Scherpenzeel, Hervormde kerk
[Orgelbouwnieuws uit NotaBene  2008-10 oktober]

Foto's: Janco Schout

De orgelhistorie van de Hervormde Kerk van Scherpenzeel gaat terug tot 1822. In dat jaar leverde Johann Caspar Friedrichs uit Gouda een instrument, geschonken door de Heer van Scherpenzeel, Petrus Johannes van Naamen. Het orgel telde elf stemmen op het Hoofdwerk, terwijl het Rugwerk vijf registers had. Het Pedaal was aangehangen. Na de dood van
Friedrichs ging in 1825 het onderhoud over op B.J. Gabrij Azn., eveneens uit Gouda. In de loop van de tijd vonden er schoonmaakbeurten plaats.
Tijdens een grote kerkrestauratie eind jaren dertig van de vorige eeuw plaatste men het instrument op een nieuwe galerij aan de torenmuur. De vleugelstukken ter weerszijden van de kas werden verwijderd en de kleur veranderd in blauwgroen. Het instrument moet ooit gewijzigd zijn, mogelijk was dat bij de herplaatsing in 1939. Op zondag 22 april 1945 ging het orgel verloren toen de Duitse bezetter de kerktoren opblies.
In de jaren 1945-1948 bouwde men de kerk weer op en de firma J. de Koff & Zoon uit Utrecht kreeg in 1946 de opdracht een nieuw instrument te maken. Onder advies van Piet van Amstel (Delft) kwam een instrument tot stand met mechanische toets- en registertractuur, elf stemmen op het Hoofdwerk, negen op het tweede manuaal en vijf op het Pedaal. De Koff hergebruikte delen van het Witte-orgel van de Hervormde Kerk van Werkendam (1865) dat in de oorlog onherstelbaar beschadigd was geraakt.
De windladen van Manuaal I en II, delen van de registermechaniek, een magazijnbalg en de veertien grootste houten pijpen van de Holpijp 8’ van Witte vonden een plek in het Scherpenzeelse orgel. De registers Sesquialter en Kromhoorn van het tweede werk stonden op een apart pneumatisch kegellaadje evenals de tonen C-f1 van de Bourdon 16’ van Manuaal I. De kas bestond uit een onderbouw met daarin het pijpwerk van het tweede manuaal en daarboven pijpwerk in een half open opstelling. Op 28 september 1948 klonk het orgel voor het eerst in de eredienst. In maart van het jaar daarop was het helemaal klaar, nadat De Koff onder andere in december 1948 nog de Bazuin 16’ plaatste. Het orgel bleef onveranderd op de plaatsing van een tremulant voor het eerste manuaal in 1986 na.
Toen rond 2000 werkzaamheden aan het kerkgebouw voltooid waren, richtte men de aandacht op het instrument van De Koff. Dat werd als onbevredigend ervaren en de gedachten gingen uit naar nieuwbouw met gebruikmaking van de goede onderdelen van het bestaande orgel.
In 2002 viel het besluit een nieuw orgel te laten bouwen door Adema’s
Kerkorgelbouw uit Hillegom. Het contract hiervoor werd eind augustus 2003 getekend. De definitieve ontwerptekeningen waren ruim een jaar later klaar. Zoals voorgenomen ging het plan uit van hergebruik van pijpwerk en andere onderdelen uit het orgel van De Koff.
De onderbouw van het De Koff-orgel werd overgenomen en diende als leidraad voor het ontwerp van het nieuwe front en orgelkas. Aanvankelijk was het de bedoeling de kas van De Koff op een sobere wijze te completeren door te torens te voorzien van eenvoudige kappen. Gaandeweg ontstond echter de behoefte aan een rijkere uitwerking. Twee panelen in Duitse neo-renaissancestijl uit de voorraad van Adema kwamen daarbij van pas. Oorspronkelijk maakten deze panelen deel uit van het in 1904 door Maarschalkerweerd & Zoon gebouwde orgel voor het Elisabethgesticht in Amsterdam, dat in 1969 overgeplaatst werd naar de parochiekerk van het Allerheiligst Hart in Amsterdam en daar tot eind jaren negentig van de vorige eeuw stond. Deze panelen, voorzien van rood doek, pasten op de plaats van de uiterste zijvelden die in het De Koff-orgel voorzien waren van stomme frontpijpen. De vorm en detaillering van de nieuw gemaakte torens zijn afgeleid van de Maarschalkerweerd-panelen.
De nieuwe delen van de orgelkas zijn vervaardigd van Slavonisch eiken dat is gebeitst, gelakt en ten slotte in de was gezet.
Tijdens de ontwerpfase schrapte men de oude lade van Manuaal I en werden nieuwe laden voorzien met een omvang van C tot g3. Ook kwam er ten opzichte van het bestek een extra register op het Pedaal: de Bourdon 16’ van De Koff werd ingezet als Quintbas 10 2/3’.
In juli 2005 werd het De Koff-orgel gedemonteerd. De opbouw van het nieuwe orgel vond plaats vanaf augustus 2006 en eind 2007 stond het grootste deel van het pijpwerk op de laden. Op eerste Paasdag 2008 werd het orgel voor het eerst in een kerkdienst bespeeld en in april 2008 leverde Adema het instrument op. De officiële ingebruikneming was op
