Apeldoorn, De Hofstad
[Orgelbouwnieuws uit de ORGELkrant 2006-02 februari]

De Hofstadgemeente te Apeldoorn is het resultaat van het samengaan van drie Protestantse gemeenten in Apeldoorn-Zuid.
Rond 2001 ontstonden de eerste plannen voor de bouw van een nieuw orgel en werd Hans Kriek door de orgelcommissie van De Hofstad als adviseur aangetrokken. Een jaar later kreeg de firma Kaat en Tijhuis de opdracht voor de bouw van het instrument.
De vormgeving van de kast is tot stand gekomen in overleg tussen de orgelmakers en de architect van het kerkgebouw.
Alle windladen liggen op één niveau, haaks op het front. Het stellingwerk van de kast is van lariks. De overige kastdelen, de windladen, de klavieren en de mechanieken zijn van eiken.
De registerknoppen, de bakstukken en de boventoetsen van de handklavieren zijn van ebben.
Bij de bouw van het nieuwe orgel is gebruik gemaakt van het pijpwerk uit de voormalige instrumenten van de Paulus- en de Zuiderkerk, terwijl ook bestaand pijpwerk van elders is toegepast. Alleen de frontpijpen en een deel van de Baarpijp 8 zijn nieuw.

 

Hoofdwerk (I, C-g3) Zwelwerk (II, C-g3) Pedaal (C-f1)
Bourdon 16 Baarpijp 8 Subbas 16
Prestant 8 Bourdon 8 Octaaf 8
Roerfluit 8 Viola di Gamba 8 Gedekt 8
Salicionaal 8 Vox Celeste 8 Octaaf 4
Octaaf 4 Prestant 4 Bazuin 16
Fluit 4 Fluit Harmoniek 4 Trombone 8 (gereserveerd)
Quint 3 Nasard 3    
Octaaf 2 Nachthoorn 2    
Mixtuur IV-V Terts 1 3/5    
Cornet D V Flageolet 1    
Trompet 8 Mixtuur IV    
Tremulant (gereserveerd) Basson 16    
    Hobo 8      
    Tremulant      

Koppelingen: Hoofdwerk-Zwelwerk, Pedaal-Hoofdwerk, Pedaal-Zwelwerk.
Winddruk: Hoofdwerk en Pedaal 80 mm wk.; Zwelwerk 85 mm wk.
Toonhoogte: a1 = 440 Hz.
Temperatuur: evenredig zwevend.

Bron Kaat en Tijhuis Orgelmakers