Orgelbouwnieuws

Rosenheim (D), St.-Nikolauskirche
[Orgelbouwnieuws uit Het Orgel  2010/06]

 

De orgelgeschiedenis van de St.-Nikolauskirche in Rosenheim heeft tot ongeveer de tweede helft van de negentiende eeuw nauwelijks geheimen prijsgegeven.
Bekend is een reparatie uit 1567 en de bouw van een nieuw orgel in 1635. In 1641 woedde er een grote brand in Rosenheim, de archieven vermelden dat in dat jaar een nieuw positief werd geplaatst. Honderdvierendertig jaar later maakt Anton Bayern uit München een nieuw instrument met twintig stemmen, verdeeld over twee manualen en pedaal.
In 1881 vergrootte men de kerk waarbij het oksaal en het orgel verdwenen.
Twee jaar later leverde de Rosenheimer orgelmaker Jacob Müller een achtentwintig registers tellend instrument met twee handklavieren en pedaal. De aanbouw van drie traveeën aan de kerk resulteerde in akoestische problemen. In 1917/1918 bouwde de firma Willibald Sieman het orgel om en breidde het uit met zes registers.
In de tweede helft van de jaren twintig volgden opnieuw veranderingen. Het orgel bleef een zorgenkind: delen waren slecht bereikbaar en de houtworm deed zich te goed aan het instrument.
Eind jaren vijftig van de vorige eeuw maakte Carl Schüster (München) een nieuw epistelorgel met negen stemmen en in 1958 een nieuw drieklaviers hoofdorgel met bijna veertig registers.
Het epistelorgel was vanaf de speeltafel van het hoofdorgel bespeelbaar.
In 1993 kwam opnieuw de orgelkwestie ter sprake in het kader van de voorbereidingen voor een omvangrijke kerkrestauratie. Men besloot tot de bouw van een nieuw orgel waarvoor men de opdracht verstrekte aan orgelmaker Reil uit Heerde.
In 2004 hield de gemeente haar laatste dienst in de ‘oude’ kerk. In oktober 2005 werd het contract tussen Reil en de kerk getekend. Inmiddels waren de restauratiewerkzaamheden aan de kerk in volle gang. Het orgel stond tijdens de jubileumviering van de firma Reil in 2009 bespeelbaar opgesteld in Heerde.
In juni vorig jaar begon de opbouw van de kas in Rosenheim, eind augustus kwam het pijpwerk en in de maanden oktober en november werd de laatste hand gelegd aan de intonatie.
Op de feestdag van St.-Nikolaus, 6 december 2009, is het orgel in gebruik genomen; de inwijding van het instrument betekende tegelijk de afronding van de renovatie van de kerk.

Dispositie:

Hoofdwerk (I, C-f3) Onderpositief (II, C-f3) Rugpositief (III, C-f3) Pedaal (C-f1)
Quintadena 16’  Baarpijp 8’ Gedekt B/D 8’ Prestant 16’
Prestant Dd 8’ Gedekt 8’ Fluit Travers D 8’ Subbas 16’
Roerfluit 8’ Quintadena 8’ Prestant 4’ Octaaf 8’
Viola di Gamba 8’ Prestant 4’ (vanaf f dubbel) Blokfluit 4’ Gemshoorn 8’
Octaaf 4’ Fluit 4’ Woudfluit 2’ Octaaf 4’
Spitsfluit 4’ Salicet 4’ Flageolet 1’ Bazuin 16’
Quint 3’ Nasard 3’ Sesquialter B/D 2 st. Trompet 8’
Octaaf 2’ Octaaf 2’ Kromhoorn 8’ Klaroen 4’
Mixtuur 6-8 st. Gemshoorn 2’    
Cornet 4 st. (vanaf g) Terts 1 3/5’    
Trompet 8’ Mixtuur 3-4 st.    
Hautbois d’Amour 8’ Fagot 16’    
  Vox Humana 8’    


Werktuiglijke registers
koppelingen OP+HW, RP+OP, HW+Ped, OP+Ped (met registertrekkers en treden te bedienen)
tremulant gehele werk
tremulant RP
cimbelster
nachtegaal
Windvoorziening: vier spaanbalgen
toonhoogte: a1= 440 bij 180 C
winddruk: 67 mm wk
stemming: volgens Barne

CEES VAN DER POEL

Bron: Die neue Reil-Orgel in der Stadtpfarrkirche St. Nikolaus Rosenheim (Rosenheim 2009) (brochure uitgegeven ter gelegenheid van de bouw van het orgel).


Foto: Orgelmakerij Reil