1997 presenteerde Jongepier het ‘Bijstelling restauratieplan’ op basis van nieuwe ontwikkelingen.
De samenwerking tussen de orgelcommissie van de Sixtuskerk en Jongepier kwam in de jaren daarna tot een eind, waardoor de plannen tot reconstructie niet gerealiseerd werden. Toen in 1994 bij een boktorbestrijding in het kerkdak per abuis de gehele kerk, inclusief het orgel, tot meer dan 60 graden was verhit, werd het orgel geheel onbruikbaar.
In een tweede rapport van de nieuwe adviseur, Hans Kriek, werden de mogelijkheden om te restaureren opnieuw bestudeerd. Korte tijd later werd de samenwerking tussen kerk en adviseur verbroken.
Het derde en laatste rapport werd in 2007 geschreven door Hans Fidom, die dan als adviseur optreedt. Tijdens de huidige restauratie zijn zowel links als rechts van de orgelkas raamopeningen in de muren gemaakt. Hierdoor staat het Zwelwerk niet meer in de koude voorkerk, maar evenals het Hoofdwerk in de kerkruimte. Jarenlang durende stemmingsproblemen tussen beide manualen zijn hiermee opgelost.
Achter het balgenhuis is een nieuwe achterwand vervaardigd, zodat de kou uit de voorkerk niet de kerkruimte kan bereiken.
Ten aanzien van de stabiliteit is de verbinding van hoofdwerkfront en -kas opnieuw gehecht. Het schilderwerk van de beelden op de kast is vernieuwd; de instrumenten van deze beelden zijn opnieuw verguld. De registerwippers vormden oorspronkelijk vier groepen in één rij boven het bovenmanuaal: Hoofdwerk (wit), Zwelwerk (roze), Pedaal (groen) en extra’s (Ventiel en Tremulant; geel). Tussen deze vier groepen was steeds ruimte ter breedte van een wipper. Om plaats te vinden voor de drie in stijl bijgemaakte wippers, voor de drie nieuwe pedaalregisters, zijn alle wippers nu in een rij geplaatst. De klavieren waren nog intact; wel moest hier en daar het celluloid beleg opnieuw worden vastgelijmd.
De magazijnbalg met schepbalgen, evenals de registerbalgen en windkanalen, zijn gerestaureerd. De windladen hadden zeer geleden onder de hoge temperatuur waarmee in de kerk de boktorbestrijding was uitgevoerd. Scheien en sponsels moesten merendeels opnieuw worden vastgezet.
De zweltrede is voorzien van een nieuwe messing ‘inhaakplaat’. De nieuwe trede heeft twee extra inhaakpunten zodat de zwelkast meer standen kent dan de oorspronkelijke twee.
Het pijpwerk is schoongemaakt en waar nodig zijn enkele baarden en freinzen gerepareerd. Daarnaast is het frontpijpwerk gebruineerd.
De Gemshoorn 4’ die in 1949 werd opgeschoven tot Quint, is teruggeschoven maar nu naar achtvoetsligging. Zo kon het beperkte aantal achtvoets registers uitgebreid worden.
Het vraagstuk van de leverancier van het pijpwerk is niet opgelost. Op diverse pijpen staat de naam ‘Binder’, met twee initialen. Vermoedelijk was Binder de pijpmaker of voorintonateur van de pijpleverancier. Wel staat vast dat de tongwerken geleverd zijn door de firma Giesecke.
Voor de nieuwe pedaalregisters is een nieuwe kegellade gemaakt in de stijl van de aanwezige pedaalkegellade, die elektropneumatisch bediend wordt. De nieuwe lade staat op een ‘brug’, geplaatst ‘over’ het balgenhuis. Zo werkt de nieuwe achterwand van de kerkruimte als een klankbord voor het nieuwe pijpwerk. De mensuren zijn ontleend aan de mensuren van de overeenkomende registers van het Sauer-orgel in het Orgelpark in Amsterdam.
De algehele leiding gedurende de restauratie was in handen van orgelmakerij Mense Ruiter. Deze restaureerde de orgelkas, maakte het originele pijpwerk schoon en intoneerde het, en was verantwoordelijk voor alle besluitvorming. Uitbestedingen werden gedaan aan de orgelmakers Harm Kirschner uit Stapelmoor en Mecklenburger Orgelbau uit Plau am See. Kirschner tekende voor de restauratie van de windladen, de mechanieken, de windvoorziening en het houten pijpwerk.
Mecklenburger Orgelbau was verantwoordelijk voor het vervaardigen van de drie extra pedaalregisters.
Bij de orgelrestauratie hoorde een verbouwing van de kerk: een deel van de voorkerk werd bij het kerkinterieur getrokken. Sindsdien staat het gehele orgel ín de kerkzaal. Het orgel beschikt na de restauratie over 23 registers op Hoofdwerk, Zwelwerk en Pedaal. De ingebruikneming vond plaats op 19 maart 2011.

