| Hoorn, Noorderkerk [Orgelbouwnieuws uit de ORGELkrant 2007-12 December] |
Zie ook naschrift
De kas van het orgel dat in de Noorderkerk in Hoorn staat opgesteld,
dateert van het einde van de 17de eeuw. Als maker geldt Peter Weidtman
sr..
Het werd aangetroffen op het voormalig internaat ‘De
Heibloem’ in Heythuysen en in 1971 door orgelmaker
Verschueren in Hoorn geplaatst.
Voor het binnenwerk werd gebruik gemaakt van een lade (19de eeuws),
pijpwerk en claviatuur afkomstig uit de Hervormde kerk in Capelle aan
den IJssel.
Daarvoor bevond het zich in de rooms-katholieke kerk van
Rothem.
De factuur van het materiaal vertoont overeenkomsten met werk
van Thomas Weidtman, een andere telg uit het orgelmakersgeslacht.
De frontpijpen werden nieuw gemaakt. In de zomer van 2006 is het orgel
schoongemaakt en geherintoneerd door Flentrop Orgelbouw uit
Zaandam.
Het instrument werd bij die gelegenheid ook overgeplaatst van de
noorderzijbeuk naar de koorzijde van het zuidertransept, waar het
minder negatieve invloeden te verduren heeft van de verwarming.
Het
pedaal werd uitgebreid met een in- en uitschakelbare zelfstandige
pedaalstem (Bourdon 16), die geplaatst is op een aparte lade achter de
kas.
Het pedaal is permanent aangehangen aan het manuaal.
Dispositie:
Manuaal (C-f3)
Montre 8
Bourdon 8
Flûte travers 8 D
Prestant 4
Flûte 4
Nasard 3
Doublette 2
Mixture III
Trompette B/D 8
Pedaal (C-c1)
Bourdon 16
Bronnen:
Het Historische Orgel in Nederland(1479-1725), Amsterdam 1997, 279-280;
Gerrit van der Velden
Naschrift door G.M.I. Quaedvlieg in de Orgelkrant van januari 2008:
In De Orgelkrant van december 2007 werd bericht over het orgel in de
Noorderkerk te Hoorn. Er werd onder meer in gemeld dat het binnenwerk
van het huidige orgel zich in Rothem bevond voordat het terecht kwam in
de Hervormde Kerk te Capelle aan den IJssel.
Naar aanleiding hiervan ontving de redactie een interessante reactie en
correctie van G.M.I. Quaedvlieg uit Maastricht, die zij hier graag
doorgeeft. Hij vond in het kerkelijke archief van de parochie Rothem
(bij Meersen) een brief van M. Pereboom & Zn. d.d. maart 1929 met
de volgende inhoud:
“Naar aanleiding van ons
persoonlijk onderhoud ben ik zoo vrij u het volgende aan te bieden. Het
compleete kerkorgel, staande in de kerk te St. Pieter geplaatst in Uwe
kerk en gestemt voor de somme van honderd vijf en zeventig gulden.”
De heer Quaedvlieg schrijft naar aanleiding van deze passage:
Bedoeld orgel was in het bezit gekomen van Pereboom toen deze in 1929
een nieuw orgel plaatste in de kerk van St. Pieter, een nabij
Maastricht gelegen leefgemeenschap, welke sedert 1920 deel van deze
stad uitmaakt. In de kerk aldaar werd in 1843 “eenen nieuwen orgel” geplaatst; blijkens het notitieboek (‘calepin’) van de toenmalige koster/schoolmeester was dit orgel “veerdig
gekomen op den 25 september 1843. Zij hadden zeeker 3 maanden daarvoor
gewerkt. Zij waaren 16 uren hier vandaan, 10 uren agter Aken; zij
waaren met hun drijen; hunnen naam was Schauten.”
Deze uit Jüchen (D) afkomstige orgelbouwers plaatsten in hetzelfde
jaar ook een nieuw orgel in de aan de overzijde van de Maas gelegen
kerk van Heugem (thans ook gemeente Maastricht) en in 1844 in de kerk
van Sint-Geertuid (thans gemeente Margraten). Het orgel te Sint-Pieter
werd in 1869 hersteld door Meisenberg (Nuth), terwijl Pereboom &
Leijser (Maastricht) in 1882 een nieuwe ‘Trompette’
plaatsten en in 1902 de beide blaasbalgen vernieuwd werden door
Nöhren (Roermond). Vanaf 1912 was Pereboom belast met het
onderhoud.
Het orgel wordt ook vermeld in de verzameling
“Orgelbeschrijvingen: van G.H. Broekhuyzen sr. (P-20). In 1942
werd het orgel verkocht aan de firma Spiering en door deze geplaatst in
de Hervormde Kerk van Capelle aan den IJssel en kwam nadien in Hoorn
terecht.