Woudenberg, Hervormde Kerk
[Orgelbouwnieuws uit Het Orgel  2010/02]

Op vrijdag 2 oktober 2009 werd in de Hervormde Kerk te Woudenberg het gerestaureerde Knipscheer-orgel in gebruik genomen.
Het instrument werd bij die gelegenheid bespeeld door adviseur Peter van Dijk. De restauratie werd uitgevoerd door de orgelmakers Gebr. van Vulpen BV te Utrecht.
Het Knipscheer-orgel werd op 1 januari 1869 in gebruik genomen.
Hermanus Knipscheer II volgde hierbij een interessant concept, waarbij een eenklaviers dispositie werd verdeeld over twee klavieren.
Hij plaatste de sterke geluiden op het Hoofdwerk; de zachte geluiden, bedoeld voor voor-, tussen- en naspelen, kregen een plaats op het Bovenwerk.
De oorspronkelijke dispositie luidde als volgt:

Hoofdwerk
Bourdon 16’ (bas eiken, discant metaal)
Prestant 8’ (gepolijst tin in het front)
Octaaf 4’ (metaal)
Nasard 3’ (metaal)
Octaaf 2’ (metaal)
Mixtuur 3-4 st.
Cornet D 4 st.
Trompet B/D 8’
Bovenwerk
Baarpijp 8’ (metaal)
Viola di Gamba 8’ (C-H transmissie Bourdon 8’)
Bourdon 8’ (bas eiken, discant metaal)
Salicet 4’ (metaal)
Roerfluit 4’ (metaal)
Dulciaan 8’ (in 1898/1899 Clarinet genoemd)
Pedaal: geen eigen registers

Koppelingen: Hw-Bw, Ped-Hw, Ped-Bw
Afsluitingen Hw en Bw
Ventiel

De Dulciaan 8’ was voorzien van doorslaande tongen. Gezien het feit dat Knipscheer zelf nooit dergelijke registers maakte, zal hij ze waarschijnlijk hebben betrokken van de firma Ibach.
Hetzelfde geldt mogelijk voor de Trompet 8’.
De firma J. Bätz & Co. (J.F. Witte) voerde in de jaren 1898/1899 een ‘doelmatige reparatie’ uit, waarbij het gehele orgel werd schoongemaakt, de windvoorziening en mechanieken geluidlozer werden gemaakt en de speelaard werd verbeterd. Daarnaast verbeterde Witte de aanspraak van de grondstemmen. Reeds in 1898 had Witte geconstateerd dat de Clarinet 8’ nagenoeg onbruikbaar was, maar het was De Koff die dit register in 1905 verving door een Voix céleste 8’ (vanaf c0). De Koff was in 1930 ook verantwoordelijk voor het plaatsen van een elektrische windmotor.
In 1934/1935 voerde diezelfde firma een schoonmaak- en herstelbeurt uit, waarna de bas van de Bourdon 16’ door middel van een pneumatische transmissielade ook op het Pedaal kon worden gebruikt.
In 1938 voegde De Koff een pneumatische tremulant toe, zeven jaar later werden de schepbalgen gerepareerd en werd de mixtuursamenstelling gewijzigd.
De firma M.R. Koppejan te Ederveen kreeg in 1954 opdracht het orgel grondig te restaureren onder begeleiding van de Stichting Orgelcentrum.
De claviatuur werd grondig gewijzigd: Koppejan vernieuwde de bakstukken, de klavierlijst, de registerplaatjes, het pedaalklavier en het toetsbeleg.
De handpomp van de windvoorziening moest het veld ruimen. Koppejan voorzag de windladen van hechthouten platen en ingeboorde telescoophulzen.
De lade van het Bovenwerk werd opnieuw ingedeeld, waarbij de pijproosters geheel en de pijpstokken deels werden vernieuwd.
De pneumatische transmissielade van het Pedaal vermaakte Koppejan tot een zelfstandige pedaalwindlade, die werd opgesteld achter de manuaalwindladen.
Hiertoe werd de kast van een uitbouw voorzien. De loden conducten werden vervangen door westaflexexemplaren.
De dispositie ten slotte werd ingrijpend gewijzigd.
Het houten basgedeelte van de Bourdon 16’ werd op de vernieuwde pedaallade geplaatst, gecompleteerd met drie pijpen uit de Bourdon 8’ van het Bovenwerk.
Het metalen discantpijpwerk van de Bourdon 16’ werd deels gebruikt voor een Gedekt Fluit 4’ op het Hoofdwerk.
Aan de dispositie van het Hoofdwerk werd een Roerfluit 8’ toegevoegd. De Nasard 3’ verhuisde naar het Bovenwerk.
Door het pijpwerk van de Salicet 4’ van het Bovenwerk een grote terts op te schuiven, kon dit register worden vermaakt tot een Prestant 4’; voor de tonen C-Dis leverde Koppejan nieuw pijpwerk. Om op het Bovenwerk plaats te maken voor een ‘nieuwe’ Woudfluit 2’ en Scherp, verdwenen de Bourdon 8’, Viola di Gamba 8’ en de Voix céleste 8’.
Na de restauratie door Koppejan luidde de dispositie:

