Hooge Zwaluwe, Protestantse Kerk
[Orgelbouwnieuws uit de ORGELkrant 2006-06 juni]

De van oorsprong 17de-eeuwse Protestantse Kerk van Hooge Zwaluwe kent een lange en bewogen orgelgeschiedenis. Al in 1744 was er een orgel aanwezig maar omdat de financiën ontoereikend waren om een organist te betalen, besloot men in 1774 tot de verkoop ervan. Uit een rapport dat orgelmaker Jacobus Robberts op 4 maart van datzelfde jaar over het orgel opstelde omschreef de orgelmaker zijn bevindingen als volgt: dat het geheele werk is gemaakt en te samen gesteld op eene wijse die in geene deelen met de regels van de kunst over een komt. Mede als gevolg van dit negatieve oordeel ging de verkoop naar Willemstad niet door; de verdere lotgevallen van het orgel zijn vooralsnog onbekend.
In 1828 voltooide de Bredase orgelmaker Cornelis van Oeckelen een éénklaviers orgel met een aangehangen pedaal. In 1884 verwijderde A. van den Haspel de bestaande Mixtuur. In plaats daarvan kreeg het orgel nu een Bourdon 16 op het Pedaal. Een felle brand legde in 1910 kerk en orgel in de as. Nadat de herbouw van de kerk was voltooid kreeg A. Standaart de opdracht voor de bouw van een nieuw orgel dat in 1912 werd voltooid.
De dispositie van dit pneumatische instrument luidde als volgt:

Manuaal (C-g3)
Bourdon 16
Prestant 8
Roerfluit 8
Viola 8
Voix Celeste 8
Aeoline 8
Octaaf 4
Fluit 4
Woudfluit 2
Cornet D V
Trompet B/D 8
Pedaal C-f1
Subbas 16 (transmissie)

Pedaalkoppel, tremulant, ventiel en drie vaste combinaties.

In 1976 stelde de Orgelcommissie van de Nederlandse Hervormde Kerk een rapport op waarin werd geadviseerd om dit orgel te vervangen. Desondanks bleef het Standaart-orgel in gebruik tot aan de kerkrestauratie van 1984. Een jaar later slaagde de plaatselijke orgelcommissie erin het binnenwerk van het in 1865 voor de Hervormde Kerk te Noordwijk aan Zee gebouwde Knipscheer-orgel te verwerven. Dit instrument was in 1935 door de firma Spanjaard gewijzigd en (zonder kas) overgeplaatst naar de Baptistenkerk te Noorderbergum en omstreeks 1960 nog gewijzigd door H. Faber. In 1978 werd het orgel aangekocht door de firma Mense Ruiter. In 1987 kregen deze orgelmakers de opdracht om het Knipscheer-binnenwerk (windlade en pijpwerk) in de te Hooge Zwaluwe aanwezige Standaart-kas te plaatsen en wel zo dat in een later stadium nog een bovenwerk en een vrij pedaal zouden kunnen worden toegevoegd. Daarbij werd ook de magazijnbalg van Standaart opnieuw gebruikt en reserveerde men de aanwezige Bourdon 16 voor het later te plaatsen pedaal. Op 21 april 1990 kon deze eerste fase worden afgerond met de feestelijke ingebruikneming van het Hoofdwerk. In december 1995 werd het Bovenwerk opgeleverd en op 16 oktober 2005 kon ook het nieuwe Pedaal in gebruik genomen worden. De werkzaamheden van 1990 werden uitgevoerd onder advies van Rudi van Straten, in 1995 en 2005 trad Aart Bergwerff op als adviseur.
De huidige dispositie:

Hoofdwerk (Manuaal I, C-f3)
Prestant 8 (1865, C-F eiken, open, rest metaal)
Bourdon B/D 8 ( 1865, bas eiken, discant metaal)
Viool D 8 (1865)
Octaaf 4 (1865)
Roerfluit 4 (1865, C-H eiken, rest metaal)
Quint 3 (1990)
Octaaf 2 (1865)
Mixtuur II-V (1865)
Cornet D IV (1865).
Bovenwerk (Manuaal II, C-f3 alle pijpwerk 1995)
Holpijp B/D 8 (bas eiken, discant metaal)
Prestant D 8 (vanaf e1, metaal)
Dwarsfluit 4 (C-H eiken, rest metaal)
Gemshoorn 2 (metaal).
Pedaal (C-d1)
Bourdon 16 (Standaart, 1912)
Octaaf 8 (C-c in het front, 1990 rest 2005)
Trompet 8 (2005).

Koppelingen:
Hoofdwerk-Bovenwerk, Pedaal-Hoofdwerk, Pedaal-Bovenwerk
Winddruk: 71 mm. wk.
Toonhoogte: a1 = 445 Hz. bij 16°C.
Temperatuur: evenredig zwevend.

Bron: Inspeling Knipscheerorgel Protestantse kerk Hooge Zwaluwe, 16 oktober 2005.
Met dank aan Mense Ruiter Orgelmakers;
De Mixtuur 31 (1980), 12-15 en 70 (1992), 566-567.