Utrecht, parochiekerk van de H. RafaŽl
[Orgelbouwnieuws uit de ORGELkrant 2007-11 November]

F.B. Loret bouwde in 1856 een orgel voor het Augustijner seminarie te Culemborg.
Omstreeks 1915 restaureerde Maarschalkerweerd & Zoon het instrument. Bij die gelegenheid plaatste men de bas van Bourdon 16 op een apart pneumatisch laadje, getransmitteerd bespeelbaar als Subbas 16 op het tot dan toe aangehangen pedaal.
J.J. Elbertse & Zoon plaatste het orgel in 1936 over naar het JezuÔetenseminarie in Apeldoorn.
In 1974 werd het orgel door vrijwilligers onder leiding van dezelfde firma opgesteld in de H. Geestkerk in Utrecht (sinds enige jaren gewijd aan de
aartsengel RafaŽl).
Elf jaar later maakte Elbertse de Subbas van het Pedaal zelfstandig. De Bourdon 16 van het Hoofdwerk werd vervangen door
een Octaaf 2 en de Prestant D 16 door een Cornet D III. Het overtollige pijpwerk van de Bourdon en het pijpwerk van de Prestant werd opgeslagen
achter het orgel.
Onder advies van Rogťr van Dijk (namens de KKOR) voerde de firma Elbertse Orgelmakers BV (Soest) in de maanden februari en maart van 2007 groot onderhoud en restauratiewerkzaamheden uit aan het Loretorgel.
Al eerder werd door parochianen in eigen beheer een deel van de leren moeren van de mechanieken vervangen.
De balg is opnieuw beleerd. Scheuren in de bladen zijn met houten spieŽn gedicht en er werden verstevigingen aangebracht. De balg bestaat uit
twee tegengesteld opgaande spaanbalgen, die op elkaar zijn bevestigd zonder scharnieren. Een van de vouwen was vastgezet, beide vouwen zijn
nu weer in functie.
Na afruimen van het pijpwerk bleek dat de pneumatiek van het pedaallaadje voor de Subbas 16 er slecht aan toe was. Daarom werd besloten het pijpwerk van dit register weer terug te plaatsen op de oorspronkelijke plaats op de Hoofdwerklade, aangevuld met de opgeslagen pijpen. Ook de Prestant D 16 keerde weer terug op het Hoofdwerk. Het pedaallaadje is verwijderd en de in 1984 geplaatste registers zijn ingenomen.
De rest van het pijpwerk is schoongemaakt en de aangetroffen stemringen zijn gehandhaafd in afwachting van een latere verdere restauratie
van het pijpwerk en windlade. De aanwezige pedaalkoppel is gebleven en vastgezet. De niet-passende registerknop is verwijderd en in het orgel
opgeslagen. Het pedaal is nu weer aangehangen. De originele orgelbank werd, voorzien van een langere ziting, herplaatst.
In eigen beheer werd het hele orgel schoongemaakt. De kas is provisorisch gestabiliseerd en aan de buitenzijde opnieuw in de was gezet.
Verder werd de stemvloer verbeterd en werd een nieuw vlonder onder het pedaalklavier vervaardigd. Vanaf Pasen 2007 wordt het gereviseerde
orgel weer gebruikt in de liturgie.


Foto: Frans Sellies

Dispositie:

Hoofdwerk (I, C-f3)
Bourdon 16
Prestant D 16
Prestant 8
Holfluit 8
Prestant 4
Fluit 4
Quintadena 3
Trompet 8
Nevenwerk (II, C-f3)
Bourdon 8
Salicionaal 8
Viola de Gamba 8
Fluit 4
Flageolet 2

Manuaalkoppel
Aangehangen Pedaal C-d1

Bronnen:
Rogťr van Dijk Het Historische Orgel in Nederland 1850-1858. Amsterdam 2002, 309-310.