Ottersum, Sint-Jan de Doper
[Orgelbouwnieuws uit NotaBene  2009-03 maart]


De firma B. Pels & Zoon uit Alkmaar bouwde in 1948 een pneumatisch orgel voor de Johannes de Doper te Ottersum.
Het instrument kreeg een plaats op de bovenste galerij van het uit 1931 daterende kerkgebouw.
Interessant genoeg maakte Pels daarbij gebruik van windladen uit het orgel dat Cavaillé-Coll in 1875 bouwde voor het Paleis voor Volksvlijt te Amsterdam.
Hoe kwamen deze laden in Ottersum terecht?
In 1916 werd het Amsterdamse Cavaillé-Coll-orgel aangekocht voor de grote zaal van sociëteit De Vereniging te Haarlem, tegenwoordig Philharmonie geheten. Een jaar later werd het orgel gedemonteerd en opgeslagen in een loods van de houthandel firma Peltenburg te Amsterdam. Het zou tot 1924 duren voordat het orgel in Haarlem was opgebouwd. Bij deze door Sybrand Adema uitgevoerde werkzaamheden werden de windladen vervangen door nieuwe kegelladen. De oude laden waren dus overbodig.
En zo kon het gebeuren dat de firma B. Pels & Zoon de tweedehands Cavaillé-Coll-laden van Grand-Orgue en het Pédale in Ottersum gebruikte voor het Zwelwerk en het Pedaal.
Flentrop Orgelbouw demonteerde in 2001 het Haarlemse Cavaillé-Coll orgel in afwachting van een restauratie/reconstructie. Vanuit Ottersum kwam, mede door tussenkomst van Frans Meeuws, organist van de kerk, het aanbod om de oude laden van Cavaillé-Coll af te staan. In 2004 besloot het Ottersumse kerkbestuur de laden daadwerkelijk te verkopen.
Met de opbrengst hiervan werd het maken van nieuwe, vervangende windladen en een algehele restauratie van het Pels-orgel bekostigd.
Flentrop Orgelbouw demonteerde in juli 2004 de laden van Cavaillé-Coll.
Het Pels-pijpwerk werd ter plaatse opgeslagen in afwachting van de algehele restauratie. Het Hoofdwerk bleef intussen bespeelbaar. In september 2006 startte Flentrop Orgelbouw met de restauratie van het Ottersumse orgel. Namens de KKOR was Ton van Eek bij het project betrokken. Om de klankuitstraling te vergroten, werd het orgel van de bovenste galerij naar de onderste verplaatst. Door de beperkte hoogte van deze galerij moest de inwendige opbouw geheel worden herzien. Van de gelegenheid werd gebruik gemaakt om ervoor te zorgen dat het orgel niet meer via een kruipgat, maar met een normale deur toegankelijk werd.
Alle windladen en de volledige (mechanische) toetstractuur werden nieuw gemaakt. De oude speeltafel werd als vrijstaande speeltafel voor het orgel geplaatst. Daarbij konden de klavieren worden hergebruikt. De registertractuur is elektrisch en voorzien van een computersetter. De bestaande magazijnbalg en de twee régulateurs zijn opnieuw beleerd. Het pijpwerk uit 1948 bleef onveranderd, evenals de hieronder genoemde dispositie.

Dispositie:

Hoofdwerk (C g3)
Bourdon 16'
Prestant 8'
Fluit 8'
Salicionaal 8'
Fluit 8'
Octaaf 4'
Roerfluit 4'
Kwint 22/3'
Octaaf 2'
Mixtuur 4-6 st.
Trompet 8'
Zwelwerk (C-g3)
Quintadena 16'
Prestant 8'
Viola di Gamba 8'
Vox caelestis 8'
Holpijp 8'
Prestant 4'
Fluit 4'
Spitskwint 22/3'
Flageolet 2'
Terts !3/5'
Scherp 3-4 st.
Hobo 8'
Schalmei 4'
Pedaal (C f1)
Prestant 16'
Subbas 16'
Octaaf 8' (tr.)
Gedekt 8' (tr.)
Koraal 4'
Bazuin 16'
Trombone 8'

Speelhulpen:
Hw-Zw, Ped-Hw, Ped-Zw, subkoppel Zw
Registercrescendo
Tremulant Zwelwerk
Computersetter (Laukhuff):
999 registercombinaties programmeerbaar
Winddruk: 80 mm wk (Hw en Zw); 90 mm wk (Ped)
Toonhoogte a1 = 440 Hz


Bronnen:
Informatie Flentrop Orgelbouw;
website www.orgelottersum.nl
Het Historische Orgel in Nederland 1872-1878 (2005) 188-192.