Orgelbouwnieuws

Zunderdorp, Protestantse Kerk
[Orgelbouwnieuws uit Het Orgel  2011/04]

 

Op 19 november 2010 werd het gerestaureerde orgel in gebruik genomen van de Protestantse Kerk te Zunderdorp, een klein dorp ten noorden van Amsterdam. Flentrop Orgelbouw uit Zaandam voerde de werkzaamheden uit, adviseur was Aart van Beek.
In de orgelencyclopedie wordt het Zunderdorper instrument primair toegeschreven aan de Woerdense orgelmaker M. Vermeulen.
Bij de bijzonderheden staat vermeld dat het orgel tot stand kwam ‘in samenwerking met de fa Goldsmeding [sic] uit Amsterdam, wier naamplaatje boven het klavier is aangebracht.’ Tijdens de laatste restauratie is echter vast komen te staan dat het de Amsterdamse firma G.A. Goldschmeding was die het orgel in 1907 opleverde. De orgelmaker Gerardus Alexander (Ger) Goldschmeding (1826-1899) trad in 1848 in dienst bij de Amsterdamse firma Flaes & Brünjes. In 1869 gingen Pieter Flaes en Georg D. Brünjes allebei hun eigen weg.
Pieter Brünjes overleed echter al in 1872, en niet lang daarna zette Goldschmeding diens bedrijf onder eigen naam voort. Vier zonen van Ger Goldscheding namen het bedrijf, dat naast orgels vooral ook piano’s en harmoniums leverde, in 1898 over. Zij waren dus ook verantwoordelijk voor de plaatsing van het orgel in Zunderdorp.
De archivalia waaruit de lotgevallen van het instrument zouden moeten blijken, zijn helaas verre van compleet. Zelfs het oorspronkelijke contract is niet bewaard gebleven. Wel is duidelijk dat nog tijdens de bouw werd besloten een Bourdon 16’ toe te voegen. Omstreeks 1970 is het orgel door een onbekende orgelmaker hersteld, waarbij de dispositie enige wijzigingen moet hebben ondergaan. Bij deze gelegenheid werd in ieder geval de pneumatische lade van de Bourdon 16’ vervangen door een mechanisch exemplaar.
De in 2010 door Flentrop Orgelbouw uitgevoerde restauratie betrof hoofdzakelijk een technisch herstel van de bestaande situatie. Wel is de magazijnbalg opnieuw beleerd en is de handpompinstallatie, die in de loop van de tijd was verdwenen, gereconstrueerd. Goldschmeding heeft bij de bouw gebruik gemaakt van onderdelen uit diverse oudere orgels. Het instrument is dan ook een goed voorbeeld van een assemblage-orgel. Vooral het pijpwerk is buitengewoon heterogeen van samenstelling. Naast nieuw pijpwerk, geleverd door de firma Laukhuff uit Weikersheim (D), hebben de makers geput uit laatachttiende- eeuws pijpwerk en pijpwerk dat als negentiende-eeuws kon worden gedateerd.


Foto: Aart van Beek

Dispositie:

Manuaal (C-f3)
Praestant 8’ C t/m E open houten binnenpijpen, geplaatst achter de middentoren. waarschijnlijk Laukhuff 1907. F t/m h1 in het front, zink, c2 t/m f3 op de lade; Laukhuff 1907.
Bourdon D 16’ c1 t/m f1 waarschijnlijk Laukhuff 1907; fis1 t/m f3 waarschijnlijk laat-achttiende-eeuws
Holpijp 8’ C t/m H naaldhout, waarschijnlijk Laukhuff 1907; c t/m f3 waarschijnlijk laat-achttiende-eeuws
Flute travers 8’ C t/m H transmissie Holpijp 8’; c t/m f3 negentiende-eeuws, samengesteld uit twee verschillende registers; c2 t/m f3 overblazend.
Salicionaal 8’ C t/m H transmissie Holpijp 8’; c t/m f3 Laukhuff 1907.
Voix Celeste D 8’ Laukhuff 1907, pijpwerk omstreeks 1970 afgesneden en omgewerkt tot een Quintfluit 2²/3’; in 2010 is het pijpwerk weer verlengd en zijn freins aangebracht.
Octaaf 4’ deels laat-achttiende-eeuws, deels door een Nederlandse orgelmaker gemaakt in de periode 1950-’60 en omstreeks 1970 in Zunderdorp geplaatst.
Roerfluit 4’ idem
Octaaf 2’ idem
Cornet D 4 st. Laukhuff ca. 1915; gemaakt voor een ander orgel en omstreeks 1970 in Zunderdorp geplaatst
Pedaal (C-c1)
Subbas 16’ hout, waarschijnlijk Laukhuff 1907

Werktuiglijke registers
Koppeling Ped-Man
Afsluiting Manuaal
Afsluiting Pedaal
Tremulant
stemming: evenredig zwevend
toonhoogte: a1=440
winddruk: 80 mm Wk

WILLEM JAN CEVAAL

Met dank aan Flentrop Orgelbouw Zaandam en Aart van Beek voor het beschikbaar stellen van hun gegevens.