Dispositie:
Hoofdwerk C-f3
Prestant 8’ geheel voorzien van expressions; C-a1 hoge legering tin, in front; C-gis opgeworpen labia, ronde zijbaarden; a-a1 geperste labia, ronde zijbaarden; overige metaal, spitse labia, rechte zijbaarden
Bourdon 16’ C-H gelakt grenen, c-h roodgeschilderd grenen; C-h stoppen kernen en voorslagen eiken, boogvormige opsnede; c1 -f3 metaal, voorzien van hoeden, bovenlabium bol, halfronde opsnede, grote zijbaarden
Holpijp 8’ C-B roodgeschilderd grenen met eiken stoppen, kernen en voorslagen, boogvormige opsnede; overige metaal, voorzien van hoeden, spitse labia met zijbaarden, boogvormige opsnede
Viola di gamba 8’ C-B transmissie Prestant 8’; c-h zink, voorzien van expressions, gesoldeerde spitse labia, onderbaarden en zijbaarden; c1 -f3 metaal, voorzien van expressions, voorbaarden
Gemshoorn 4’ licht conisch, spitse labia; C-E zink, expressions; F-h1 metaal, expressions; c2 -gis2 metaal, stemkrullen; a2 -f3 metaal, op lengte
Octaaf 4’ spitse labia; C-B zink, expressions; c-h2 metaal, expressions; c3 -f3 metaal, stemkrullen
Fluit 4’ spitse labia, bovenlabium bol, halfronde opsnede; C-B zink, expressions; c-h2 metaal, expressions; c3 -f3 metaal, stemkrullen
Mixtuur-Cornet 3 st. 2 2/3’ metaal, spitse labia, boogvormige opsnede; C-f2 expressions; fis2-h2 expressions; c3 -f3 op lengte 2’ metaal, spitse labia; C-h1 expressions; c2-f2 stemkrullen; fis2 -f3 op lengte 1 3/5’ metaal, spitse labia, boogvormige labia, licht conisch; C-f1 expressions; fis1-h1 stemkrullen; c2 -f3 op lengte
Octaaf 2’ metaal, spitse labia; C-h1 expressions; c2-h2 stemkrullen; c3 -f3 op lengte
Trompet 8’ stevels zink, koppen lood, lepels messing, tongen koper, stemkrukken koper, intoneerflappen; C-H bekers zink, c -f3 bekers metaal
Zwelwerk C-f3
Salicionaal 8’ expressions, onderbaarden met zijbaarden; C-h zink, gesoldeerde spitse labia; c1 -f3 metaal, spitse labia
Gedekt 8’ boogvormige opsnede, gedekt; C-H gelakt grenen, stoppen, eiken kernen en voorslagen; c -f3 metaal, hoeden, zijbaarden
Aeoline 8’ expressions, onderbaarden met zijbaarden; C-H transmissie Salicional 8’; c-h zink, gesoldeerde spitse labia; c1 -f3 metaal, spitse labia
Voix céleste 8’ expressions, onderbaarden met zijbaarden; C-H transmissie Salicional 8’; c-h zink, gesoldeerde spitse labia; c1 -f3 metaal, spitse labia
Salicet 4’ expressions; C-H zink, gesoldeerde spitse labia; c -f3 metaal, spitse labia
Roerfluit 4’ brede spitse labia, op lengte; C- e2 Van Dam 1859, metaal, zijbaarden; f2 -d3 Van Dam 1859, metaal; f2 -d3 1924, metaal
Spitsfluit 2’ conisch, op lengte, brede spits gewreven labia; C-d3 Hinsz 1767, metaal; dis3 -f3 1924, metaal
Vox humana 8’ stevels zink, koppen lood, lepels messing, tongen koper, stemkrukken koper, cilindrisch op zijwaarts spitse voet; C –gis2 metaal, gedekt met zijopening, reguleerbaar met ring; a2 -f3 metaal, half gedekt (deksel opgekruld) met expression
Pedaal C-d1
Subbas 16’  C –d1 gelakt grenen, stoppen, eiken kernen en voorslagen, gedekt, boogvormige opsnede
Cello 8’ expressions, geperste labia; C –c zink, rolbaard met zijbaarden; cis -d1 onderbaard met zijbaarden
Contrabas 16’ 2010, grenen
Fluitbas 8’ 2010, grenen
Bazuin 16’ 2010, grenen



Werktuiglijke registers
Trede koppeling HW-ZwW
Trede koppeling ped-HW
Trede zwelwerk
tremulant
ventiel
Toonhoogte: 440 Hz bij 180 C
Stemming: evenredig zwevend
Winddruk: 92,5 mm Wk

HENK DE VRIES (Van hem zijn ook de foto's)

Met dank aan Gerrit de Vries voor de gastvrijheid.

Bronnen: