Noordwolde, Hervormde kerk
[Orgelbouwnieuws uit NotaBene  2009-03 maart]

Voor foto's zie: http://home.tiscali.nl/bakkertimmenga/noordwolde.html

Op 25 oktober 2008 werd het gerestaureerde orgel van de Hervormde kerk te Noordwolde in gebruik genomen.
Het betreft hier een uit 1876 daterend instrument, gebouwd door de orgelmakers L. van Dam en Zonen.
De restauratiewerkzaamheden werden uitgevoerd door de orgelmakers Bakker & Timmenga; adviseur was Jan Jongepier.

Historisch overzicht
Van Dam voerde in 1884 een reparatie uit aan het orgel. Het is niet bekend welke werkzaamheden daarbij zijn verricht.
In 1940 restaureerde de firma Vaas & Bron het instrument. Daarbij werden de frontpijpen gepolijst, de windladen en mechanieken hersteld, het pedaalklavier vernieuwd en het pedaalwalsbord aangepast.
De orgelmaker E.R. Ottes verplaatste het orgel in 1967 binnen het kerkgebouw. Daarbij werden de vleugelstukken niet herplaatst. De gelegenheid werd aangegrepen de mechanieken te voorzien van moderne invoeringen en de loodconducten te vervangen door exemplaren van Westaflex. Verder bracht Ottes een pneumatische tremulant aan en vulde hij de lege sleep op het Hoofdwerk, bedoeld voor een Cornet D 3 st, met een Sesquialter D 2 st.
Bakker & Timmenga voerde in 1968 werkzaamheden uit aan de mechanieken. Lekkages in de balg en de windkanalen werden gedicht.

Restauratie 2008
Het orgel is iets naar voren verplaatst, waarbij de balustrade die voor het front langs liep vervallen is. De opgeslagen vleugelstukken zijn, na te zijn hersteld, herplaatst.
Onder de twee ronde fronttorens werden naarVan Dam-voorbeelden twee cul-de-lampes aangebracht.
Er is een nieuwe windmachine geleverd. De pneumatische tremulant is verwijderd, de oude inliggende tremulant is hersteld.
De balg, kanalen en afsluitingen zijn hersteld.
De handklavieren zijn hersteld, het ivoorbeleg is gecompleteerd en opnieuw verlijmd. Het pedaalklavier is hersteld en in Van Dam-stijl gewijzigd.
De bovenzijde van de orgelbank is met zwart leer bekleed.
De windladen zijn hersteld, waarbij latere moderniseringen ongedaan zijn gemaakt. De laden functioneren daardoor weer volgens de originele opzet.
De mechanieken zijn geheel nagezien, waarbij veel later aangebrachte wijzigingen zijn vervangen door Van Dam-constructies.
De frontpijpen zijn gepoetst waarbij de labia van nieuw bladgoud zijn voorzien. De in 1967 aangebrachte Sexquialter is vervangen door een Cornet D 3 st., conform de bedoelingen van Van Dam. Het overige pijpwerk is hersteld en de intonatie is nagelopen.

Dispositie:

Hoofdwerk (C g3)
Bourdon 16'
Prestant 8'
Holpijp 8'
Octaaf 4'
Roerfluit 4'
Quintprestant 3'
Octaaf 2'
Cornet D 3 st.
Trompet B/D 8'
Dwarswerk (C-g3)
Fluitdolce 8'
Salicionaal 8'
Viool de Gambe 8'
Fluit travers 4'
Gemshoorn 2'
Pedaal (C-d1)
aangehangen

Koppeling: Hw-Dw
Afsluitingen: Hw, Dw
Tremulant
Windlosser
Samenstelling Cornet:
2 2/3' - 2' -  1 3/5'
Winddruk: 65 mm wk
Toonhoogte: a1 = 440 Hz


Bronnen:
Jan Jongepier, Eindverslag betreffende de restauratie van het Van Dam-orgel in het kerkgebouw van de Protestantse Gemeente te Noordwolde;
Het Historische Orgel in Nederland 1872-1878 (2005) 293-295.

WILLEM JAN CEVAAL