vrijdag 6 juni j.l. met een improvisatieconcert door de organisten Gerben Mourik en Otto Krämer.
Het Adema-orgel telt 34 registers verdeeld over Groot Orgel, Reciet Expressief en Pedaal. De toets- en registertractuur zijn mechanisch, terwijl voor het Groot Orgel een Barkermachine is geplaatst.
Onder in het orgel bevindt zich de magazijnbalg met in- en uitspringende vouw van Witte (1865) uit het instrument van De Koff. De balg is gerestaureerd en opnieuw beleerd. Boven deze hoofdbalg liggen naast elkaar twee nieuwgemaakte regulateurbalgen voor het Groot Orgel en het Reciet die samen dezelfde oppervlakte beslaan als de hoofdbalg. Ook de regulateurs hebben een inspringende en uitspringende vouw en zijn voorzien van inwendige balgscharnieren. De hoofdbalg, regulateurbalgen en windladen zijn met elkaar verbonden door middel van harmonicakanalen. De mechanieken tussen de laden voor de grond- en de combinatiestemmen lopen door harmonicakokers heen.
De Barkermachine is gemaakt naar Adema-voorbeeld van circa 1890 met balgjes buiten de wind en een enkelvoudig ontlatingsventiel. Door de mechanische verbinding tussen de windinlaat en -uitlaat is de kracht waarmee een balgje werkt met de toetsdruk te beïnvloeden; het balgje volgt de snelheid van de toetsbeweging. De machine staat opgesteld achter vijf glazen ruitjes direct achter de speeltafel en krijgt wind uit een eigen nieuwgemaakte enkelvouws balg. Onder de Barkermachine zijn de koppeling GO+Rec en de suboctaafkoppel GO+Rec Grave aangebracht; boven de Barkermachine bevindt zich het appel GO.
Boven de windvoorziening zijn de vier laden voor het Groot Orgel opgesteld, een C- en Cislade voor de grondstemmen en eveneens twee voor de combinatiestemmen. De grootste pijpen staan aan de buitenzijde van het orgel; tussen de laden loopt een stempad. De laden voor het Groot Orgel zijn nieuw vervaardigd, de Cornet 5 st. staat opgebankt. C-h van de Bourdon 16’ staan op twee moteursladen net als C-H van de Salicionaal.
Ook het sprekende frontpijpwerk (twaalf pijpen van de Fluit Harmoniek en vijftien pijpen van de Praestant) staat op moteursladen. Alle in totaal zes moteursladen zijn naar model Cavaillé-Coll dat door Adema standaard werd toegepast en worden gevoed vanuit de grondstemmenladen middels loden conducten. Om de repetitiesnelheid van de moteursladen te bevorderen zijn de grondstemmenladen voorzien van een mechanisch ontlatingssysteem.
Boven het Groot Orgel is het Reciet opgesteld in een crescendokast. Er is een lade voor de grondstemmen- en een voor de combinatiestemmen met de grootste pijpen in het midden, naar buiten toe aflopend in hele tonen. C-F van de Vioolprestant 8’ staan op een moteurslade achter de middentoren, buiten de zwelkast, Fis-H eveneens op een moteurslade in de zwelkast tegen de achterwand. Ook deze moteursladen worden aangestuurd vanuit de hoofdladen die net als die van het Groot Orgel zijn voorzien van een ontlatingssysteem.
De torennis herbergt een C- en Cislade voor de grondstemmen van het Pedaal, beide afkomstig uit het orgel van De Koff (gewijzigd) met de grootste pijpen aan de buitenkanten; twee nieuwe laden voor de combinatiestemmen zijn hier tegenaan geplaatst. De Contrabas 16’ en de Openbas 8’ bevinden zich op eigen windladen aan de zijkanten van het orgel ook met een C- en Ciszijde, grootste pijpen achteraan tegen de kerkmuur.
De speeltafel staat vrij, voor het orgel in het midden; de speler zit met de rug naar het orgel toe. De ondertoetsen zijn belegd met been, de boventoetsen zijn van ebben. Het eiken pedaalklavier heeft ebben opdikken op de boventoetsen. Bakstukken en klavierlijsten zijn van palissander. De paslissander registerknoppen zijn in drie terrassen ter weerszijden van de handklavieren aangebracht. De knoppen voor het Reciet zijn voorzien van roze porseleinen registerschildjes, witte voor het Groot Orgel en lichtgroene
voor het Pedaal. De knoppen Barker GO Af en Expressie (bediening van de zwelkast van het Reciet) hebben gele naamplaatjes. De indeling van de voettreden boven de teenlijst van het pedaalklavier is als volgt: Donder (= Orage op orgels van Cavaillé-Coll), koppels GO+Rec Gr, GO+Rec, Rec+Ped, GO+Ped, Expressie (basculetrede crescendokast Reciet), Combinatiestemmen GO, Rec, Ped, Tremolo Rec en GO. De zwelkast van het tweede werk is op twee manieren te bedienen, met een registerknop en met een gebruikelijke basculetrede. In de speeltafel zijn de mechanieken van de beide pedaalkoppelingen aangebracht. Wanneer de mechanieken afgesteld moet worden kan het gehele speeltafelmeubel van de speeltafelstelling afgenomen worden door vier schroeven los te maken.

