Meppen (D), Bethlehemkirche
[Orgelbouwnieuws uit de ORGELkrant 2006-06 juni]

Op 22 oktober 2005 werd het nieuwe orgel van de Evangelisch-Lutherse Bethlehemkirche te Meppen in gebruik genomen.
Het instrument is gebouwd door Mense Ruiter Orgelmakers.
Als adviseur trad Egbert Schoenmaker op.
Op voorstel van de orgelmakers is de kas uitgevoerd in Europees wit Esdoorn. De inlegstroken in de stijlen, de klavieromlijsting, de orgelbank, het pedaalklavier, de registerknoppen en de registerplaatjes zijn van Europees noten.
De ornamentiek boven de frontpijpen is ge´nspireerd op de lijnen van de dakconstructie van het kerkgebouw.
De windvoorziening bestaat uit een spaanbalg.
De windlade en het pijpwerk van het Pedaal staan in een aparte kas achter de hoofdkas.
De dispositie van het orgel luidt:

Hoofdwerk (Manuaal I, C-f3)
Prestant 8  (C-Cis en A-H binnen, D-Gis en c-f2 front, vervolg op de lade).
Roerfluit 8  
Octaaf 4  
Nasard B/D 3  
Octaaf 2  
Mixtuur B/D IV  
Trompet B/D 8  
Borstwerk (Manuaal II, C-f3)
Houtgedekt 8 (eiken) front
Blokfluit 4 (eiken, C-H gedekt, vervolg open)
Vlakfluit 2 (conisch).
Pedaal (C-d1)
Subbas 16 (eiken)
Openbas 8 (eiken)

Koppelingen: Hoofdwerk-Borstwerk, Pedaal-Hoofdwerk,
Pedaal-Borstwerk. Nihil (knop voor gereserveerde tremulant).
Winddruk: 73 mm. wk.
Toonhoogte: a1 = 440 Hz.
Temperatuur: Buurman 1/8 komma.