Hoofdwerk (C-f3)
Prestant 8’ (1868)
Roerfluit 8’ (C-H 1868/vanaf c0 *)
Octaaf 4’ (1868)
Gedekt Fluit 4’ (C-f2 1868/vanaf fis2 *)
Octaaf 2’ (grotendeels 1868)
Mixtuur 3-4 st. (1868/1945)
Cornet D 4 st. (1868)
Trompet B/D 8’ (*)
Bovenwerk (C-f3)
Baarpijp 8’ (1868)
Prestant 4’ (1868, in 1968 gewijzigd)
Roerfluit 4’ (1868)
Nasard 2 2/3’ (1868)
Woudfluit 2’ (*)
Scherp 3 st. (**)
Pedaal (C-d1)
Subbas 16’ (1868)

Koppelingen: Hw-Bw, Ped-Hw, Ped-Bw
Tremulant (1938?)
* door Koppejan uit eigen voorraad geleverd tweedehands pijpwerk
** nieuw of door Koppejan uit voorraad geleverd tweedehands pijpwerk

De firma J.L. van den Heuvel te Dordrecht leverde in 1977 een nieuwe mechanische pedaallade en mogelijk ook een nieuw pedaalklavier.
De Trompet 8’ van het Hoofdwerk werd vernieuwd, de Scherp van het Bovenwerk vervangen door een nieuwe Dulciaan 8’.

De firma Gebr. van Vulpen te Utrecht heeft het orgel in 2009 gerestaureerd. De claviatuur is geheel hersteld, waarbij het celluloid beleg van de ondertoetsen is vervangen door nieuw beenbeleg.
Ook is de lessenaar deels vernieuwd. De toetsmechaniek is helemaal hersteld, geoptimaliseerd en opnieuw ingeregeld.
De windladen en magazijnbalg verkeerden in goede staat en hoefden dus niet te worden gerestaureerd.
Wel is het westaflex-windkanaal naar de pedaallade vervangen door een houten kanaal. De tremulant is weer functionerend gemaakt.
Het fabriekspijpwerk van de Roerfluit 8’ van het Hoofdwerk is vervangen door Knipscheer-pijpwerk van de in 1968 samengestelde Gedekt Fluit 4’.
Er is een nieuwe Fluit 4’ gemaakt, naar voorbeeld van het exemplaar in het Knipscheer-orgel van de Hervormde kerk te Opijnen (1858).
De uit 1977 daterende Trompet 8’ is vervangen door een geheel nieuw exemplaar, waarbij de vermoedelijk door Ibach geleverde Trompet 8’ van het Knipscheer-orgel van de Hervormde kerk te Varsseveld (1860) als voorbeeld diende.
De mixtuursamenstelling is zoveel mogelijk teruggebracht naar de oorspronkelijke toestand.
Op het Bovenwerk is het bestaande pijpwerk volledig gehandhaafd. Wel is de klankgeving van Prestant 4’en Dulciaan 8’ meer in lijn gebracht van het Knipscheerklankbeeld.