Dispositie:
Registers met * zijn combinatiestemmen

Groot Orgel (I - C-g3)
Bourdon 16’ C-h hout, rest metaal uit voorraad Adema
Praestant 8’ C-h in front De Koff 1948 rest uit voorraad Adema
Salicionaal 8’ C-H zink rest nieuw
Fluit Harmoniek 8’ C-H in front, De Koff 1948 c-g3 uit voorraad Adema vanaf c overblazend
Holpijp 8’ C-H hout, c-g3 metaal, uit voorraad Adema
Octaaf 4’ grotendeels De Koff 1948 met expressions
Fluit Douce 4’ De Koff 1948, voorheen Roerfluit 4’ fis3-g3 nieuw
*Kwint 2 2/3’ grotendeels De Koff 1948 met expressions
*Octaaf 2’ grotendeels De Koff 1948 met expressions
*Mixtuur II-V st. nieuw in progressio-samenstelling
*Cornet V st. De Koff 1948 op verhoogde banken geplaatst 8-voets koor uit Roerfluit 8 De Koff, overig pijpwerk een toon opgeschoven c1-cis1 nieuw
*Trompet 8 C-h makelij Devos, nieuwe bekers rest geheel nieuw, gereconstrueerd.
Reciet Expressief (II - C-g3)
Vioolpraestant 8’ C-H zink, c-d metaal, nieuw dis-f3 De Koff 1948, fis3-g3 nieuw
Bourdon 8’ C-cis hout, Witte 1865 d-f3 metaal, De Koff 1948 fis3-g3 nieuw
Viola di Gamba 8’ C-f3 De Koff 1948 fis3-g3 nieuw
Vox Coelestis 8’ vanaf c De Koff 1948
Kwintatoon 8’ C-H hout, voorraad Adema c-f3 metaal, De Koff 1948 fis3-g3 nieuw
Praestant 4’ De Koff 1948 fis3-g3 nieuw
Basson-Hobo 8’ nieuw, Franse factuur, c1-g3 à pavillion
Vox Humana 8 nieuw, Franse factuur naar Cavaillé-Coll
*Fluit Harmoniek 4’ nieuw, f-g3 overblazend
*Kwintfluit Harmoniek 2 2/3’ nieuw, f-h2 overblazend
*Piccolo Harmoniek 2’ nieuw, f-f2 overblazend
*Tertsfluit Harmoniek 1 3/5’ nieuw, f-h1 overblazend
*Basson 16’ nieuw, Franse factuur, C-H bekers halve lengte
*Trompet Harmoniek 8’ nieuw, Franse factuur, c2-g3 dubbele bekerlengte
*Klaroen Harmoniek 4’ nieuw, Franse factuur, c1-g3 dubbele bekerlengte, hoogste octaaf 8’
Pedaal (C-f1)
Contrabas 16’ grenen, uit voorraad Adema
Subbas 16’ grenen, De Koff 1948
Kwintbas 10 2/3’ grenen, De Koff 1948, gedekt (voorheen Bourdon 16’)
Openbas 8’ nieuw, hout
Violoncel 8’ nieuw, metaal
*Openfluit 4’ De Koff 1948 (oorspronkelijk Koraalbas 4 en Octaafbas 8)
*Bazuin 16’ nieuw, Franse factuur, volle bekerlengte


Werktuiglijke registers (uitgevoerd als trede tenzij anders vermeld)
Donder
Koppel GO + Rec. grave suboctaafkoppel Reciet aan Groot Orgel
Koppel GO + Rec.
Pedaalkoppel Rec.
Pedaalkoppel GO
Expressie zweltrede Reciet Expressief (ook met registerknop te bedienen)
Combinatiestemmen GO afsluiter voor combinatiestemmen Groot Orgel
Combinatiestemmen Rec afsluiter voor combinatiestemmen Reciet
Combinatiestemmen Ped afsluiter voor combinatiestemmen Pedaal
Tremolo Rec fort/doux tremulant in twee sterktes, trede inhakend naar links of naar rechts
Tremolo GO fort/doux, idem
Expressie handmatige bediening zwelkast Reciet (knop, gekoppeld aan de voettrede)
Barker GO af ontkoppelt het Groot Orgel van de barkermachine (knop)
toonhoogte: a1 = 440 Hz bij 18°C
winddruk: 95 mm wk (GO); 105 mm wk (Rec); 115 mm wk (Ped, hoofdbalg); 120 mm wk (Barkermachine)
stemming: evenredig zwevend

Bronnen: Adema’s Kerkorgelbouw (Hillegom); internet: www.ademaorgelscherpenzeel.nl