Innsbruck (Oostenrijk), Stift Wilten
[Orgelbouwnieuws uit NotaBene 2009-01 januari]

Orgelmakerij Reil uit Heerde leverde in Innsbruck (Stift Wilten) een nieuw koororgel.
Het instrument heeft veertien registers, verdeeld over Hoofdwerk, een op de vloer geplaatst Rugwerk en Pedaal.
De grootste pijpen van de Subbas zijn in een aparte kas aan de linkerzijde van het orgel geplaatst.
De windvoorziening bestaat uit twee spaanbalgen en staat in een ruimte achter het orgel in een kast opgesteld.
Het klankconcept stoelt op de in de jaren 1990 opgedane kennis bij de restauratie van het Bader-orgel (1637-1643) in Zutphen, die ook als uitgangspunt diende bij de bouw van het koororgel in de Bovenkerk in Kampen (1999). Ze berust vooral op het resonantie-effect van pijpwerk met een hoog loodgehalte dat spreekt op een relatief lage winddruk.
De bouwwijze van verdere orgel-onderdelen sluit daarbij aan. De mensurering en intonatie van de pijpen in het Rugwerk liggen in het verlengde van die van het Hoofdwerk, maar het pijpwerk van het Rugwerk is geheel uitgevoerd in hout. In de vormentaal van de kas is aansluiting gezocht bij de zeventiende- en achttiende-eeuwse architectuur van de kloosterkerk.
De ingebruikneming vond plaats op 17 oktober 2008.

Dispositie

Hoofdwerk (C f3) Rugwerk (C f3) Pedaal (Cd1)
Gedackt 8' Coppel 8/D 8' Subbas 16'
Viota di Gamba 8' Traversflöte D 8' Gedackt 8'
Principal 4' Flöte 4'  
Quinte 3" Waldflöte 2'  
Octave 2'    
Mixtur 2-3 st    
Cornet 4 st (vanaf a)    
Regal 8' B/D    


toonhoogte: a1» 440 Hz bij 18°C
wfnddruk: 63 mm wk.
stemming: Neidhardt 1724
Werktuiglijke registers
HW-RW
Ped+HW
Ped+RW
Tremulant


Bronnen: Orgelmakerij Reil, Heerde www.reil.nl