Hilvarenbeek, Sint-Petrus-Bandenkerk
[Orgelbouwnieuws uit de ORGELkrant 2006-04 april]


Met een feestelijk concert door Ad van Sleuwen werd op 18 december het gerestaureerde van Hirtum-orgel in de parochiekerk van Sint-Petrus Banden te Hilvarenbeek in gebruik genomen. Het in 1840 voltooide instrument is het grootste dat Bernard Petrus van Hirtum bouwde.
Van Hirtum was eveneens lange tijd bespeler van ‘zijn’ orgel en onderhield het instrument tot ver in de 19de eeuw.
In 1877 voerde A. Vingerhoets herstelwerkzaamheden aan het orgel uit. Op enig moment verving hij de Cimbel II van het hoofdwerk door een Vox Humana 8 en de Quint B 1½ / Sexquialter D II van het onderpositief door een Flûte Harmonique B/D 8. Daarnaast was hij verantwoordelijk voor veranderingen in de toonhoogte en intonatie.
In 1906 volgde een zeer ingrijpende ombouw door de firma P.J. Vermeulen & Zoon. Het orgel werd in de toren geplaatst en een kwart slag gedraaid. De hoofdkas werd versmald en het front van het onderpositief verwijderd. Verder maakten de spaanbalgen plaats voor een magazijnbalg en werden toonhoogte en intonatie opnieuw gewijzigd. Op enig moment werden verder alle tongwerken uit het orgel verwijderd en opgeslagen, evenals het kistpedaal.
In 1969 voerde de firma Gebr. Vermeulen een algehele restauratie uit waarbij het orgel weer op de galerij geplaatst werd en de orgelkassen waar nodig gereconstrueerd werden. Daarbij kreeg het onderpositief drie beelden maar bleef veel snijwerk achterwege.
De magazijnbalg maakte plaats voor twee spaanbalgen in een nieuwe balgstoel en de oorspronkelijke dispositie werd hersteld. Ook het kistpedaal keerde terug. De frontpijpen werden van tinfolie voorzien en de toonhoogte werd verlaagd tot de vermeende oorspronkelijke a1 = 415 Hz.
Ten slotte volgde in 1990 schoonmaak- en herstelwerkzaamheden waarbij de balgen werden verplaatst. Een aantal jaren daarna vonden nog herstelwerkzaamheden aan de frontpijpen plaats.
Toenemende klachten over de windvoorziening en de klank van het orgel leidden uiteindelijk tot de thans voltooide restauratie die werd uitgevoerd door orgelmaker Hans van Rossum en zijn medewerkers. Als adviseurs traden Wim Diepenhorst (Rijksdienst voor de Monumentenzorg), Rogér van Dijk en Marcel Verheggen (namens de KKOR) op.
De windvoorziening is binnen de mogelijkheden van de huidige plaatsing gecorrigeerd. Daarbij is ondermeer de ligging van de balgen in de balgstoel verbeterd en is de aansluiting van de motor en de kanalen naar het orgel vernieuwd.
De kas is in eigen beheer in de was gezet. De beelden van het onderpositief zijn verwijderd; de grootste twee kregen een nieuw plekje op de buitenste torens van de hoofdkas. De frontpijpen zijn opnieuw van tinfolie voorzien.
Toen uit het orgel duidelijk kon worden afgeleid dat de oorspronkelijke toonhoogte een hele toon onder normaal was geweest, is besloten deze toonhoogte te herstellen en het pijpwerk integraal te verlengen.
Daarnaast zijn aan het pijpwerk ook de nodige restauratiewerkzaamheden uitgevoerd en vond een herintonatie op een verlaagde winddruk plaats.
In overleg met adviseurs en organist is uiteindelijk gekozen voor een stemming volgens Valotti.

Dispositie:

Hoofdwerk   Onderpositief   Pedaal  
(Manuaal II, C-f3)   (Manuaal I, C-f3)   (C-c1)  
Bourdon 16' Holpijp 8' Bourdon 16'
Praestant 8' Flute travers D 8' Praestant 8'
Holpijp 8' Bekfluit D 8' Octav 4'
Viooldigambas 8' Praestant 4' Bazuin 16'
Octav 4' Fluit 4'    
Gemshoorn 4' Octav 2'    
Fluit 4' Quint B 1½'    
Quintfluit 3' Sexquialter D II    
Superoctav 2' Fagot B 8'    
Flageolet 1' Clarionet D 8'    
Mixtuur IV        
Cimbel II        
Cornet D IV        
Trompet B/D 8'        

Manuaalkoppel
Pedaalkoppel
Afsluiting ventil.
Winddruk: 63 mm. wk.
Toonhoogte:  a1 = 390 HZ. bij 18 C.
Stemming: Valotti

Bron: J.C. van Rossum; Peter van Dijk (red.), Het Historische Orgel in
Nederland ca 1840-1849. Amsterdam, 2002, 157-160.