Jemgum (Duitsland), Evangelisch-reformierte Kirche
[Orgelbouwnieuws uit de ORGELkrant 2008-02 Februari]

Foto: Website F.R. Feenstra http://www.frfeenstra.nl

In 2004 verwoestte een brand grotendeels de Evangelisch-reformierte kerk van Jemgum. Het gebouw, dat in 1930 in de plaats gekomen was van een eveneens door brand verwoeste achttiende-eeuwse kerk, werd gereconstrueerd in de oorspronkelijke Art Deco-stijl. Als onderdeel van de herinrichting van de kerk kocht de gemeente een orgel dat in bezit was van orgelrestaurateur F.R. Feenstra in Grootegast.
Het instrument werd in 1844 door de Engelse firma Walker gebouwd voor William Cubitt in Balham Hill nabij Londen, een van de latere burgemeesters van Londen. Het orgel telde twee manualen, beide beginnend op toets contra G, zoals gebruikelijk is in de oudere Engelse orgelbouw. Het Swell klonk echter pas vanaf c met eigen pijpwerk en in het groot octaaf kon de Pedal Open 16’ worden bediend; de functie toentertijd van de laagste vijf toetsen is onbekend. Het Pedal kreeg een omvang van C tot d. Na de dood van de eerste eigenaar kwam het orgel in Balham Chapel te staan. Het pedaal werd bij die gelegenheid uitgebreid tot vijfentwintig tonen (C-c1). Het Swell kreeg een baslade met twaalf pijpen van een Stopt Diapason. Waarschijnlijk voerde Bevington deze werkzaamheden uit. In 1943 verhuisde het orgel opnieuw, nu naar de Baptist Church in Harston, nabij Cambridge. In 1998 kocht Feenstra het orgel aan, behalve het niet originele front.
Feenstra restaureerde het binnenwerk van het Walker-orgel volledig en voorzag het instrument van een nieuwe, eiken kas. Het Great onderging uitbreiding met een Twelfth 2 2/3’ en een Trumpet 8’ met gebruikmaking bijpassend pijpwerk. Het Swell werd vergroot met een Double Diapason 16’ en kreeg een nieuwe baslade met zeventien cancellen voor de tonen contra G tot en met b. De acht- en viervoets labialen spreken vanaf contra G, de andere stemmen van het Swell vanaf C; de tongwerken delen het groot octaaf. Voor het Pedal werd een nieuwe lade gemaakt. Daarop plaatste de orgelmaker een Bourdon 16’, voor een deel bestaande uit de oude Open Wood. Uit voorraad werd een Trombone 16’ toegevoegd en verder werd nog een Open Diapason 8’ voorbereid. De Sesquialtra van het Great was verloren gegaan. Enkele pijpjes daarvan bleven echter bewaard als hoogste tonen voor de tongwerken van het Swell. Bij vergelijk met de mensuren van de overgebleven pijpen met die van het gelijknamige register van het Swell, bleek de Sesquialtra van het Great een halve toon enger te zijn geweest dan die van het Swell en kon het register dienovereenkomstig gereconstrueerd worden met aangekocht pijpwerk.
De frontpijpen werden nieuw gemaakt waarbij de Open Diapason werd aangevuld met zeven lage tonen zodat deze nu vanaf C spreekt. Ook de grootste pijpen van de Principal staan in het front. Op 13 december 2007 speelde adviseur Winfried Dahlke het orgel in met een concert.

Dispositie:

Great (I, contra G-f3) Swell (II, contra G-f3) Pedal (C-e1)
Open Diapason 8 ft Double Diapason 16 ft (vanaf c) Pedal Open 16 ft
Stopt Diapason Bass 8 ft Open Diapason 8 ft Trombone 16 ft
Stopt Diapason Treble 8 ft Stopt Diapason 8 ft Open Diapason 8 ft (gereserveerd)
Dulciana 8 ft Principal 4 ft
Principal 4 ft  Sesquialtra 2-3 rks
Flute 4 ft Trumpet 8 ft
Twelfth 2 2/3 ft Oboe 8 ft
Fifteenth 2 ft
Sesquialtra 2-3 rks
Trumpet 8 ft
Tremulant

Koppelingen: Great to Swell, Great to Pedal, Swell to Pedal
toonhoogte: a1 = 440 Hz
winddruk: 68 mm. Wk
stemming: Young

Bron: F.R. Feenstra Orgelrestauratie