Nes aan de Amstel, parochiekerk van de H. Urbanus
[Orgelbouwnieuws uit de ORGELkrant 2007-11 November]


Foto: Ton van Eck

Op 21 mei 1891 werd de nieuwe parochiekerk in Nes aan de Amstel ingewijd. Het gebouw was een schepping van Jos. Cuypers, zoon van de befaamde Pierre Cuypers.
Een jaar eerder had de pastoor van de Urbanusparochie contact gezocht met orgelmaker P.J. Adema uit Amsterdam in verband met een nieuw te bouwen orgel. In 1892 werd begonnen met de bouw van het instrument. Op zondag 10 september 1893 werd het voltooide orgel ingespeeld door de later bekende organist en componist Hubert Cuypers (1873–1960).
Het ontwerp voor het eiken front was van Jos. Cuypers. Het bevatte twee schilderingen van engelen, die op het betrekkelijk moderne materiaal linoleum waren aangebracht.
Deze werkstukken waren afkomstig uit het atelier van Jos. Cuypers. Schilder F.W. Domicie verrichtte de andere schilderswerkzaamheden.
De kas werd in grenen uitgevoerd door de plaatselijke aannemer/ timmerman P.J. de Bruyn.
De plaats van het orgel was ongebruikelijk voor de tweede helft van de 19de eeuw: tegen de oostwand van het noordertransept. De vrijstaande eiken speeltafel werd opgesteld op de galerij achter de orgelkas. De speler zit met zijn rug naar het orgel en heeft zo zicht op het koor, de dirigent en ook rechts beneden op het altaar.
Piet Adema liet het metalen pijpwerk vervaardigen door zijn broer Carel en diens zonen in Leeuwarden. De plaats van de geplande Basson-Hobo van het Positief bleef leeg.
Het orgel werd opgeleverd met een magazijnbalg met inspringende en uitspringende vouw en twee schepbalgen. Het Positief is voorzien van een aparte balg, die wordt gevoed vanuit de hoofdbalg. Het pijpwerk voor het Hoofdmanuaal en het Pedaal staat op een gecombineerde lade; een tweede lade is voor het Positief. Beide eiken lades staan loodrecht op het front met de grootste pijpen aan de frontzijde: de lade van het Hoofdmanuaal/Pedaal vanuit de kerk gezien links en die van het Positief rechts.
De pijpstokken zijn van mahonie. De ondertoetsen zijn belegd met ivoor, de boventoetsen met ebben. De bakstukken zijn van eiken en belegd met palissander. De verticale lijsten onder, tussen en boven de manualen zijn ook van palissander. De pedaaltoetsen zijn van eiken, gevat in een eiken raam; de boventoetsen zijn opgelegd met palissander. De registerknoppen
zijn ter weerszijden van de handklavieren in terrassen aangebracht en hebben eiken schachten en gedraaide knoppen van palissander met porseleinen naamplaatjes. Boven het pedaalklavier zijn treden voor de beide koppels aangebracht. De pedaalkoppel is uitgevoerd als beweegbaar wellenbord.
Vanaf de bouw tot op heden bleef het onderhoud van het instrument in handen van de firma Adema. Omdat er bij de balgen in de onderbouw van het orgel of op de tribune onvoldoende plaats was, plaatste men in 1925 een elektrische windmotor op de loopplank achter de grootste houten pijpen van het Hoofdwerk. In 1932 maakte Joseph Adema het instrument schoon en dichtte hij enkele lekkages in de balgen en de windkanalen.
In 1957 volgde opnieuw een schoonmaak, nu door Hubert Schreurs. De offerte voor deze werkzaamheden voorzag ook in het nazien van de pijpvoeten van het groot octaaf van de Viola, herstel van het klein octaaf van de Prestant 8 en de Salicionaal, en herstel van scheuren van de windlade van het Positief. Schreurs stelde ook voor de lege plaats van de Basson-Hobo in te vullen met een Sesquialter I-II, hetgeen niet gerealiseerd werd wegens geldgebrek. Uit correspondentie tussen de orgelmaker en de pastoor blijkt dat in de parochie de wens leefde tot elektrificering van de tractuur van het orgel. Schreurs nam hiertegen krachtig stelling. Tijdens het werk in de zomer van 1957 bleek dat ook de bevilting van de claviatuur vervangen moest worden.
In de jaren die volgden, leed het instrument behalve door de tand des tijds vooral door de heteluchtverwarming. Door uitdroging scheurden de windladen, de windkanalen en het leer van de balgen. Een defect aan de verwarming veroorzaakte roetuitstoot, die neersloeg op de kas en in het orgelinterieur. Ook verzakte het orgelbalkon zodat de mechaniek ontregeld
raakte en het toucher van het orgel zwaarder werd.
In de jaren tachtig van de vorige eeuw was het instrument aan restauratie toe, maar de aanpak van de zorgelijke staat van het kerkgebouw had hogere prioriteit.
In 2003 was er zicht op subsidieverlening en werden drie orgelmakers uitgenodigd een offerte uit te brengen. Het werk werd gegund aan Adema’s Kerkorgelbouw. Ton van Eck trad op als adviseur namens de KKOR, de RACM werd vertegenwoordigd door Rudi van Straten en Wim Diepenhorst.
In het voorjaar van 2006 werd het orgel gedemonteerd en op de kas, het stellingwerk en de hoofdbalg na, naar de werkplaats in Hillegom overgebracht.
De balg van het Positief is helemaal opnieuw beleerd, terwijl van de balg van het Hoofdmanuaal alleen de hoeken nieuw leer kregen. De windmotor uit 1925 is na revisie weer herplaatst. De windlades zijn gerestaureerd.
Bij een aantal slepen van het Hoofdmanuaal bleek de winddoorlaat bij enkele boringen gehinderd te worden. Deze kleine constructiefouten zijn weggenomen. De mechaniek in de speeltafel en in het orgel is opnieuw gericht en de draaipunten zijn soepel lopend gemaakt.
Alle pijpen zijn schoongemaakt. Het houten pijpwerk is opnieuw verlijmd; de metalen pijpen waren, op enkele doorgezakte voeten na, in goede conditie.
Bij verwijdering van de roetlaag op de kas kwamen verrassende kleurschilderingen tevoorschijn. Een groot deel hiervan is, samen met de geschilderde engelenfiguren in het front, door Lex Lases van Adema gerestaureerd. De verzakking van de kerk is bij remontage van het orgel zo goed mogelijk gecompenseerd; het pijpwerk staat nu weer te lood. De ontbrekende Basson-Hobo op het Positief is bij deze gelegenheid aan het orgel toegevoegd.
Ten slotte is de intonatie nagelopen en is het orgel in de aangetroffen evenredig zwevende stemming gestemd, uitgaande van een a1 van 435 Hz.
Op 2 juni 2007 werd het orgel feestelijk opnieuw in gebruikgenomen. Ter gelegenheid hiervan liet het parochiebestuur een boekje verschijnen van de hand van Ton van Eck en Victor Timmer over de orgels (het huidige en zijn voorgangers) van de St.-Urbanusparochie.

