Bergen (Noorwegen), Nesttun Grave Kapell
[Orgelbouwnieuws uit de ORGELkrant 2008-01 Januari]

Foto's: Orgelmakerij Steendam


Van het orgel dat nu in de Nesttun Grave Kapell in Bergen (Noorwegen) staat opgesteld, is de oudste geschiedenis nauwelijks ontrafeld.
Bij de restauratie in 1984 zijn twee jaartallen gevonden, die aangeven dat het instrument omstreeks 1820 ontstaan moet zijn. Het is onbekend waar het orgel toen stond. Uit de factuur van windlade en pijpwerk en het frontontwerp kan worden geconcludeerd dat het om een zuidelijk instrument gaat.
J.J. van den Bijlaardt plaatste het orgel waarschijnlijk rond 1890 in de Gereformeerde Hofpleinkerk in Middelburg.
De firma A.S.J. Dekker leverde in 1930 een nieuw instrument aan de gereformeerden en nam het oude orgel in.
Een jaar later stelde Dekker het op in de Gereformeerde Kerk van Vianen met toevoeging van een Viola di Gamba 8’ en een Prestant 8’ (bas).
Negentien jaar later werd het orgel opnieuw overgeplaatst, nu naar de Rehobothkerk in Krimpen aan den IJssel. Daarbij werd het quasi onderpositieffront verwijderd en verruilde men de Trompet 8’ voor een Mixtuur.
In 1984 volgde een restauratie door Hendriksen & Reitsma. Het onderste deel van het front werd gerecontrueerd en het hele front werd voorzien van nieuwe frontpijpen. Ook de claviatuur werd vernieuwd. Door de windlade opnieuw in te delen, de Viola di Gamba uit 1931 en de Mixtuur van Van Vulpen te verwijderen, een Nazart 3’, Fourniture en Basson/Hautbois toe te voegen, ontstond een nieuwe dispositie. Het orgel heeft een gecombineerde windlade voor de beide manualen met dubbele ventielkast. De magazijnbalg ligt onderin de kas.
Rond de eeuwwisseling werd de Rehobothkerk afgebroken en een nieuw gebouw met dezelfde naam gerealiseerd. In de nieuwe kerk plaatste orgelmaker Sicco Steendam in 2002 een orgel afkomstig van de Gereformeerde Gemeente van Tholen.
Zes jaar lag het instrument uit de oude kerk bij Steendam opgeslagen, totdat een nieuwe bestemming werd gevonden in de Nesttun Grave Kapell in Bergen (Noorwegen).
Daar werd het in februari 2006 geplaatst door Steendam en zijn medewerkers onder advies van Kristen Øgaard.
De kas en windlade werden gerestaureerd.
De frontpijpen uit 1984 zijn gehandhaafd, het binnenpijpwerk van de Prestant is vernieuwd.
Een deel van de oude binnenpijpen van de Prestant is gebruikt in de nieuwe Nasart, die verder aangevuld werd met nieuw pijpwerk.
Voorts is op het eerste manuaal de Fourniture verdwenen, evenals de Basson die vervangen werd door een Vox Humana.
Op het tweede manuaal is de Gambe 8’ vervangen door een ander register met dezelfde naam.
Tevens werd een nieuwe, niet overblazende achtvoets Flûte travers D geplaatst ten koste van de Bourdon 16’. De tremulant keerde niet terug.

Dispositie:

Manuaal I (C-f3) Manuaal II (C-f3) Pedaal (C-d1)
Montre B/D 8’ Flûte travers D 8’ Aangehangen
Prestant 4’ Bourdon 8’
Nazart 3’ Gambe 8’
Doublette 2’ Flûte 4’
Vox Humana B/D 8’

klavierkoppel
ventiel
toonhoogte: a1= 440 Hz
winddruk: 68 mm wk
stemming: evenredig zwevend

Bronnen:
Het Historische Orgel in Nederland 1819-1840 (Amsterdam 2001) 134-136; 
Orgelmakerij Steendam