Geldermalsen, huisorgel
[Orgelbouwnieuws uit de ORGELkrant 2006-07 juli/augustus]

Orgelmaker Hans van Rossum en zijn medewerkers voltooiden een huisorgel voor de familie G. Thijsen te Geldermalsen.
Het concept van dit instrument is gebaseerd op het huispijporgel van Gideon Thomas Bätz uit 1777 dat zich thans in de Koepelkerk te Purmerend
bevindt, maar de dispositie en de technische aanleg zijn deels aan de wensen van de eigenaar aangepast.
De orgelkas is vervaardigd van notenhout in navolging van het model zoals Bätz het in 1777 opleverde. De windladen van Hoofdwerk en Onderpositief liggen boven elkaar. De beide spaanbalgen zijn in een balgstoel in een kamer op de verdieping boven het orgel geplaatst.

Hoofdwerk   Onderpositief  
(Manuaal I, C-d3)   (Manuaal II, C-d3)  
Prestant 4 Holpijp 8
Gedekt 8 Roerfluit 4
Prestant D 8 Nasard 3
Octaaf 2 Woudfluit 2
Sexqualter II Vox Humana 8

Aangehangen Pedaal (C-d1)
Tremulant gehele werk.
Winddruk: 54 mm. wk.
Toonhoogte: a1 = 440 Hz.
Temperatuur: Valotti

Bron: W. A. Kirpestein.