Dispositie (volgorde van de registers vanaf de stemgang tussen de beide lades)

Hoofdmanuaal (I, C-g3)
Trompet 8 metaal; Frans model; bekers voorzien van intonatieslitsen; C-H enkele kop, rest met kop en ring
Mixtuur II-IV in salicionaalmensuur; kleinste pijpjes op lengte, rest met expressions;
samenstelling:
C 2 2/3 2
c1 4 2 2/3 2
c2 5 1/3 4 2 2/3 2
Octaaf 4 C-A in het front (velden), rest op de lade; expressions
Salicionaal 8 C-H gecombineerd met Prestant 8; c-g3 op lade; expressions
Holpyp 8 C-H grenen, rest metaal; zijbaarden
Prestant 8 C-H in het front (linker- en middentoren), rest op de lade
Bourdon 16 C-d1 grenen, rest metaal; C-h geposteerd, rest op de lade
Pedaal (C-d1)
Openbas 8 gecombineerd met Prestant 8
Subbas 16 gecombineerd met Bourdon 16
Positief (II, C-g3)
Basson-Hobo 8 2007; kopie van gelijknamige register in Workum (Adema, 1885); Frans model; C-h trechtervormige bekers; vanaf c1 met dubbele conus; vanaf h2 dubbele bekerlengte
Piccolo 2 open, conisch (niet overblazend); C-h1 expressions, rest op lengte
Fluit harmoniek 4 C-Fis in het front (rechtertoren), rest op de lade; vanaf f overblazend; C-gis2 expressions, rest op lengte
Vox coelestis 8 vanaf f
Viola 8 C-f rolbaarden, rest zijbaarden; expressions
Bourdon 8 C-H grenen, rest metaal
Fluit harmoniek 8 C-H gecombineerd met Bourdon 8; vanaf c metaal; vanaf f1 overblazend; expressions


Werktuiglijke registers
Koppel Positief aan Hoofdmanuaal
Koppel Hoofdmanuaal aan Pedaal
Toonhoogte: a1= 435 Hz
Stemming: evenredig zwevend
Winddruk: HW en Pedaal 90 mm wk, Pos 86 mm wk

Bronnen:
Ton van Eck en Victor Timmer, Een ‘Adema’ aan de Amstel. Over de orgels van de St.-Ubanusparochie te Nes aan de Amstel, Nes aan de Amstel 2007;
Het Historische Orgel in Nederland 1886-1894, Amsterdam 2007, 308-310; Ton van Eck