Elshout, r.-k. kerk St.-Jan Evangelist
[Orgelbouwnieuws uit de ORGELkrant 2006-09 september]

In 1860 leverde J.J. Vollebregt & Zoon een orgel voor de oude rooms-katholieke kerk van Elshout. Het instrument telde 13 stemmen verdeeld over Hoofdwerk en Positief in een grenenhouten kas die waarschijnlijk geschilderd was in eikenimitatie. Tot 1876 verzorgde Vollebregt het onderhoud. Ongeveer twintig jaar na de bouw werd het orgel overgeplaatst naar het nieuwe neogotische kerkgebouw van de parochie. Het is niet duidelijk of daarbij wijzigingen aan het instrument zijn doorgevoerd.
In 1898 verbouwden de gebroeders Gradussen het balustrade-orgel grondig. Wellicht om meer ruimte te creëren voor het kerkkoor, verdween het onderpositief en werd het bovenste deel van de kas verder omhooggebracht. In de zo ontstane ruimte maakten de Gradussens een nieuwe speeltafel, dwars op het front. Het pijpwerk van het onderpositief vond een plaats op een nieuwe chromatische lade, opgesteld in de torennis achter het orgel. In deze nis plaatste Gradussen ook een nieuwe magazijnbalg met twee schepbalgen.
De Viola di Gamba van Vollebregt werd vervangen door een nieuwe, en het Positief werd uitgebreid met een Voix Céleste.
Voor dit register gebruikte men de Salicet van het Hoofdwerk van Vollebregt. Op het Hoofdwerk verdween naast de Salicet ook de oorspronkelijke Quint 3 om plaats te maken voor een Salicionaal 8 en een Cello 8. De samenstelling van de Cornet werd gewijzigd en men voegde een pedaal toe met een Subbas 16.
In 1951 werkte L. Verschueren aan het instrument. Opnieuw onderging de dispositie substantiële wijzingen en werd er geschoven met pijpwerk. De Voix Céleste van het Positief werd vervangen door een Cimbel 3 st. Het pijpwerk van de Voix Céleste werd omgestemd tot een Viola di Gamba. Op het Hoofdwerk verdween de in 1898 toegevoegde Cello 8 ten gunste van een Sexquialter 2 st. De pijpen van het groot octaaf van de Octaaf 4 werden nieuw gemaakt en de samenstelling van de Cornet werd opnieuw gewijzigd. Het Pedaal onderging uitbreiding tot f1 en ten slotte verving Verschueren de gehele klaviatuur en speelmechaniek.
Tevens verlaagde hij de winddruk. Verschueren werkte opnieuw aan het orgel na een kerkrestauratie in 1968. De handklavieren en het pedaalklavier werden bij deze gelegenheid vervangen en de windladen gerestaureerd en van telescoophulzen voorzien. In 1985 schilderde men het orgelfront opnieuw, ook weer in het kader van een kerkrestauratie.
In 1998 trok de parochie Jos Laus aan, die namens de KKOR een rapport opstelde over het inmiddels in slechte staat verkerende instrument. Drie jaar later volgde een restauratieplan in samenwerking met de Rijksdienst voor de Monumentenzorg. De firma Pels & Van Leeuwen tekende voor het werk en demonteerde het orgel in 2005.
Uitgangspunt bij de jongste restauratie was de status quo van het instrument met elementen uit alle historische fasen: het Hoofdwerk in de geest van Vollebregt, het Positief in de geest van Gradussen en handhaving van de speeltafel en toetsmechaniek van Verschueren en de registermechaniek van Gradussen. De op het Hoofdwerk aangetroffen Viola di Gamba 8 van Gradussen is op zijn originele plaats op de lade van het Positief teruggezet. En de Salicet 8 van Vollebregt (vanaf 1898 Voix Céleste en sinds 1951 Viola di Gamba van het Positief) keerde weer terug naar zijn oorspronkelijke plek op het Hoofdwerk. Omdat dit register na 1898 op het Positief vanaf c heeft geklonken, moest het register gecompleteerd worden met een groot octaaf.
Op het Positief ruimde de Cimbel uit 1951 het veld voor een Voix Céleste van 19de-eeuwse makelij uit voorraad van Pels & Van Leeuwen, waarmee het Positief weer de opzet van 1898 kreeg. Op het Hoofdwerk werd de Quint 3 in Vollebregt-stijl gereconstrueerd met behulp van pijpwerk uit de Sexquialter van 1951, met aanvulling van nieuwe pijpen. Het Hoofdwerk heeft nu weer de dispositie van 1860. De winddruk is verhoogd en op basis daarvan is de intonatie zoveel mogelijk in Vollebregt-trant herzien.
Verder is alle pijpwerk schoongemaakt, zijn de tinnen frontpijpen ontdaan van aluminiumbrons en gepolijst. De balgen zijn opnieuw beleerd, de windladen zijn uiteengenomen en opnieuw gelijmd.
Alle leerwerk is vervangen, evenals alle pulpeten, de mechanieken zijn nagezien en waar nodig hersteld. Bij de restauratie van de kas zijn triplex panelen verwijderd waaronder originele panelen te voorschijn kwamen.
Er werd een nieuwe kleurstelling aangebracht van gebroken wit, de inliggende panelen een tint donkerder. Torenkappen en profielen werden voorzien van een gouden bies.
Met een concert en de presentatie van een boekje ter gelegenheid van de restauratie werd op 21 mei 2006 het orgel opnieuw in gebruik genomen.
Bronnen:
Brochure ter gelegenheid van de voltooide restauratie van het Vollebregt/Gradussen-orgel (tekst van Jos Laus);
aanvullende mededelingen door Peter van Rumpt (Pels & Van Leeuwen);
Teus den Toom (red.), Het Historische Orgel in Nederland 1858-1865. Amsterdam 2003, 115-117.

Manuaal C-f3 Positief C-f3 Pedaal C-f1
Prestant 8 Bourdon 8 Subbas 16
Holpijp 8 Viola di Gambe 8    
Salicet 8 Voix Céleste 8    
Octaaf 4 Roerfluit 4    
Fluit 4 Gemshoorn 2    
Quint 3        
Octaaf 2        
Cornet Disc. 3 st.        
Basson Hautbois 8        

Manuaalkoppeling
Koppel Pedaal-Hoofdwerk
Winddruk: 78 mm wk.