Huidige dispositie:
 

Hoofdwerk (C-f3)
Prestant 8 Vt Geheel 1868. C-dis0 en b-g1 in het front, e0-a0 afgevoerd, geplaatst achter de binnenste tussenvelden vanaf gis1 op de hoofdwerkladen.
Roerfluit 8 Vt Geheel 1868. C-H eiken, afgevoerd van de lade, oorspronkelijk C-H Bourdon 8’ (BW) c0-h0 oorspronkelijk c1-h1 Bourdon 16’ (Hw) c1-f3 oorspronkelijk c1-f3 Bourdon 8’ (BW). C-H afgevoerd. Geplaatst op de oorspronkelijke stok van Bourdon 16’.
Octaaf 4 Vt 1868. Geheel op de lade.
Gedekt Fluit 4 Vt Geheel 2009, metaal. C-h0 gedekt, vanaf c1 open cilindrisch. Op deze plaats stond vóór 1968 de Nasard 3’.
Octaaf 2 Vt Grotendeels 1868.
Mixtuur 3-4 sterk Grotendeels 1868, 30 pijpen 2009. Samenstelling C-h1 origineel, De oorspronkelijke samenstelling vanaf c2 was gebaseerd op de aanwezigheid van een Bourdon 16’op het Hoofdwerk. Aangezien deze in 1968 is verwijderd, is in 2009 de samenstelling vanaf c2 herzien naar Knipscheer-model voor orgels zonder manuaal-Bourdon 16’.
De huidige samenstelling is:
C 2 1 1/3 1 *** c0 2 2/3 2 1 1/3 1 *** c1 4 2 2/3 2 1 1/3 *** c2 4 2 2/3 2 2 *** c3 4 2 2/3 2 2/3 2 2
Cornet 4 sterk 1868. Op de lade geplaatst. Samenstelling: c1 4 2 2/3 2 1 3/5
Trompet 8 Vt Gedeeld in bas/discant (h0/c1). 2009, naar voorbeeld van de Ibach/Knipscheer-Trompet 8’ te Varsseveld (1860). Metalen stevels met een messing ring, loden, overkragende koppen, metalen bekers.
Bovenwerk (C-f3)
Baarpijp 8 Vt 1868. Geheel open, conisch. C-e0 afgevoerd achter het front (middenveld) op ongeveer Hw-hoogte.
Prestant 4 Vt Grotendeels 1868, oorspronkelijk Salicet 4’. Intonatiewijzigingen uit 1968 in 2009 herzien.
Roerfluit 4 Vt 1868. Met uitwendige roeren (roeren C-H op enig moment dichtgemaakt). Vanaf gis2 open, conisch, op lengte afgesneden.
Nasard 3 Vt 1868. Oorspronkelijk op het Hoofdwerk geplaatst, in 1968 naar het Bovenwerk verhuisd. Open, conisch.
Woudfluit 2 Vt In 1968 geplaatst pijpwerk, wellicht van W. Rütter (1868). Op C staat de inscriptie ‘Waldflöte 2 Fuss’. Geheel open, conisch.
Dulciaan 8 Vt 1977. Intonatie in 2009 herzien. Metalen stevels, loden koppen, metalen bekers.
Pedaal (C-d1)
Subbas 16 Vt 1868. Eiken. C-h0 oorspronkelijk C-h0 Bourdon 16’ (HW), c1-d1 oorspronkelijk c0-d0 Bourdon 8’ (BW).

Koppelingen: Hw-Bw, Ped-Hw, Ped-Bw
Tremulant (1938)
Toonhoogte a1 = 440 Hz
Temperatuur: evenredig zwevend
Winddruk: 72 mm Wk

WILLEM JAN CEVAAL

Bron: Peter van Dijk, ‘Eindverslag restauratie Knipscheer-orgel Hervormde kerk Woudenberg’ (december 2009).