Blaricum, Protestantse Dorpskerk
[Orgelbouwnieuws uit NotaBene  2009-09 september]

In de eerste helft van de jaren dertig van de vorige eeuw onderging de Nederlandse Hervormde kerk aan de Torenlaan in Blaricum een uitgebreide restauratie. Het project stond onder leiding van architect Theo Rueter. De kerkvoogdij gaf in 1934 als sluitstuk van de werkzaamheden aan orgelmaker D.A. Flentrop in Zaandam de opdracht een nieuw instrument te vervaardigen. Rueter tekende het frontontwerp. Maandblad Het Orgel van februari 1935 meldde dat op 30 januari van dat jaar het instrument tegelijk met de gerestaureerde kerk in gebruik genomen was met een bespeling door adviseurs J.G. Groothengel uit Hilversum en D. van Wilgenburg uit Laren. Het orgel had twee manualen en pedaal en was gebouwd met pneumatisch geregeerde kegelladen. De klassieke dispositie toonde invloeden van de Orgelbewegung.
In 1956 deed Flentrop een aanbieding voor een dispositie- en klankwijziging. De Synodale Orgelcommissie der Nederlandse Hervormde Kerk beoordeelde het plan een jaar later. Zij was van mening dat het orgel, hoewel gezien het bouwjaar 1935 van degelijke makelij, volgens achterhaalde principes was gebouwd en dat in plaats van op de offerte in te gaan, beter voor een nieuw orgel gespaard kan worden. Tot fondsvorming voor een nieuw orgel is het nooit gekomen. In 2008 werd groot onderhoud (schoonmaak, revisie en herstelwerkzaamheden) aan het orgel uitgevoerd door Flentrop Orgelbouw.
Het orgel is in authentieke staat bewaard gebleven. De frontpijpen zijn van 'gebrand koper' en hebben tinnen labia.
De vrijstaande speeltafel vóór het orgelfront beschikt over wisselwind.
Links in de kas staat de pedaallade met de kopse kant naar het front, daarnaast vanaf het front de lade voor het Hoofdwerk en daarachter de crescendokast met de lade van het Zwelwerk.
De windmotor staat achter het orgel in een aparte ruimte, waar zich ook een zakbalg bevindt. Voor het Pedaal en het Hoofdwerk is een regulateurbalg aangebracht.
De Bourdon 16' van het Pedaal is een transmissie van de Bourdon 16' van het Hoofdwerk. De Cello 8' van het Pedaal is van zink, de overige pedaalregisters zijn van hout.
De Trompet 8' (Hoofdwerk) heeft metalen stevels en koppen; de bekers zijn van C-H van zink en vanaf c van metaal.
Op het Zwelwerk is de Viola di Gamba 8' van C-Dis halfgedekt, C-H is van zink en het vervolg is van metaal; de Voix Célèste 8' begint op c; de Hobo 8' heeft metalen stevels en koppen; de bekers van C-H zijn van zink, die vanaf c van metaal.

Dispositie
Hoofdwerk (l, C-g3) Zwelwerk (II, C-g3) Pedaal (C f1)
Bourdon 16' Viola di Gamba 8' Subbas 16'
Prestant 8' Voix Célèste 8' Bourdon 16'
Roerfluit 8' Holpijp 8' Cello 8'
Octaaf 4' Openfluit 4' Fluitbas 4'
Roerfluit 4' Nasard 2 2/3'  
Quint 2 %' Spitsfluit 2'  
Octaaf 2' Terts l !3/5'  
Mixtuur III-IV Hobo 8'  
Cornet disc. V Tremolo  
Trompet 8'    

Werktuiglijke registers
Koppelingen Pedaal-I, Pedaal-M, I-II, I-II sub, II sub;
Automatisch piano pedaal,Oplosser, Piano, Mezzo forte, Forte, Volle werk,Oplosser, Vrije combinatie,Handregisters aan, Oplosser,
Tongwerken afsluiter (als trede)
toonhoogte a1= 440 Hz
winddruk: 76 mm Wk
stemming: evenredig zwevend

De samenstelling van de Mixtuur is:
C      2' 1 1/3' 1'
c1     2 2/3' 2' 11/3' 1'
c3     4' 2 2/3' 2' 1 1/3'

Bron: de bovenstaande tekst is grotendeels overgenomen uit Eindkeuring werkzaamheden Flentrop-orgel Protestantse Dorpskerk te Blaricum door Peter van Dijk, december 2008